Een vaststellingsovereenkomst is geldig indien partijen onzekerheid willen beëindigen, zelfs bij uitsluiting van vernietiging wegens dwaling.
Erfrecht. Vonnis in de hoofdzaak en in de vrijwaring. Vaststellingsovereenkomst in de zin van artikel 7:900 BW? Dwaling/ bedrog/ misbruik van omstandigheden/ wanprestatie/ onrechtmatige daad? De vorderingen worden afgewezen.
Rechtsvraag
Kunnen de erfgenamen van [persoon 1] de vaststellingsovereenkomst van 12 maart 2020 vernietigen op grond van dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden, en zijn de gedaagden aansprakelijk voor de vermeende schade?
Regel
- art. 7:900 BW (Vaststellingsovereenkomst: Partijen binden zich ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt)
- art. 6:228 BW (Dwaling: Een overeenkomst is vernietigbaar indien deze tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten)
- art. 3:44 BW (Misbruik van omstandigheden en bedrog: Een rechtshandeling is vernietigbaar indien zij tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden of bedrog)
- art. 1:444 BW (Aansprakelijkheid bewindvoerder: Een bewindvoerder is aansprakelijk indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet)
- art. 843a Rv (Recht op inzage, afschrift of uittreksel van bescheiden: Een partij kan vorderen dat de wederpartij inzage geeft in bepaalde bescheiden)
Toepassing
- art. 7:900 BW (Vaststellingsovereenkomst: Partijen binden zich ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt) De rechtbank heeft geoordeeld dat de overeenkomst tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een vaststellingsovereenkomst is in de zin van art. 7:900 BW, omdat deze was bedoeld om onzekerheid of geschil omtrent hetgeen rechtens geldt te beëindigen of te voorkomen. Dit blijkt onder meer uit de complexiteit van de vermogenssituatie en de verschillende juridische kwesties die daarbij speelden.
- art. 6:228 BW (Dwaling: Een overeenkomst is vernietigbaar indien deze tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten) De erfgenamen van [persoon 1] hebben onvoldoende onderbouwd dat sprake was van dwaling. Ze hebben niet duidelijk gemaakt of het ging om een onjuiste inlichting, een schending van de spreekplicht, of wederzijdse dwaling. Bovendien is niet aangetoond dat [gedaagde 1] door [gedaagde 2] of andere partijen had moeten worden ingelicht over bepaalde zaken. De rechtbank heeft daarom het beroep op dwaling afgewezen.
- art. 3:44 BW (Misbruik van omstandigheden en bedrog: Een rechtshandeling is vernietigbaar indien zij tot stand is gekomen door misbruik van omstandigheden of bedrog) De erfgenamen van [persoon 1] hebben niet voldoende onderbouwd dat sprake was van bedrog of misbruik van omstandigheden. Ze hebben niet concreet gemaakt hoe [gedaagde 1] door [gedaagde 2] en de notaris zou zijn misleid, en evenmin is aangetoond dat [gedaagde 2] en de notaris misbruik hebben gemaakt van de situatie van [gedaagde 1]. De rechtbank heeft daarom ook deze gronden voor vernietiging afgewezen.
- art. 1:444 BW (Aansprakelijkheid bewindvoerder: Een bewindvoerder is aansprakelijk indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekortschiet) De erfgenamen van [persoon 1] hebben onvoldoende aangetoond dat [gedaagde 1] als bewindvoerder tekort is geschoten in haar zorgplicht. De rechtbank heeft geoordeeld dat [gedaagde 1] zorgvuldig heeft gehandeld, zich heeft laten adviseren door een externe deskundige, en pas na machtiging van de rechtbank de vaststellingsovereenkomst heeft gesloten. Er is daarom geen sprake van wanprestatie of onrechtmatige daad door [gedaagde 1].
