Wederzijdse dwaling bij overeenkomst leidt tot vernietiging; terugbetaling onverschuldigd betaalde bedragen verplicht.
[eiseres] biedt een βsale-and-lease-backβ-product aan voor het verzilveren van de overwaarde op een woning, als aanvullende oudedagsvoorziening. Zij heeft een huis gekocht van gedaagde. De levering vindt plaats na zijn overlijden en de koopprijs wordt in termijnen betaald, maar de betalingen stoppen bij overlijden. Na de koop bleek gedaagde niet de volledig eigenaar te zijn van de woning. [eiseres] vordert daarom schadevergoeding. Gedaagde doet een beroep op wederzijdse dwaling. Ook doet hij een beroep op oneerlijke handelspraktijken en op schending van het transparantievereiste. Heeft [eiseres] voldoende onderzoek gedaan? Heeft zij de klant misleid door te adverteren dat zij door de Consumentenbond als de beste aanbieder was aangeprezen, terwijl dat volgens gedaagde niet zo was? Had [eiseres] de klant beter moeten uitleggen wat de praktische en financiΓ«le uitwerking van de gekozen constructie was? Het gelijk ligt bij de klant.
Rechtsvraag
Moet de overeenkomst tussen [eiseres] en [gedaagde] worden vernietigd op grond van wederzijdse dwaling en/of oneerlijke handelspraktijken, en moet [gedaagde] de reeds betaalde termijnen terugbetalen?
Regel
- art. 6:228 lid 1 onder c BW (Wederzijdse dwaling: overeenkomst is vernietigbaar als partijen bij het sluiten van de overeenkomst uitgaan van een verkeerde voorstelling van zaken)
- art. 6:193b BW (Misleidende handelspraktijken: verbod op misleidende handelspraktijken)
- art. 6:193g onder d BW (Misleidende handelspraktijken: specifieke misleidende praktijken)
- art. 6:193j lid 3 BW (Vernietiging overeenkomst bij misleidende handelspraktijken)
- art. 6:193c lid 1 BW (Misleidende handelspraktijken: informatie die de gemiddelde consument kan misleiden)
- art. 3:53 lid 1 BW (Rechtsgevolg van vernietiging: overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan)
Toepassing
- art. 6:228 lid 1 onder c BW (Wederzijdse dwaling: overeenkomst is vernietigbaar als partijen bij het sluiten van de overeenkomst uitgaan van een verkeerde voorstelling van zaken) [gedaagde] en [eiseres] waren beide in de veronderstelling dat [gedaagde] volledig beschikkingsbevoegd was, terwijl dit niet het geval was. De rechtbank oordeelt dat de dwaling voor rekening van [eiseres] moet komen, omdat zij als professionele partij had moeten onderzoeken of [gedaagde] beschikkingsbevoegd was, bijvoorbeeld door het Kadaster te raadplegen. Rechtsoverwegingen 2.3 t/m 2.6.
- art. 6:193b BW (Misleidende handelspraktijken: verbod op misleidende handelspraktijken) [eiseres] heeft onjuiste en misleidende mededelingen gedaan over aanbevelingen van de Consumentenbond. Deze informatie kan consumenten, in het bijzonder de doelgroep van ouderen, misleiden. Rechtsoverwegingen 2.7 t/m 2.10.
- art. 6:193g onder d BW (Misleidende handelspraktijken: specifieke misleidende praktijken) De rechtbank merkt de mededelingen van [eiseres] over de aanbevelingen van de Consumentenbond aan als misleidende handelspraktijken. Rechtsoverweging 2.7.
- art. 6:193j lid 3 BW (Vernietiging overeenkomst bij misleidende handelspraktijken) De misleidende handelspraktijken van [eiseres] kunnen een zelfstandige grond voor vernietiging van de overeenkomst opleveren. Rechtsoverweging 2.7.
- art. 6:193c lid 1 BW (Misleidende handelspraktijken: informatie die de gemiddelde consument kan misleiden) De informatie van [eiseres] over de productaanbevelingen is niet volledig en kan de gemiddelde consument misleiden, vooral gezien de kwetsbare doelgroep van ouderen. Rechtsoverwegingen 2.10.
- art. 3:53 lid 1 BW (Rechtsgevolg van vernietiging: overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan) Omdat de overeenkomst op grond van dwaling wordt vernietigd, wordt deze geacht nooit te hebben bestaan. Daarom kan er geen sprake zijn van ontbinding of schadevergoeding voor wanprestatie. Rechtsoverweging 2.14.
Conclusie
De rechtbank oordeelt dat het beroep op vernietiging van de overeenkomst op grond van wederzijdse dwaling slaagt, waardoor de overeenkomst wordt geacht nooit te hebben bestaan. [gedaagde] moet de reeds betaalde termijnen van β¬ 13.500,- terugbetalen aan [eiseres]. De vordering tot ontbinding en schadevergoeding wordt afgewezen, en de proceskosten worden gecompenseerd.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiseres]
- Gedaagde: [gedaagde]
[eiseres] vordert ontbinding van de overeenkomst, terugbetaling van betaalde termijnen, schadevergoeding voor gederfde winst, rente en kosten, omdat [gedaagde] zijn leveringsverplichting niet kan nakomen.
[gedaagde] beroept zich op vernietiging van de overeenkomst wegens oneerlijke handelspraktijken, schending van het transparantiegebod en wederzijdse dwaling, en betwist in verzuim te zijn.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 22-12-2022 Eiseres dient een dagvaarding in bij de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, met producties.
- 22-12-2022 Gedaagde dient een conclusie van antwoord in, met producties.
- 22-12-2022 Eiseres dient een akte in met nadere producties 13 - 20.
- 22-12-2022 Eiseres dient aanvullende productie 21 in.
- 22-12-2022 Gedaagde dient een akte uitlaten in op de aanvullende producties van eiseres, met aanvullende productie 7.
- 12-09-2023 De mondelinge behandeling van de zaak vindt plaats. Namens eiseres verschijnt de heer [A] en gedaagde is ook ter zitting verschenen. Beiden worden bijgestaan door hun advocaten. Partijen lichten hun standpunten toe en overleggen spreekaantekeningen.
- 14-02-2024 De rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, spreekt vonnis uit. Het beroep van gedaagde op vernietiging van de overeenkomst op grond van wederzijdse dwaling slaagt. De terugbetaling van β¬ 13.500,- wordt toegewezen aan eiseres, maar de overige vorderingen worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd.