Een leningsovereenkomst vereist geen schriftelijke bevestiging voor juridische afdwingbaarheid.

Rechtbank Midden-Nederland Β· 17 maart 2020 Β· Eerste aanleg - enkelvoudig Β· Civiel recht; Verbintenissenrecht

Is een overeenkomst van geldlening gesloten? Ja. Verrekening mogelijk? Nee.

Rechtsvraag

Kan [eiser] optreden als eiser in dit geschil en is er sprake van een geldlening aan [verweerder] die moet worden terugbetaald?

Regel

  • Art. 156 Rv, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Bewijs door geschriften)
  • Art. 157 lid 2 Rv, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Dwingende bewijskracht van onderhandse akte)
  • Cessie van vordering (Overdracht van vorderingen)

Toepassing

  • Art. 156 Rv, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Bewijs door geschriften) Het document dat als bewijs van de lening wordt overgelegd is niet ondertekend door [verweerder]. De rechtbank oordeelt echter dat er geen onderzoek naar de echtheid van de handtekening nodig is, omdat uit de verklaringen van partijen blijkt dat er een overeenkomst van geldlening is gesloten. De rechtbank baseert zich op de verklaringen en gedragingen van partijen die wijzen op het bestaan van een geldlening (rechtsoverweging 2.7 en 2.8).
  • Art. 157 lid 2 Rv, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Dwingende bewijskracht van onderhandse akte) Hoewel de handtekening van [verweerder] op de leningsovereenkomst wordt betwist, blijkt uit andere bewijsmiddelen en verklaringen dat er sprake is van een geldlening. Het gebruik van de term 'lening' door [verweerder] in verschillende e-mails ondersteunt dit. De rechtbank acht het bestaan van de lening bewezen, ondanks de betwisting van de handtekening (rechtsoverweging 2.8).
  • Cessie van vordering (Overdracht van vorderingen) De rechtbank oordeelt dat de cessie van de vordering door [bedrijf 2] B.V. aan [eiser] rechtsgeldig is. Er is voldaan aan de eisen voor de overdracht van een vordering, namelijk een titel en levering. Dit maakt dat [eiser] als eiser kan optreden, ondanks dat de cessie na de procesinleiding heeft plaatsgevonden (rechtsoverweging 2.4).

Conclusie

De rechtbank concludeert dat [eiser] kan optreden als eiser in het geschil vanwege de rechtsgeldige cessie van de vordering. Er is sprake van een geldlening aan [verweerder] die moet worden terugbetaald. De gevorderde hoofdsom van € 30.000,00 en de contractuele rente worden toegewezen, terwijl de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen. [verweerder] wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten (rechtsoverweging 2.12 en 3.1-3.2).

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]
  • Gedaagde: [verweerder]

[eiser] stelt dat hij een lening van € 30.000,00 aan [verweerder] heeft verstrekt en eist terugbetaling van de lening met rente.

[verweerder] erkent het bedrag te hebben ontvangen, maar stelt dat het een zakelijke overeenkomst betrof voor een filmproject, waarbij terugbetaling afhankelijk was van de winst van de film.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 09-09-2014 [eiser] en [verweerder] hebben een overeenkomst van geldlening opgesteld waarin [eiser] € 30.000 uitleent aan [verweerder]. Het document vermeldt dat de lening binnen een jaar moet worden afgelost en is ondertekend door [eiser].
  2. 10-09-2014 [eiser] maakt € 30.000 over naar [verweerder] met de omschrijving 'lening volgens contract aan [verweerder] tbv RC schuld'.
  3. 01-09-2014 [verweerder] stelt een opdrachtbevestiging op voor het maken van een film over [A], maar deze is niet ondertekend door [eiser].
  4. 05-11-2016 [verweerder] stuurt een e-mail aan de Belastingdienst waarin hij de lening van € 30.000 bevestigt en vermeldt dat deze in good faith tussen familie tot stand is gekomen.
  5. 18-02-2019 [verweerder] stuurt een e-mail aan [eiser] waarin hij stelt dat de lening van € 30.000 wordt afgetrokken van een bedrag van € 55.000 dat hij van [eiser] zou krijgen voor werkzaamheden.
  6. DD-MM-2019 [eiser] start een juridische procedure tegen [verweerder] voor terugbetaling van de lening.
  7. DD-MM-YYYY [verweerder] dient een verweerschrift in waarin hij stelt dat de € 30.000 een voorschot was voor een filmproject en geen persoonlijke lening.
  8. 04-02-2020 De rechtbank houdt een mondelinge behandeling over de zaak tussen [eiser] en [verweerder].
  9. 17-03-2020 De rechtbank oordeelt dat [verweerder] de lening van € 30.000 aan [eiser] moet terugbetalen, vermeerderd met rente, en veroordeelt [verweerder] in de proceskosten.