Vervangende toestemming voor overplaatsing pleegkind slechts in belang van de minderjarige.

Rechtbank Groningen Β· 13 april 2007 Β· Eerste aanleg - enkelvoudig Β· Personen- en familierecht

Artikel 1:336a BW. Overplaatsing van een pleegkind zonder toestemming van de pleegouders. Het verzoek van Bjz tot het verlenen van vervangende toestemming wordt afgewezen.

Rechtsvraag

Kan de kinderrechter vervangende toestemming verlenen voor de overplaatsing van een pleegkind zonder toestemming van de pleegouders op basis van artikel 1:336a BW?

Regel

  • art. 1:336a lid 2 BW (Burgerlijk Wetboek Boek 1, wijziging verblijfplaats minderjarige met vervangende toestemming kinderrechter)
  • art. 3 IVRK (Verdrag inzake de rechten van het kind, belang van het kind)
  • art. 8 EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, recht op respect voor privΓ©- en gezinsleven)

Toepassing

  • art. 1:336a lid 2 BW (Burgerlijk Wetboek Boek 1, wijziging verblijfplaats minderjarige met vervangende toestemming kinderrechter) De rechtbank stelt vast dat bjz zich op het standpunt stelt dat de overplaatsing van [het kind] noodzakelijk is vanwege samenwerkingsproblemen met de pleegouders en het belang van [het kind]. De rechtbank overweegt echter dat de pleegouders voldoende hebben aangetoond dat zij in het belang van [het kind] handelen en dat bjz onvoldoende heeft onderbouwd waarom de overplaatsing noodzakelijk zou zijn. De rechtbank concludeert dat de samenwerkingsproblemen niet van een zodanige ernst zijn dat een overplaatsing in het belang van [het kind] is. (Rechtsoverwegingen 1-5)
  • art. 3 IVRK (Verdrag inzake de rechten van het kind, belang van het kind) De rechtbank overweegt dat het belang van [het kind] prevaleert en dat bjz onvoldoende heeft aangetoond dat een overplaatsing in haar belang is. De pleegouders hebben aangetoond dat [het kind] zich positief ontwikkelt in hun zorg en dat een overplaatsing schadelijk kan zijn voor haar ontwikkeling gezien haar traumatische verleden. (Rechtsoverwegingen 6-9)
  • art. 8 EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, recht op respect voor privΓ©- en gezinsleven) De rechtbank stelt dat een overplaatsing van [het kind] een inbreuk zou maken op haar recht op respect voor haar gezinsleven met de pleegouders. Gezien de hechting van [het kind] aan de pleegouders en de duur van de plaatsing, acht de rechtbank een overplaatsing niet gerechtvaardigd zonder voldoende onderbouwing van bjz. (Rechtsoverwegingen 10-12)

Conclusie

De rechtbank wijst het verzoek van bjz tot verlening van vervangende toestemming voor de overplaatsing van [het kind] af. De kinderrechter oordeelt dat bjz onvoldoende heeft onderbouwd dat de overplaatsing in het belang van [het kind] is en dat de pleegouders voldoende hebben aangetoond dat zij in het belang van [het kind] handelen. De beslissing is genomen op basis van artikel 1:336a BW, artikel 3 IVRK en artikel 8 EVRM.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Bureau Jeugdzorg Groningen
  • Gedaagde: De pleegouders

Bureau Jeugdzorg Groningen verzocht vervangende toestemming om de verblijfplaats van de minderjarige te wijzigen, wegens samenwerkingsproblemen met de pleegouders en zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van het kind.

De pleegouders betwistten de noodzaak van overplaatsing, stelden dat het kind zich positief ontwikkelt en dat de samenwerking met andere hulpverleners goed verloopt. Ze voerden aan dat overplaatsing schadelijk zou zijn voor het kind.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 25-05-2009 Bij beschikking van 25 mei 2009 is Bureau Jeugdzorg Zuid-Holland Zuid benoemd tot voogdes over [de minderjarige 2] nadat haar vader haar moeder heeft vermoord.
  2. 14-08-2009 [Het kind] en haar broertje [A.] zijn vanaf deze datum bij de pleegouders gaan wonen.
  3. 06-07-2010 Bij beschikking van 6 juli 2010 is de voogdij over [het kind] overgedragen aan Bureau Jeugdzorg Groningen.
  4. 14-03-2012 Op 14 maart 2012 is [A.] overgeplaatst naar een ander pleeggezin.
  5. 23-03-2012 Intern overleg bij BJZ over de samenwerking met de pleegouders en de verblijfplaats van [het kind].
  6. 26-06-2012 BJZ neemt het besluit om [het kind] over te plaatsen vanwege problematische samenwerking met de pleegouders en zorgen over [het kind]'s veiligheid en ontwikkeling.
  7. 10-07-2012 BJZ dient een verzoekschrift in bij de rechtbank om vervangende toestemming te verkrijgen voor de overplaatsing van [het kind].
  8. 23-07-2012 BJZ dient een aanvullende brief in ter griffie.
  9. 26-07-2012 De pleegouders dienen een verweerschrift met producties in ter griffie via hun advocaat.
  10. 30-07-2012 De pleegouders sturen een fax met aanvullende producties naar de rechtbank.
  11. 31-07-2012 De rechtbank behandelt de zaak met gesloten deuren. Gehoord worden: namens BJZ mw. B. Mulder, de pleegouders, hun advocaat en mw. S. van der Laan van de Raad voor de Kinderbescherming.
  12. 03-09-2012 De rechtbank wijst het verzoek van BJZ om vervangende toestemming voor de overplaatsing van [het kind] af.