Noodweer verweer verworpen bij poging zware mishandeling en ontuchtige handeling in het openbaar.

Rechtbank Midden-Nederland · 28 augustus 2024 · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht; Materieel strafrecht

Verdachte is veroordeeld voor poging zware mishandeling, bedreiging en feitelijke aanranding van de eerbaarheid tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden met aftrek van het voorarrest.

Rechtsvraag

Heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling, bedreiging en feitelijke aanranding van de eerbaarheid?

Regel

  • art. 45, Wetboek van Strafrecht (poging tot misdrijf)
  • art. 302, Wetboek van Strafrecht (zware mishandeling)
  • art. 285, Wetboek van Strafrecht (bedreiging)
  • art. 246, Wetboek van Strafrecht (feitelijke aanranding van de eerbaarheid)

Toepassing

  • art. 45, Wetboek van Strafrecht (poging tot misdrijf) De verdachte heeft meerdere steekbewegingen gemaakt met een mes richting de lichamen van aangevers [aangever 1] en [aangever 2]. Dit gedrag toont een duidelijke intentie om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hoewel het letsel niet is voltooid dankzij de snelle reacties van de aangevers. Hierdoor is er sprake van een poging tot zware mishandeling.
  • art. 302, Wetboek van Strafrecht (zware mishandeling) De verdachte heeft met een mes gestoken en gesneden in de richting van het gezicht en bovenlichaam van de aangevers. Dit gedrag brengt de aanmerkelijke kans met zich mee dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan, wat door de verdachte bewust is aanvaard.
  • art. 285, Wetboek van Strafrecht (bedreiging) De verdachte heeft een mes dreigend getoond en zwaaiende bewegingen gemaakt richting de aangevers en aangeefster. Dit gedrag heeft bij de slachtoffers de vrees voor zwaar lichamelijk letsel en een misdrijf tegen het leven gericht opgewekt.
  • art. 246, Wetboek van Strafrecht (feitelijke aanranding van de eerbaarheid) De verdachte heeft aangeefster onverhoeds in de bil geknepen zonder haar toestemming. Dit gedrag kwalificeert als een ontuchtige handeling met een seksuele intentie, wat in strijd is met de sociaal-ethische norm.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot zware mishandeling, bedreiging en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, en veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van zeven maanden.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Officier van Justitie
  • Gedaagde: Verdachte

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte op 8 april 2024 in Almere heeft geprobeerd om [aangever 1] en [aangever 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, hen en [aangeefster] heeft bedreigd, en [aangeefster] heeft gedwongen tot het dulden van een ontuchtige handeling.

De raadsvrouw van de verdachte heeft aangevoerd dat de verdachte uit noodweer handelde, omdat hij zich bedreigd voelde door de personen die hem achterna zaten.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 08-04-2024 Verdachte knijpt aangeefster in haar bil zonder toestemming. Aangeefster reageert boos en slaat verdachte met haar tas. Verdachte haalt een mes uit zijn tas, bedreigt aangeefster en rent achter haar aan. Aangevers [aangever 1] en [aangever 2] schieten aangeefster te hulp. Verdachte maakt meerdere stekende bewegingen richting aangevers en raakt hen licht.
  2. 09-04-2024 Aangever 1 geeft een aanvullende verklaring waarin hij beschrijft dat verdachte meerdere malen stekende bewegingen richting zijn gezicht en lichaam maakte.
  3. 09-04-2024 Verbalisant [verbalisant 1] maakt een proces-verbaal op met bevindingen van de camerabeelden. Hierop is te zien hoe verdachte zijn hand richting het achterwerk van aangeefster beweegt, zij boos reageert, en verdachte een mes pakt en richting omstanders rent.
  4. 10-04-2024 Verbalisant [verbalisant 2] maakt een proces-verbaal op waarin wordt beschreven dat verdachte zijn pas vertraagde om aangeefster in te halen en haar vervolgens in haar bil kneep.
  5. 14-08-2024 De strafzaak wordt op tegenspraak behandeld. De rechtbank hoort de officier van justitie, de verdachte, zijn raadsvrouw en de vertegenwoordiger van de benadeelde partij.
  6. 28-08-2024 De rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Lelystad, wijst vonnis in de strafzaak tegen verdachte. Verdachte wordt veroordeeld voor poging tot zware mishandeling (feit 1), bedreiging (feit 2), en feitelijke aanranding van de eerbaarheid (feit 3). Verdachte krijgt een gevangenisstraf van 7 maanden opgelegd.
  7. 28-08-2024 De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij [aangeefster] gedeeltelijk toe. Verdachte moet €250,00 immateriële schadevergoeding betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 08-04-2024.