Nadere bewijslevering vereist om aansprakelijkheid wegbeheerder voor aquaplaning vast te stellen.

Rechtbank Gelderland ยท 3 april 2024 ยท Beschikking ยท Civiel recht

Deelgeschil letselschade. art. 6:174 en 6:162 BW. Eenzijdig auto ongeval door aquaplaning. Is hoeveelheid water op de weg mede veroorzaakt door gebrekkige weginrichting? Nadere bewijslevering nodig. Afwijzing verzoek op grond van art. 1019z RV. Begroting kosten van dit deelgeschil en voorafgaand deelgeschil.

Rechtsvraag

Is de provincie Gelderland als wegbeheerder aansprakelijk voor de schade die [eiser] heeft geleden door het verkeersongeval op de N785 op grond van artikel 6:174 BW en/of artikel 6:162 BW?

Regel

  • art. 6:174 BW (Risicoaansprakelijkheid voor opstallen): De wegbeheerder is aansprakelijk als de weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar oplevert voor personen en zaken.
  • art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad): Een wegbeheerder kan aansprakelijk zijn als hij een gevaarzettende situatie niet voorkomt, mits hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt.
  • HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236 (Wilnis): Bij beoordeling of een weg gebrekkig is, moet gekeken worden naar de verwachting van gebruik, de kans op verwezenlijking van het gevaar en welke maatregelen redelijkerwijs te vergen zijn.
  • HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079 (Kelderluikcriteria): Criteria voor beoordeling van gevaarzetting, waaronder de waarschijnlijkheid van onoplettendheid, de aard en ernst van de dreigende schade en de bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen.

Toepassing

  • art. 6:174 BW (Risicoaansprakelijkheid voor opstallen): De wegbeheerder is aansprakelijk als de weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar oplevert voor personen en zaken. De rechtbank overweegt dat de weg (N785) een opstal is en dat de provincie als wegbeheerder ervoor moet zorgen dat de weg veilig is. De aanwezigheid van een 'del' in de weg waar water zich verzamelt na regenval kan onder omstandigheden een gebrek vormen. Echter, er is nadere bewijslevering nodig om vast te stellen of de plas water bij gebruikelijke regenval een gevaarlijke situatie oplevert, wat nog niet vaststaat. Dit kan een gebrek zijn als het stelselmatig gebeurt na normale regenval (Rechtsoverweging 4.4, 4.5).
  • art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad): Een wegbeheerder kan aansprakelijk zijn als hij een gevaarzettende situatie niet voorkomt, mits hem daarvan een verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank stelt dat voor aansprakelijkheid op grond van art. 6:162 BW moet worden vastgesteld dat de provincie wist of had moeten weten van de gevaarzettende situatie en dat zij redelijkerwijs maatregelen had moeten nemen. De bewijslast ligt bij [eiser]. Er is geen overtuigend bewijs dat de provincie voor het ongeval meldingen had ontvangen over de gevaarlijke situatie. Bovendien is er geen duidelijkheid over eventuele eerdere maatregelen die de provincie had kunnen nemen (Rechtsoverweging 4.7, 4.8, 4.9).
  • HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236 (Wilnis): Bij beoordeling of een weg gebrekkig is, moet gekeken worden naar de verwachting van gebruik, de kans op verwezenlijking van het gevaar en welke maatregelen redelijkerwijs te vergen zijn. De rechtbank past de maatstaven van het Wilnis-arrest toe en concludeert dat het nog niet vaststaat dat de weginrichting gebrekkig is onder normale weersomstandigheden. Er is nadere bewijslevering nodig om te bepalen of de plasvorming een stelselmatig probleem is en of de provincie redelijkerwijs eerder maatregelen had moeten nemen (Rechtsoverweging 4.5, 4.6).
  • HR 5 november 1965, ECLI:NL:HR:1965:AB7079 (Kelderluikcriteria): Criteria voor beoordeling van gevaarzetting, waaronder de waarschijnlijkheid van onoplettendheid, de aard en ernst van de dreigende schade en de bezwaarlijkheid van te nemen veiligheidsmaatregelen. De rechtbank overweegt dat de Kelderluikcriteria relevant zijn voor de beoordeling van de gevaarzetting. De provincie heeft aangevoerd dat de kans op een ongeval minimaal is en dat het nemen van maatregelen zoals het aanleggen van drainage of het ophogen van de weg te kostbaar is en niet redelijkerwijs kan worden verlangd. Dit punt kan nog niet worden beoordeeld zonder nadere bewijslevering over de omstandigheden en de redelijkheid van de te nemen maatregelen (Rechtsoverweging 4.14).

