Bindend advies blijft in stand bij gebrek aan zwaarwegende argumenten voor vernietiging.

Rechtbank Midden-Nederland · 1 april 2020 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht; Verbintenissenrecht

Vordering werkgever tot vernietiging beslissing Commissie van Beroep met betrekking tot verplichte aansluiting op grond van de Wet Bpf 2000 bij Pensioenfonds Zorg en Welzijn. Strijd met Europeesrechtelijk verbod tot beperking op het verrichten van diensten? Strijd met art. 6 EVRM? Heeft de Commissie de juiste maatstaf aangelegd? Marginale toetsing. Afwijzing.

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de beslissing van de Commissie van Beroep van PFZW, die Senior Service verplicht om zich aan te sluiten bij PFZW en pensioenpremies af te dragen, nietig of vernietigbaar is op grond van strijd met Europees recht, strijd met artikel 6 EVRM, gebreken in de totstandkoming van het bindend advies, of inhoudelijke gebreken van het advies.

Regel

  • art. 1 Pensioenwet (Pw) (definitie bedrijfstakpensioenfonds)
  • art. 2 lid 1 Wet Bpf 2000 (verplichte aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds)
  • art. 56 VWEU (verbod op discriminatie op grond van nationaliteit)
  • art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces)
  • art. 7:904 lid 1 BW (vernietiging bindend advies op grond van redelijkheid en billijkheid)

Toepassing

  • art. 1 Pensioenwet (Pw) (definitie bedrijfstakpensioenfonds) PFZW is een bedrijfstakpensioenfonds zoals gedefinieerd in de Pensioenwet, en dient als pensioenfonds voor de sectoren zorg en welzijn. Dit is relevant voor de verplichting van Senior Service om zich aan te sluiten. PFZW heeft als taak om te waarborgen dat alle werkgevers binnen de sector zich aansluiten en premies afdragen. Hiermee wordt het belang van werknemers beschermd. [Rechtsoverweging 2.1-2.3]
  • art. 2 lid 1 Wet Bpf 2000 (verplichte aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds) De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aansluiting bij PFZW verplicht gesteld voor werkgevers die zorg of hulp verlenen. Senior Service valt onder deze verplichtstelling omdat zij diensten verleent aan ouderen. De verplichting is in lijn met de wettelijke regeling die door de minister is vastgesteld. [Rechtsoverweging 2.2]
  • art. 56 VWEU (verbod op discriminatie op grond van nationaliteit) Senior Service beroept zich op discriminatie door de Nederlandse regeling, maar de kantonrechter acht dit betoog irrelevant omdat Senior Service geen buitenlandse pensioenvoorziening wil treffen maar helemaal geen pensioenvoorziening, wat het betoog theoretisch maakt. [Rechtsoverweging 2.7-2.9]
  • art. 6 EVRM (recht op een eerlijk proces) Senior Service stelt dat ze niet vrijwillig voor een bindend advies koos, maar de kantonrechter vindt dat Senior Service voldoende geïnformeerd was over de mogelijkheden om de zaak aan de rechter voor te leggen. De Commissie heeft hen geïnformeerd over de procedurele opties. [Rechtsoverweging 2.10-2.15]
  • art. 7:904 lid 1 BW (vernietiging bindend advies op grond van redelijkheid en billijkheid) De kantonrechter beoordeelt dat de beslissing van de Commissie niet zo onredelijk is dat deze vernietigbaar zou zijn. De klachten van Senior Service over de totstandkoming en inhoud van de beslissing worden verworpen, omdat de Commissie redelijk en billijk heeft gehandeld binnen het kader van de verplichtstelling. [Rechtsoverweging 2.16-2.26]

Conclusie

De kantonrechter heeft de vordering van Senior Service afgewezen. De beslissing van de Commissie van Beroep van PFZW blijft in stand. Senior Service wordt veroordeeld in de proceskosten. De rechter concludeert dat de argumenten van Senior Service niet voldoende zijn om de beslissing van de Commissie te vernietigen.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Senior Service B.V.
  • Gedaagde: Stichting Pensioenfonds Zorg en Welzijn

Senior Service vordert nietigverklaring of vernietiging van de uitspraak van de Commissie van Beroep omdat deze in strijd zou zijn met Europees recht, artikel 6 EVRM, en gebreken in de totstandkoming en inhoud van het bindend advies vertoont.

PFZW stelt dat Senior Service zich verplicht moet aansluiten bij het pensioenfonds volgens de Wet Bpf 2000, omdat zij zorgdiensten verleent die onder de verplichtstelling vallen.

Wetsartikelen

  • art. 6 EVRM
  • art. 56 VWEU

Tijdlijn

  1. 1994 Senior Service wordt opgericht als een stichting voor het verlenen van diensten aan ouderen.
  2. 2011 Senior Service wordt omgezet in een besloten vennootschap, met als doel het verlenen van diensten en adviezen aan ouderen.
  3. 25-04-2017 PFZW deelt Senior Service mee dat zij per 1 januari 2011 verplicht is zich aan te sluiten bij PFZW en pensioenpremie af te dragen.
  4. 11-08-2017 PFZW bevestigt aan Senior Service dat zij zich moet aansluiten bij PFZW.
  5. 16-07-2018 De Commissie van Beroep van PFZW bevestigt de beslissing dat Senior Service zich moet aansluiten bij PFZW.
  6. 17-04-2019 De zaak wordt door de handelskamer van de rechtbank verwezen naar de kantonrechter.
  7. 20-11-2019 De zaak wordt behandeld op de zitting van de kantonrechter. Vertegenwoordigers van Senior Service en PFZW zijn aanwezig.
  8. 21-11-2019 PFZW stuurt een brief naar de rechtbank.
  9. 25-11-2019 Senior Service stuurt een brief naar de rechtbank.
  10. 26-11-2019 Senior Service stuurt een tweede brief naar de rechtbank.
  11. 27-11-2019 Senior Service stuurt een derde brief naar de rechtbank.
  12. 27-11-2019 PFZW stuurt een brief naar de rechtbank.