Vreedzame demonstratie kan strafbaar zijn als eigendomsrecht wordt geschonden.
Klimaatactivisten van Extinction Rebellion houden een demonstratie bij de Rabobank in Utrecht. Geen sprake van schending vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel. Hoewel de rechtbank constateert dat er vormverzuimen hebben plaatsgevonden, is het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging. Het gebouw van de Rabobank is beplakt met posters waarmee ramen en glazen toegangsdeuren tijdelijk onbruikbaar zijn gemaakt. Verdachten beroepen zich op de artikelen 10 en 11 EVRM. Er is sprake van een vreedzame demonstratie. De rechtbank acht het optreden van de overheid en de inbreuk die daarmee gemaakt is op het recht op vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht proportioneel. Dat betekent dat er sprake is van een strafbaar feit en dat de actievoerders strafbaar zijn. Schuldigverklaring zonder oplegging van straf en/of maatregel. Geen schending artikelen 10 en 11 EVRM.
Rechtsvraag
Of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging van verdachte gezien de aangevoerde schendingen van beginselen van een goede procesorde, en of verdachte schuldig is aan het medeplegen van het onbruikbaar maken van goederen van de Rabobank.
Regel
- art. 359a, Wetboek van Strafvordering (WvSv) (Herstel van vormverzuimen)
- art. 350 lid 1, Wetboek van Strafrecht (WvSr) (Vernieling, beschadiging of onbruikbaar maken van goederen)
- art. 47 lid 1 ahf/sub 1, Wetboek van Strafrecht (WvSr) (Medeplegen)
- art. 10, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (Vrijheid van meningsuiting)
- art. 11, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (Vrijheid van vergadering en vereniging)
Toepassing
- art. 359a, Wetboek van Strafvordering (WvSv) (Herstel van vormverzuimen) De rechtbank constateert onherstelbare vormverzuimen, zoals het onrechtmatig aanleggen van transportboeien en het overschrijden van de maximale duur van ophouding. Echter, deze verzuimen leiden niet tot niet-ontvankelijkheid van het OM, omdat niet is gebleken dat doelbewust of met grove veronachtzaming is gehandeld. De grootte van de groep verdachten en onderbezetting van de politie zijn mede in overweging genomen.
- art. 350 lid 1, Wetboek van Strafrecht (WvSr) (Vernieling, beschadiging of onbruikbaar maken van goederen) De rechtbank oordeelt dat het beplakken van ramen en deuren met lijm en posters als tijdelijk onbruikbaar maken van de goederen kan worden gekwalificeerd, omdat het zicht en de lichtdoorlatendheid werden belemmerd.
- art. 47 lid 1 ahf/sub 1, Wetboek van Strafrecht (WvSr) (Medeplegen) De betrokkenheid van verdachte en medeverdachten wordt aangetoond door camerabeelden en processen-verbaal, waaruit blijkt dat zij lijm hebben aangebracht en posters hebben geplakt. Dit vormt een gezamenlijke uitvoering.
- art. 10, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (Vrijheid van meningsuiting) De rechtbank erkent dat het handelen van verdachte in het kader van een demonstratie viel, maar oordeelt dat het beplakken van ramen met lijm en posters niet valt onder vreedzaam protest zoals bedoeld in art. 10 EVRM.
- art. 11, Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (Vrijheid van vergadering en vereniging) De rechtbank oordeelt dat hoewel de demonstratie vreedzaam verliep, de beperking van het demonstratierecht gerechtvaardigd was ter bescherming van eigendomsrechten en om wanordelijkheden te voorkomen. Het optreden van de politie, hoewel fors, was proportioneel gezien het verwachte rechterlijk pardon.
Conclusie
Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging. Verdachte wordt schuldig bevonden aan het medeplegen van het opzettelijk en wederrechtelijk onbruikbaar maken van goederen van de Rabobank. Er wordt een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel uitgesproken, gezien de geringe ernst van het feit en de omstandigheid dat met minder vergaand politieoptreden had kunnen worden volstaan.
Partijen en standpunten
- Eiser: Openbaar Ministerie
- Gedaagde: Verdachte
Verdachte heeft samen met anderen op 25 februari 2022 te Utrecht raamdelen en glazen draaideuren onbruikbaar gemaakt door deze te beplakken met lijm en posters, en wordt beschuldigd van medeplegen van vernieling.
De verdediging stelt dat het OM niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens schending van het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel en vormverzuimen. Tevens wordt aangevoerd dat de actie een vreedzame demonstratie betrof, beschermd onder de artikelen 10 en 11 EVRM.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 25-02-2022 Op 25 februari 2022 vond er een demonstratie plaats bij de Rabobank in Utrecht waarbij 21 raamdelen en 2 glazen draaideuren beplakt werden met posters en behanglijm door de verdachte en anderen.
- 25-02-2022 De politie hield 17 personen aan, waaronder de verdachte, die werden gezien als deelnemers aan de beplakking van de ramen van de Rabobank.
- 26-02-2022 De dagvaarding van medeverdachte [medeverdachte 1] werd persoonlijk aan haar betekend. Ook werd een brief verzonden naar de Rabobank dat geen strafzaak zou volgen in haar zaak.
- 09-04-2022 Op 9 april 2022 werden de camerabeelden van de Rabobank bekeken door de politie, waarbij de verdachten werden geïdentificeerd op basis van hun kleding en gedrag tijdens de beplakking.
- 08-06-2022 Het proces-verbaal met bewijsstukken, zoals camerabeelden en getuigenverklaringen, werd afgerond en gedocumenteerd door de politie Midden-Nederland.
- 25-11-2022 Op 25 november 2022 vond de zitting plaats bij de rechtbank Midden-Nederland, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten presenteerden.
- 09-12-2022 De rechtbank sprak op 9 december 2022 het vonnis uit, waarbij de verdachte schuldig werd bevonden aan medeplegen van het onbruikbaar maken van goederen, maar er werd geen straf of maatregel opgelegd.