Conclusie

De rechtbank kan zonder nadere bewijslevering niet vaststellen dat de provincie aansprakelijk is op grond van artikel 6:174 BW of artikel 6:162 BW. Er is nadere instructie nodig omtrent de weginrichting, meldingen van gevaarlijke situaties en de redelijkheid van te nemen maatregelen. Het verzoek van [eiser] stuit daarom af op artikel 1019z Rv. De kosten van het deelgeschil worden begroot op โ‚ฌ 10.038,80, maar een veroordeling tot betaling van deze kosten blijft achterwege omdat aansprakelijkheid niet is vastgesteld.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [Naam van de eiser]
  • Gedaagde: Provincie Gelderland

[eiser] stelt dat de provincie aansprakelijk is voor de door het ongeval veroorzaakte schade op grond van art. 6:174 en/of artikel 6:162 BW omdat de weg niet voldeed aan de eisen die daaraan gesteld mogen worden en sprake was van een gevaarzettende situatie. [eiser] raakte met zijn auto in de slip doordat in de periode daarvoor zeer veel regen was gevallen en een grote plas water op de weg lag. De provincie was voorafgaand aan het ongeval van deze omstandigheden ter plaatse op de hoogte. Desondanks heeft zij geen voorzorgsmaatregelen genomen om weggebruikers te beschermen.

De provincie betwist de aansprakelijkheid, stelt dat de weg voldeed aan de vereisten (waaronder de CROW-richtlijnen), en dat een tijdelijke plas water op de weg geen gebrek vormt in de zin van artikel 6:174 BW. Verder wist de provincie niet van de aanwezigheid van de hoeveelheid water ter plaatse voorafgaand aan het ongeval en is de zorgplicht van de provincie niet oneindig.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 23-02-2020 [eiser] reed op de N785 tussen Rheden en Velp toen zijn auto in de slip raakte en tegen een boom tot stilstand kwam. Er was hevige regenval en aquaplaning. De provincie Gelderland is de wegbeheerder.
  2. 18-03-2020 [eiser] stelt de provincie aansprakelijk voor de geleden schade als gevolg van het ongeval.
  3. 12-2020 [bedrijf 2] voert een onderzoek uit in opdracht van de provincie en concludeert dat de plasvorming op de weg mede oorzaak is van het ongeval.
  4. 03-02-2022 [bedrijf 3] voert een contra-expertise uit in opdracht van [eiser] en concludeert dat de weg en de omstandigheden gevaarlijk waren en dat de provincie hiervan op de hoogte was.
  5. 28-02-2023 [eiser] dient een verzoekschrift in bij de rechtbank ex artikel 1019w e.v. Rv, dat later wordt ingetrokken.
  6. 02-05-2023 Tijdens de mondelinge behandeling besluiten partijen om nader onderzoek te doen en trekt [eiser] het verzoek in.
  7. 26-05-2023 [betrokkene 1], boer op het belendende perceel, verklaart over eerdere wateroverlast en de verhoogde weg.
  8. 25-05-2023 [betrokkene 2], ooggetuige, verklaart over de waterplas op de weg. [betrokkene 4], werkzaam bij [bedrijf 1], verklaart over het wegpompen van water.
  9. 30-05-2023 [betrokkene 3], weginspecteur van de provincie, verklaart over de situatie ter plaatse na het ongeval.
  10. 10-05-2023 Advocaat van [eiser] vraagt IMS naar meldingen en acties betreffende water op de weg.
  11. 16-05-2023 IMS stuurt factuur van [bedrijf 1] en meldt dat er geen andere meldingen over de locatie zijn ontvangen.
  12. 06-06-2023 Advocaten stellen gezamenlijk vragen aan [bedrijf 3] over de verklaring van [betrokkene 4].