Ontslag op staande voet wegens grensoverschrijdend gedrag is rechtsgeldig bij dringende reden en onverwijlde mededeling.
Ontslag op staande voet terecht gegeven? Grensoverschrijdend gedrag van een leidinggevende. De verstuurde Whatsapp-berichten leveren op zichzelf een dringende reden op voor ontslag op staande voet.
Rechtsvraag
De rechtsvraag is of het ontslag op staande voet van [verzoeker] door [verweerster] terecht is gegeven.
Regel
- art. 7:677 lid 1 BW (dringende reden voor ontslag)
- HR 15 februari 1980, NJ 1980, 328; HR 21 januari 2000, NJ 2000, 190; JAR 2000/45 (onverwijldheid van ontslag)
Toepassing
- art. 7:677 lid 1 BW (dringende reden voor ontslag) De kantonrechter heeft vastgesteld dat de gedragingen van [verzoeker], zoals het versturen van aanstootgevende WhatsApp-berichten en grensoverschrijdend gedrag jegens ondergeschikten, een dringende reden voor ontslag vormen. De gedragingen zijn in strijd met de gedragscode van [verweerster] en ontoelaatbaar gezien de afhankelijkheidsrelatie tussen [verzoeker] en zijn medewerkers. Ondanks een waarschuwing in 2019 heeft [verzoeker] zijn gedrag niet aangepast. De ernst van de gedragingen en de rol van [verzoeker] als leidinggevende rechtvaardigen het ontslag op staande voet. (Rechtsoverwegingen: 4.2, 4.10, 4.11, 4.12)
- HR 15 februari 1980, NJ 1980, 328; HR 21 januari 2000, NJ 2000, 190; JAR 2000/45 (onverwijldheid van ontslag) De kantonrechter heeft geoordeeld dat [verweerster] voldoende voortvarend heeft gehandeld. Het onderzoek door [onderzoeksbureau] heeft niet te lang geduurd en de periode tussen de ontvangst van het eindrapport en het ontslag op staande voet is niet te lang geweest gezien de ernst van de verwijten, de gevoeligheid van de kwesties en de noodzaak om zorgvuldig te handelen. [verzoeker] was vanaf 8 oktober 2021 op non-actief gesteld en moest rekening houden met de mogelijkheid van ontslag. (Rechtsoverwegingen: 4.7, 4.8)
Conclusie
De kantonrechter concludeert dat het ontslag op staande voet van [verzoeker] door [verweerster] rechtsgeldig is gegeven. De gedragingen van [verzoeker] vormen een dringende reden voor ontslag en [verweerster] heeft voldoende voortvarend gehandeld. Het verzoek van [verzoeker] tot toekenning van een billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding wordt afgewezen. [verzoeker] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Partijen en standpunten
- Eiser: [verzoeker]
- Gedaagde: [verweerster] B.V.
[verzoeker] verzoekt om een billijke vergoeding van € 171.739,99 bruto, een vergoeding vanwege onregelmatige opzegging van € 26.142,08 bruto en de wettelijke transitievergoeding van € 43.214,47 bruto, alles vermeerderd met rente. Daarnaast verzoekt hij om de eindafrekening, werkelijke advocaatkosten en proceskosten.
[verweerster] voert aan dat het gedrag van [verzoeker] ontoelaatbaar was, mede gezien zijn leidinggevende functie. Ondanks eerdere waarschuwingen, bleef [verzoeker] ongepast gedrag vertonen, wat resulteerde in een dringende reden voor ontslag op staande voet.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 01-08-2002 [verzoeker] begint zijn dienstverband bij [verweerster] B.V. als [functie 1].
- 01-10-2019 [verzoeker] wordt gepromoveerd naar de functie van [functie 1] en wordt lid van het managementteam (mt).
- 01-03-2019 [verzoeker] wordt door [B] aangesproken op ongepaste opmerkingen en gedrag, waaronder een opmerking over een broodje baba ganoush en het tonen van een ongepast filmpje aan een stagiaire. Hij ontvangt een mondelinge waarschuwing.
- 11-08-2020 [verzoeker] volgt de verplichte training aangaande de Code of Conduct.
- 28-04-2021 [verzoeker] volgt de verplichte training voor managers met betrekking tot het voorkomen van intimidatie op de werkvloer.
- 08-2021 [verzoeker] neemt vakantie. Tijdens zijn afwezigheid bezoekt mevrouw [C] het kantoor in [plaats 1] om te praten over de samenwerking en gedragingen van [verzoeker].
- 10-2021 Officiële meldingen van drie werknemers over ongepast gedrag van [verzoeker], waaronder het verspreiden van pornografisch materiaal en intimidatie, komen binnen bij [verweerster].
- 08-10-2021 [verzoeker] wordt door [verweerster] op non-actief gesteld en uitgenodigd voor een gesprek om zijn zienswijze te geven.
- 13-10-2021 [verzoeker] heeft een gesprek met mevrouw [C] in het [hotel] in [plaats 3] waarin aangekondigd wordt dat een extern onderzoek zal plaatsvinden.
- 14-01-2022 Het eindrapport van [onderzoeksbureau] wordt aan [verweerster] verstrekt, met geanonimiseerde bevindingen voor [verzoeker].
- 31-01-2022 [verzoeker] wordt door [verweerster] op staande voet ontslagen en ontvangt zijn ontslagbrief.
- 30-03-2022 [verzoeker] dient een verzoekschrift in bij de rechtbank, tevens houdende een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening voor de duur van het geding ex artikel 223 Rv.