- art. 843a Rv (Recht op inzage, afschrift of uittreksel van bescheiden: Een partij kan vorderen dat de wederpartij inzage geeft in bepaalde bescheiden) De erfgenamen van [persoon 1] hebben niet specifiek gesteld welke stukken ze al hebben ontvangen en welke stukken ze nog missen. De rechtbank heeft daarom geoordeeld dat niet is voldaan aan de cumulatieve vereisten van art. 843a Rv, en heeft de voorwaardelijke vordering tot het verstrekken van stukken afgewezen.
Conclusie
De rechtbank heeft geoordeeld dat de erfgenamen van [persoon 1] niet hebben aangetoond dat de vaststellingsovereenkomst vernietigbaar is op grond van dwaling, bedrog of misbruik van omstandigheden. Ook is niet aangetoond dat [gedaagde 1] als bewindvoerder tekort is geschoten in haar zorgplicht. De vorderingen van de erfgenamen worden afgewezen en zij worden veroordeeld in de proceskosten. Ook de vorderingen in de vrijwaringszaak worden afgewezen.
Partijen en standpunten
- Eiser: De erfgenamen van [persoon 1]
- Gedaagde: [gedaagde 1], [gedaagde 2], [gedaagde 3]
De erfgenamen van [persoon 1] vorderden vernietiging van de vaststellingsovereenkomst van 12 maart 2020 wegens dwaling, misbruik van omstandigheden en bedrog, en schadevergoeding vanwege wanprestatie en/of onrechtmatige daad door [gedaagde 1] en [gedaagde 2].
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] voerden aan dat er geen sprake was van verkwanseling van het vermogen van [persoon 1], dat de overeenkomst zorgvuldig tot stand was gekomen en dat zij hun zorgplicht niet hadden geschonden.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 25-10-2023 De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft een tussenvonnis gewezen. Dit tussenvonnis bevat de processtukken die tot dat moment zijn ingediend.
- 05-03-2024 Er heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden voor zowel de hoofdzaak als de vrijwaringszaak. Tijdens deze behandeling zijn verschillende processtukken besproken.
- 12-06-2024 De rechtbank heeft een eindvonnis gewezen in zowel de hoofdzaak als de vrijwaringszaak.
- 28-06-2023 De rechtbank heeft een vonnis in incident gewezen. In dit vonnis zijn de feiten en processtukken tot dat moment besproken.
- 24-01-2020 [gedaagde 1 in vrijwaringszaak] heeft namens [gedaagde 1] bij brief aan de rechtbank machtiging gevraagd om de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen. Deze machtiging is verleend met uitzondering van één onderdeel.
- 12-03-2020 [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben een vaststellingsovereenkomst ondertekend. Deze overeenkomst is verleden door notaris [gedaagde 2 in vrijwaringszaak].
- [datum] [jaar] In het testament van de grootvader van [persoon 2] is een uitsluitingsclausule opgenomen die bepaalt dat al het gelegateerde of krachtens erfstelling opkomende niet in enige gemeenschap van goederen valt.
- [datum] [jaar] In een notariële akte afgifte legaat staat dat [persoon 2] van zijn grootvader een legaat bestaande uit certificaten van aandelen heeft ontvangen.
- [datum] [jaar] [persoon 1] en [persoon 2] zijn op huwelijkse voorwaarden in Nederland gehuwd. Deze huwelijkse voorwaarden bevatten onder meer een uitsluiting van de gemeenschap van goederen en een finaal verrekenbeding bij het einde van het huwelijk.
- [datum] [jaar] [persoon 1] en [persoon 2] hebben Franse huwelijkse voorwaarden overeengekomen waarin onder meer is opgenomen dat Frans recht van toepassing is op het huwelijksgoederenregime betreffende onroerende goederen in Frankrijk.
- [jaar] [persoon 2] heeft een legaat uit de nalatenschap van zijn vader ontvangen ten bedrage van € 11.500.000,00. In het testament van zijn vader is een uitsluitingsclausule opgenomen.
- [datum] [jaar] [persoon 2] heeft laatstelijk zijn testament gewijzigd. In dit testament is [gedaagde 3] tot enig erfgenaam benoemd onder de last van een aantal legaten en is [gedaagde 2] tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder benoemd.