Deskundigenonderzoek vereist bij betwisting waarde kunstwerken in ruilovereenkomst.
Wilsgebreken (dwaling, bedrog, misbruik van omstandigheden) bij ruil- en koopovereenkomsten, dan wel schenkingen, van waardevolle kunstwerken door hoog bejaarde man (kunstverzamelaar) aan jonge vriendin (die handelt in kunstwerken en deze ook taxeert en restaureert)? Diezelfde wilsgebreken bij verhuur van antiek biljart door deze vrouw aan die man? Waarde van die kunstwerken.
Rechtsvraag
De rechtsvraag betreft de vraag of de overeenkomsten tussen J. sr. en Gedaagde, inclusief de ruil- en schenkingsaktes van kunstwerken en de bruikleenovereenkomst van een biljarttafel, vernietigd kunnen worden op grond van bedrog, dwaling, of misbruik van omstandigheden door Gedaagde.
Regel
- Artikel 7:176 BW (misbruik van omstandigheden): Dit artikel bepaalt dat een overeenkomst kan worden vernietigd als deze tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden.
- Artikel 6:228 BW (dwaling): Dit artikel stelt dat een overeenkomst vernietigd kan worden als deze tot stand is gekomen onder invloed van dwaling, tenzij de dwaling voor rekening van de dwalende behoort te blijven.
- Artikel 3:44 BW (bedrog): Dit artikel bepaalt dat een rechtshandeling vernietigbaar is als deze tot stand is gekomen door bedrog.
Toepassing
- Artikel 7:176 BW (misbruik van omstandigheden) De rechtbank oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat Gedaagde misbruik heeft gemaakt van de omstandigheden van J. sr. Er zijn verklaringen van de huishoudster en huisarts, maar deze zijn niet specifiek genoeg om aan te tonen dat J. sr. ten tijde van het sluiten van de overeenkomsten leed aan een abnormale geestestoestand. Daarnaast was J. sr. een kunstliefhebber en -kenner en genoot hij van het gezelschap van Gedaagde. Hierdoor wordt niet voldaan aan de stelplicht voor misbruik van omstandigheden. (Rechtsoverweging 3.6)
- Artikel 6:228 BW (dwaling) De rechtbank stelt dat als er een grote discrepantie bestaat tussen de waarde van de geruilde kunstwerken, Gedaagde dit had moeten mededelen aan J. sr. om te voorkomen dat hij onder een verkeerde voorstelling van zaken de overeenkomst zou sluiten. Als er zulke discrepanties bestaan, zou er sprake kunnen zijn van wederzijdse dwaling. Echter, als J. sr. de wil had om Gedaagde te bevoordelen, en Gedaagde kan dit bewijs leveren, dan zou er geen sprake zijn van dwaling. (Rechtsoverweging 3.7)
- Artikel 3:44 BW (bedrog) De rechtbank overweegt dat als er een grote discrepantie in waarde bestaat, en Gedaagde hiervan op de hoogte was door haar deskundigheid, er mogelijk sprake is van bedrog. Dit zou het geval zijn als Gedaagde bewust de waardeverschillen niet aan J. sr. heeft medegedeeld. (Rechtsoverweging 3.7)
Conclusie
De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is voor misbruik van omstandigheden door Gedaagde. De vorderingen tot vernietiging van de overeenkomsten op basis van misbruik van omstandigheden en dwaling worden afgewezen, tenzij er een grote discrepantie in waardes blijkt uit een deskundigenbericht. De vordering met betrekking tot de bruikleen van het biljart wordt afgewezen. De zaak wordt verwezen voor nadere akte en deskundigenonderzoek naar de waarde van de kunstwerken.
Partijen en standpunten
- Eiser: [De heer J. en Mevrouw J.]
- Gedaagde: [Mevrouw H.]
[Eisers] vorderen teruggave van kunstwerken en vernietiging van diverse overeenkomsten wegens beweerd bedrog, dwaling of misbruik van omstandigheden door [Gedaagde]. Ze beweren dat [Gedaagde] kunstwerken van hun overleden vader in bezit heeft gehouden en deze onder dubieuze omstandigheden heeft geruild of verkocht. Daarnaast eisen ze schadevergoeding voor te veel betaalde bedragen bij kunstverkopen en vernietiging van een onredelijke huurovereenkomst voor een biljarttafel.
[Gedaagde] betwist de vorderingen en stelt dat de kunstwerken rechtmatig via ruil- en schenkingsaktes zijn verkregen. Ze beweert dat er geen sprake is van bedrog of misbruik van omstandigheden en dat de overeenkomsten op vrijwillige basis zijn gesloten. Ook betwist ze de nietigheid van het beslag en de gestelde prijsverschillen bij kunstverkopen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 1993 Gedaagde, een restauratrice en handelaar in kunst en antiquiteiten, begon met het restaureren van kunstwerken voor J. sr. en bemiddelde bij de verkoop van kunstwerken.
- 1995 Volgens eiser ging het vanaf 1995 bergafwaarts met de gezondheid van J. sr., die ziekelijk en extreem vergeetachtig werd.
- 2000 Eiser merkte dat verschillende schilderijen, eigendom van J. sr., uit diens huis verdwenen waren. Acht schilderijen en een beeld bleken in bezit van gedaagde te zijn.
- 13-02-2001 De Belgische raadsman van eiser schreef een brief aan gedaagde, die gedetineerd was in Brussel, over de teruggave van schilderijen.
- 14-02-2001 Gedaagde reageerde op de brief, bevestigend dat de schilderijen aan haar waren toevertrouwd voor onderzoek of verkoop.
- 21-02-2001 Gedaagde schreef opnieuw aan de Belgische raadsman van eiser, benadrukkend dat de eigendommen van J. sr. in optimale conditie zouden blijven.
- 06-03-2001 Eiser kreeg verlof van de president van de rechtbank om conservatoir beslag te leggen onder gedaagde.
- 09-03-2001 Op deze datum werd beslag gelegd, waarbij slechts ÊÊn schilderij werd aangetroffen.
- 03-05-2001 Vordering ingediend bij onderzoeksrechter te Luik voor afgifte van inbeslaggenomen voorwerpen door de Belgische justitie.
- 02-05-2002 Eisers dagvaardden gedaagde bij de rechtbank Maastricht en brachten producties in het geding.
- 01-08-2002 Eisers legden stukken over ten behoeve van de comparitie na antwoord.
- 12-08-2002 Eisers stuurden een faxbericht met stukken voor de comparitie.