Putatief noodweerexces kan leiden tot ontslag van rechtsvervolging bij mishandeling.

Rechtbank Midden-Nederland · 20 februari 2019 · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht

De voormalige eigenaresse van ijssalon ’t Perronnetje in Hilversum is niet strafbaar voor het mishandelen van een man in augustus 2017, zo oordeelt de rechtbank Midden-Nederland. De 38-jarige vrouw was haar auto voor haar winkel aan het uitladen toen er een mandarijn tegen haar aan werd gegooid. Op dat moment was ook haar tweejarig zoontje bij de auto. Zij heeft haar zoontje aan een minderjarige medewerkster van haar winkel overgedragen en is op de jongens tegenover de ijssalon afgestapt. De vrouw vermoedde dat deze jongens de mandarijn hadden gegooid. De vrouw werd uitgescholden met woorden als ‘kanker’ en ‘zwarte’ en is naar haar winkel gelopen waar zij een stok van een dweil heeft gepakt. De rechtbank stelt vast dat zij op enig moment daarna één van de jongens meerdere keren met de stok tegen de armen en hand heeft geslagen. De vrouw zegt al langere tijd slachtoffer van pesterijen en vernielingen door een groep jongeren te zijn. Zij verklaart dat deze groep jongeren het specifiek op haar had gemunt en dat dit van kwaad tot erger ging. Er is een met poep besmeurde Surinaamse vlag voor haar deur gelegd, de ruit van haar winkel is ingegooid en zij is meerdere keren op discriminerende wijze beledigd. Van twee van die incidenten heeft zij aangifte gedaan. Het slachtoffer heeft zelf verklaard dat hij onderdeel uitmaakt van een groep van 18 personen die bijna elke dag op de bankjes bij de winkel zaten. Het staat niet vast dat de groep verantwoordelijk is voor het achterlaten van de vlag en het vernielen van de ruit, maar de rechtbank twijfelt er niet aan dat deze acties wel hebben plaatsgevonden en dat zij grote impact op de vrouw hebben gehad. De rechtbank oordeelt dat mishandeling wettig en overtuigend is bewezen. In dit geval is de vrouw echter niet strafbaar omdat er juridisch gezien sprake is van ‘putatief noodweerexces’. Vanwege de voorgeschiedenis en de situatie op het moment zelf kon de vrouw denken dat het gooien van de mandarijn zou worden gevolgd door andere vormen van agressie. Zij is toen zo emotioneel geworden dat ze de stok heeft gepakt en het slachtoffer heeft geslagen. De politieagenten die er als eerste waren beschrijven ook dat de vrouw hysterisch was en dat het niet lukte om haar rustig te krijgen. De mishandeling kan haar onder deze omstandigheden niet worden verweten. De rechtbank ontslaat de vrouw daarom van alle rechtsvervolging. De strafzaak tegen één van de jongens die de vrouw zou hebben uitgescholden is twee weken geleden door de rechtbank aangehouden. De advocaat van de vrouw is een procedure gestart bij het gerechtshof om het Openbaar Ministerie te dwingen om de hele groep te vervolgen, en ook voor discriminatie. De rechtbank wil die uitkomst eerst afwachten.

Rechtsvraag

Is het Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging van de verdachte ondanks de aangevoerde argumenten van vermeende willekeur en schending van het recht op een eerlijk proces?

Regel

  • art. 167 lid 1 Sv (bevoegdheid OM om zelfstandig te beslissen over vervolging)
  • HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2795 (criteria voor niet-ontvankelijkheid OM bij schending van goede procesorde)
  • HR 19 december 1995, NJ 1996, 249 (Zwolsman-arrest, criteria voor niet-ontvankelijkheid OM bij schending van eerlijk proces)

Toepassing

  • art. 167 lid 1 Sv (bevoegdheid OM om zelfstandig te beslissen over vervolging) In deze zaak is het Openbaar Ministerie tot vervolging overgegaan omdat er aangifte van mishandeling tegen de verdachte was gedaan, ondersteund door letsel bij de aangever en camerabeelden. De rechtbank oordeelt dat het OM een redelijke en billijke belangenafweging heeft gemaakt en dat de vervolging van de verdachte gerechtvaardigd is om vragen omtrent bewijsbaarheid, strafbaarheid en strafwaardigheid aan de rechter voor te leggen.
  • HR 31 oktober 2017, ECLI:NL:HR:2017:2795 (criteria voor niet-ontvankelijkheid OM bij schending van goede procesorde) De rechtbank oordeelt dat er geen sprake is van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing dat het verbod van willekeur is geschonden. Het OM heeft een door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend, namelijk het verbod op eigenrichting. De keuze om de jongeren alleen te vervolgen voor eenvoudige belediging en niet voor discriminatie valt binnen de bevoegdheid van het OM.
  • HR 19 december 1995, NJ 1996, 249 (Zwolsman-arrest, criteria voor niet-ontvankelijkheid OM bij schending van eerlijk proces) De rechtbank concludeert dat de omstandigheden aangevoerd door de verdediging geen schending van het recht op een eerlijk proces opleveren. Er is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het OM bewust ontlastende informatie heeft achtergehouden. De overige aangevoerde omstandigheden rechtvaardigen niet dat aan de strenge maatstaf van de Hoge Raad is voldaan.

Conclusie

De rechtbank concludeert dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging, aangezien er geen sprake is van schending van het verbod van willekeur of het recht op een eerlijk proces.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [slachtoffer]
  • Gedaagde: [verdachte]

De eiser beweert dat hij op 17 augustus 2017 door de verdachte is mishandeld met een dweilsteel, wat heeft geleid tot verwondingen aan zijn armen.

De verdachte beweert dat ze handelde uit noodweer en putatief noodweer na langdurige pesterijen en een directe aanval met een mandarijn.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 06-2016 Verdachte ondergaat pesterijen, vernielingen en discriminatie door jongeren uit de buurt. Politie en gemeente worden op de hoogte gebracht, maar grijpen niet voldoende in.
  2. 17-08-2017 Verdachte mishandelt slachtoffer met een dweilstok in Hilversum na door jongeren te zijn belaagd en uitgescholden. Het slachtoffer doet aangifte van mishandeling.
  3. 30-10-2017 Politie Eenheid Midden-Nederland maakt een proces-verbaal op omtrent het incident en de aangifte van mishandeling.
  4. 06-06-2018 Eerste zitting van de rechtbank in de strafzaak tegen de verdachte. De rechtbank onderzoekt de geldigheid van de dagvaarding en de ontvankelijkheid van het OM.
  5. 21-09-2018 Tweede zitting van de rechtbank waarbij verdere onderzoekshandelingen en statements van de officier van justitie en de verdediging worden besproken.
  6. 06-02-2019 Laatste zitting voor de uitspraak. De rechtbank hoort de standpunten van de officier van justitie en de verdediging en overweegt de bewijswaardering.
  7. 20-02-2019 De rechtbank verklaart de verdachte schuldig aan mishandeling, maar wegens putatief noodweerexces wordt de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging.