AWBZ-verplichtingen schending verhindert niet Wlz-pgb toekenning.

Rechtbank Limburg · 12 maart 2018 · Voorlopige voorziening+bodemzaak · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

In zijn uitspraak van 3 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:42 heeft de Centrale Raad van Beroep (de Raad) bepaald dat uit de definitie van het pgb zoals opgenomen in artikel 1.1.1 van de Wlz volgt dat in die wet en de daarop berustende bepalingen met een pgb wordt bedoeld een pgb verleend op grond van de Wlz en dat artikel 5.20, tweede lid, aanhef en onder c, van de Rlz dan ook niet zo dient te worden uitgelegd dat het Zorgkantoor de verleningsbeschikking kan intrekken of wijzigen indien de verzekerde zich bij de eerdere verstrekking van een pgb op grond van de AWBZ niet heeft gehouden aan de opgelegde verplichtingen. Nu het Zorgkantoor in het geval van appellante heeft verwezen naar niet-nagekomen verplichtingen in het kader van een AWBZ-pgb, bood –aldus de Raad– de hiervoor vermelde bepaling het Zorgkantoor geen bevoegdheid het pgb van appellante te beëindigen. Alhoewel deze uitspraak gaat over intrekken of wijzigen van een toegekend pgb en niet, zoals de onderhavige zaak, over het niet toekennen van een pgb, is de voorzieningen¬¬rechter anders dan verweerder van oordeel dat de beëindiging van het pgb onder de AWBZ in verband met het niet nakomen van de aan dat pgb verbonden verplichtingen verzoekster in het kader van de Wlz niet kan worden tegengeworpen. Zowel artikel 3.3.3, vijfde lid onder a, van de Wlz als artikel 5.20, tweede lid, aanhef en onder c, van de Rlz bevatten de zinsnede "indien de verzekerde zich bij de eerdere verstrekking van een pgb niet heeft gehouden aan de opgelegde verplichtingen". Vanwege dezelfde formulering van de intrekkings- c.q. weigeringsgrond in beide artikelen en met inachtneming van genoemde uitspraak van de Raad is de voorzieningenrechter van oordeel dat met het pgb, zoals vermeld in artikel 3.3.3, vijfde lid, van de Wlz eveneens is bedoeld een pgb verstrekt onder de Wlz. De schending van voorwaarden verbonden aan een eerder aan eiseres verstrekt pgb op grond van de AWBZ mag er dus niet toe leiden dat eiseres een pgb op grond van de Wlz wordt geweigerd.

Rechtsvraag

Kan de schending van verplichtingen verbonden aan een eerder aan eiseres verstrekt persoonsgebonden budget op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) leiden tot weigering van een nieuw persoonsgebonden budget op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz)?

Regel

  • art. 3.3.3, vijfde lid onder a, Wlz (weigeringsgrond voor toekenning pgb bij niet-nakoming verplichtingen)
  • ECLI:NL:CRVB:2018:42 (jurisprudentie over uitleg van pgb onder Wlz en AWBZ)

Toepassing

  • art. 3.3.3, vijfde lid onder a, Wlz (weigeringsgrond voor toekenning pgb bij niet-nakoming verplichtingen) De voorzieningenrechter heeft bepaald dat de schending van voorwaarden verbonden aan een eerder verstrekt pgb onder de AWBZ niet kan leiden tot weigering van een pgb onder de Wlz. Dit is omdat de formulering van de intrekkings- en weigeringsgrond in beide artikelen hetzelfde is. De rechter oordeelt dat de Wlz-bepaling verwijst naar een pgb verleend onder de Wlz, niet onder de AWBZ.
  • ECLI:NL:CRVB:2018:42 (jurisprudentie over uitleg van pgb onder Wlz en AWBZ) De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep waarin is geoordeeld dat eerdere schendingen van verplichtingen onder de AWBZ niet kunnen worden tegengeworpen bij een aanvraag voor een pgb onder de Wlz. Dit ondersteunt de conclusie dat de eerdere intrekking van het pgb onder de AWBZ niet relevant is voor de huidige aanvraag onder de Wlz.

Conclusie

Het beroep is gegrond verklaard omdat de voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de schending van verplichtingen onder een eerder AWBZ-pgb niet kan leiden tot weigering van een pgb onder de Wlz. Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-05-2015 Het VGZ Zorgkantoor heeft het pgb van eiseres ingetrokken omdat zij niet voldeed aan de verplichtingen. Deze intrekking was gebaseerd op artikel 2.6.12, tweede lid sub a, van de Regeling Subsidies AWBZ.
  2. 15-07-2015 Het bezwaar van eiseres tegen de intrekking van het pgb is door VGZ Zorgkantoor ongegrond verklaard. Eiseres heeft geen beroep ingesteld tegen deze beslissing.
  3. 24-10-2016 Eiseres verhuisde naar de regio van CZ Zorgkantoor en VGZ Zorgkantoor diende een omzettingsverzoek van zorg in natura naar pgb in namens eiseres.
  4. 23-11-2016 CZ Zorgkantoor heeft het verzoek van eiseres voor een pgb op grond van de Wlz afgewezen, gebaseerd op artikel 3.3.3, vijfde lid onder a, van de Wlz.
  5. 30-03-2017 CZ Zorgkantoor heeft het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van het pgb-verzoek ongegrond verklaard.
  6. 22-02-2018 Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden. Eiseres, haar gemachtigde, haar curator/bewindvoerder en haar zorgverlener waren aanwezig. CZ Zorgkantoor werd vertegenwoordigd door hun gemachtigde.
  7. 07-03-2018 De voorzieningenrechter verklaart het beroep van eiseres gegrond, vernietigt het bestreden besluit van CZ Zorgkantoor en draagt hen op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt een voorlopige voorziening getroffen zodat de verleende hulp aan eiseres vergoed wordt.