Oplichting, bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift leiden tot gevangenisstraf, werkstraf en geldboete.

Rechtbank Haarlem ยท 7 augustus 2012 ยท Eerste aanleg - meervoudig ยท Strafrecht

Veroordeling voor oplichting van de voormalige HBU-bank voor een bedrag van bijna 1,4 miljoen euro door deze bank - in strijd met de waarheid - voor te spiegelen dat het bedrijf van verdachte bezig was met een lucratieve aan- en verkoop van een partij textiel, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval bleek te zijn, waardoor de bank een additioneel krediet heeft verstrekt tot het vermelde bedrag. Hierbij heeft verdachte in strijd met (de bedoeling van) de door de bank gestelde voorwaarden, aan de bank doen voorkomen alsof (ook) het eigen vermogen van het bedrijf werd versterkt, vanuit een andere firma, door het door die firma storten van twee maal een bedrag van โ‚ฌ 250.000,--, terwijl deze stortingen in werkelijkheid afkomstig waren van een derde die, nadat de bank het krediet had verstrekt, buiten het zicht van de bank direct weer werd terugbetaald, zodat van versterking van het eigen vermogen van verdachtes bedrijf feitelijk geen sprake was. Tevens heeft verdachte valse stukken opgesteld of laten opstellen. Deze stukken hielden niet alleen verband met de oplichting, maar ook met een (onduidelijk gebleven) overboeking van de rekening van het bedrijf naar de rekening van een firma in Zwitserland van een bedrag ad โ‚ฌ 280.000,--. Volgens de namens verdachte opgestelde factuur hield deze betaling verband met, wederom, een textieltransactie, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval bleek te zijn. Tot slot heeft verdachte in het zicht van het naderende faillissement van het bedrijf goederen aan de boedel van deze rechtspersoon onttrokken tot een totaalbedrag van ruim โ‚ฌ 13.000,--. Aldus heeft verdachte zichzelf bevoordeeld ten opzichte van de schuldeisers van zijn bedrijf, onder wie werknemers met een loonvordering.

Rechtsvraag

De centrale rechtsvraag is of de verdachte schuldig is aan oplichting, bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift zoals hem ten laste is gelegd.

Regel

  • art. 326 Sr (oplichting): Het misleiden van iemand tot het afgeven van geld of goederen door middel van een list of bedrog.
  • art. 343 Sr (bedrieglijke bankbreuk): Het onttrekken van goederen aan de boedel van een failliete rechtspersoon met het doel de rechten van schuldeisers te verkorten.
  • art. 225 Sr (valsheid in geschrift): Het opmaken of vervalsen van een geschrift met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken.

Toepassing

  • art. 326 Sr (oplichting) De verdachte heeft de bank HBU misleid door voor te spiegelen dat [bedrijf 1] eigen vermogen had versterkt met stortingen van [bedrijf 2], terwijl deze stortingen in werkelijkheid leningen van derden waren die direct na verstrekking van het krediet werden terugbetaald. Dit deed de bank geloven dat er sprake was van een lucratieve textieltransactie, waardoor zij een krediet van ongeveer 1,4 miljoen euro verstrekte. De bank zou deze financiering niet hebben verstrekt als zij op de hoogte was geweest van de werkelijke gang van zaken. (RO 4.1)
  • art. 343 Sr (bedrieglijke bankbreuk) De verdachte heeft als bestuurder van [bedrijf 1], na zijn formele terugtreden, feitelijk de leiding behouden en heeft geldbedragen aan de boedel onttrokken. Hij liet bedragen overboeken naar zijn persoonlijke rekening en contant uitbetalen zonder onderliggende stukken, waardoor schuldeisers werden benadeeld. (RO 4.1)
  • art. 225 Sr (valsheid in geschrift) De verdachte heeft verschillende documenten vervalst, waaronder een creditnota en overeenkomsten van geldlening, om een schijn van rechtmatigheid te wekken voor transacties die in werkelijkheid niet plaatsvonden. Deze valse documenten werden gebruikt om de bank te misleiden. (RO 4.1)

Conclusie

De rechtbank concludeert dat de verdachte schuldig is aan oplichting, bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift. Hij wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 214 dagen voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van 50.000 euro. Het eerder geschorste bevel tot voorlopige hechtenis wordt opgeheven.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Openbaar Ministerie
  • Gedaagde: [Verdachte]

De verdachte wordt beschuldigd van oplichting van de HBU-bank, bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift.

De raadsman betoogde dat het OM niet-ontvankelijk is wegens onrechtmatige start onderzoek, schending gelijkheidsbeginsel en onvoldoende voorbereidingstijd.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 31-12-2004 Verdachte en bedrijf 2 worden ingeschreven als algemeen directeur van bedrijf 1 in het Handelsregister van de Kamers van Koophandel.
  2. 01-01-2005 Bedrijf 2 treedt uit functie als directeur van bedrijf 1.
  3. 14-07-2005 Een bedrag van โ‚ฌ 250.000 wordt op de rekening van bedrijf 1 gestort, afkomstig van Stichting derdengelden van een advocatenkantoor, en vervolgens overgemaakt naar bedrijf 6.
  4. 12-09-2005 Bedrijf 6 stort opnieuw โ‚ฌ 250.000 op de derdenrekening van een advocatenkantoor.
  5. 13-09-2005 HBU stort het tweede deel van de financiering ad โ‚ฌ 654.500 op de derdenrekening van een advocatenkantoor.
  6. 14-09-2005 Een bedrag van โ‚ฌ 275.000 wordt van de derdenrekening overgemaakt aan bedrijf 6 in opdracht van verdachte.
  7. 06-10-2006 Verdachte treedt terug als directeur van bedrijf 1 en stelt betrokkene 4 en 6 aan, maar blijft feitelijk leidinggevende.
  8. 14-11-2006 Bedrijf 1 wordt in staat van faillissement verklaard door de rechtbank Haarlem.
  9. 16-02-2010 Curator doet aangifte tegen verdachte wegens bedrieglijke bankbreuk in het faillissement van bedrijf 1.
  10. 16-03-2012 Verdachte wordt aangehouden, wat de verdediging belemmert om de zaak voor de zitting van 19 maart 2012 goed voor te bereiden.
  11. 24-07-2012 Openbare terechtzitting in de strafzaak tegen verdachte vindt plaats.
  12. 07-08-2012 De rechtbank Haarlem doet uitspraak en veroordeelt verdachte voor oplichting, bedrieglijke bankbreuk en valsheid in geschrift.