Bij afwijking bestemmingsplan moet ruimtelijke aanvaardbaarheid zorgvuldig worden gemotiveerd en belangen afgewogen.
Beroepen van omwonenden tegen diverse besluiten ten behoeve van de uitbreiding van een supermarkt (omgevingsvergunning voor de uitbreiding en twee wijzigingen van die omgevingsvergunning, maatwerkvoorschriften, omgevingsvergunning voor het veranderen van een uitweg) en tegen de afwijzing van hun verzoek om handhaving. Beroep van supermarkt tegen de tweede wijziging (vergunningvoorschriften). Uitspraak na advisering door StAB, descente en aansluitende mondelinge behandeling. Beroep van supermarkt ongegrond. Beroep van omwonenden voor zover gericht tegen omgevingsvergunning voor uitbreiding en eerste wijziging daarvan gegrond, maar betreffende gebreken zijn gerepareerd met het eerste respectievelijk het tweede wijzigingsbesluit. Beroep tegen overige besluiten ongegrond.
Rechtsvraag
Het centrale juridische probleem is of de omgevingsvergunningen voor de uitbreiding van de supermarkt, de verandering van de inrit/uitweg, het maatwerkbesluit en de weigering om handhavend op te treden tegen het laad- en losperron rechtmatig zijn verleend en of deze besluiten in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en de belangen van de omwonenden, in het bijzonder de eisers.
Regel
- Art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 2ยฐ, Wabo (Afwijking bestemmingsplan bij omgevingsvergunning)
- Art. 2.22, tweede lid, Wabo (Voorschriften omgevingsvergunning)
- Art. 4, eerste lid, onderdeel 1, 3 en 9, Bijlage II, Bor (Afwijking bestemmingsplan bij bijbehorend bouwwerk)
- Art. 2.18 Wabo (Weigeringsgronden uitwegvergunning)
- Art. 4:84 Awb (Afwijking beleidsregel)
- Art. 8:69a Awb (Relativiteitsvereiste)
- Art. 2.17 Abm (Geluidsnormen inrichtingen)
- Art. 2.20 Abm (Maatwerkvoorschriften geluidsnormen)
- Art. 5, tweede lid, Bijlage II, Bor (Vergunningvrij bouwen)
Toepassing
- Art. 2.12, eerste lid, onder a, onder 2ยฐ, Wabo (Afwijking bestemmingsplan bij omgevingsvergunning) De rechtbank oordeelt dat de omgevingsvergunningen voor de uitbreiding van de supermarkt en het gebruik van het terrein in strijd zijn met het bestemmingsplan. Verweerder gebruikt artikel 2.12 om de vergunning te verlenen, maar er is sprake van een motiveringsgebrek omdat het belang van eisers bij behoud van hun uitzicht niet voldoende is afgewogen. Dit is gerepareerd in het tweede wijzigingsbesluit. [21.4-21.9]
- Art. 2.22, tweede lid, Wabo (Voorschriften omgevingsvergunning) Verweerder heeft voorschriften aan de omgevingsvergunning verbonden om het woon- en leefklimaat van eisers te beschermen, zoals het beperken van piekgeluiden van laden en lossen. De rechtbank oordeelt dat deze voorschriften voldoende zijn om het belang van een goede ruimtelijke ordening te dienen. [20.1-20.2]
- Art. 4, eerste lid, onderdeel 1, 3 en 9, Bijlage II, Bor (Afwijking bestemmingsplan bij bijbehorend bouwwerk) Verweerder heeft terecht gebruik gemaakt van artikel 4, onderdeel 9, voor het gebruik van het terrein voor de supermarkt, maar heeft aanvankelijk nagelaten dit in de motivering op te nemen. Dit gebrek is hersteld in het tweede wijzigingsbesluit. [21.7-21.8]
- Art. 2.18 Wabo (Weigeringsgronden uitwegvergunning) De vergunning voor de uitweg is verleend ondanks strijd met de Beleidsregel, omdat de nieuwe situatie verkeersveiliger is. Verweerder heeft terecht van de inherente afwijkingsbevoegdheid gebruik gemaakt. [40.4-40.5]
- Art. 4:84 Awb (Afwijking beleidsregel) Verweerder heeft terecht afgeweken van de Beleidsregel inzake de uitwegvergunning vanwege de bijzondere omstandigheden dat de verkeersveiligheid wordt verbeterd en de bedrijfsvoering afhankelijk is van de uitweg. [40.5]
- Art. 8:69a Awb (Relativiteitsvereiste) Het relativiteitsvereiste staat niet in de weg aan vernietiging van het besluit over de uitwegvergunning, omdat eisers een direct belang hebben bij de verkeersveiligheid naast hun woning. [40.1]
Conclusie
Het beroep van eisers tegen de bestreden besluiten 1 en 2 is gegrond vanwege een motiveringsgebrek, maar het tweede wijzigingsbesluit herstelt dit. De beroepen tegen de andere besluiten zijn ongegrond. De omgevingsvergunningen en maatwerkvoorschriften blijven in stand, en er is concreet zicht op legalisatie voor het laad- en losperron. Verweerder moet eisers het griffierecht vergoeden en de Staat is veroordeeld tot schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 19-03-2021 Verweerder verleent aan vergunninghoudster een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van een supermarkt aan het [adres 1] in [vestigingsplaats 1].
- 26-07-2021 Verweerder verklaart het bezwaar van eisers tegen het besluit van 19-03-2021 ongegrond (bestreden besluit 1).
- 29-10-2021 De voorzieningenrechter treft een voorlopige voorziening ten aanzien van het bestreden besluit 1.
- 16-12-2021 Verweerder wijzigt het bestreden besluit 1 met een wijzigingsbesluit (bestreden besluit 2).
- 18-02-2022 Op verzoek van vergunninghoudster heft de voorzieningenrechter de eerder getroffen voorlopige voorziening op.
- 23-11-2022 De rechtbank verzoekt de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) om advies inzake het beroep 21/2282.
- 05-01-2023 Verweerder verklaart het bezwaar van eisers tegen het besluit van 9 augustus 2022 ongegrond (bestreden besluit 3).
- 27-03-2023 De StAB brengt het gevraagde verslag van 23 maart 2023 uit aan de rechtbank.
- 21-04-2023 Verweerder verklaart het bezwaar van eisers tegen het besluit van 6 december 2022 ongegrond (bestreden besluit 4).
- 06-07-2023 Verweerder wijzigt de bestreden besluiten 1 en 2 door de motivering aan te passen en extra voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden (bestreden besluit 5).
- 23-10-2023 Verweerder verklaart het bezwaar van eisers tegen het besluit van 29 juni 2023 ongegrond (bestreden besluit 6).
- 04-04-2024 De rechtbank voert een onderzoek ter plaatse uit in het kader van de beroepen.