Uitstel van betaling kan als krediet kwalificeren onder titel 7:2A BW; uitzonderingen restrictief uitleggen.
Prejudiciële vragen. Is titel 7.2A BW van toepassing op koop met achteraf betalen? Begrippen' onbetekenende kosten' en 'geruime tijd'. Kredietwaardigheidstoets. Gevolgen schendingen consumentenrecht. Samenhang tussen de koop en het krediet.
Rechtsvraag
De centrale rechtsvraag is of de overeenkomst tussen Arvato en [gedaagde] kan worden gekwalificeerd als een consumentenkredietovereenkomst in de zin van titel 7:2A BW en of de bepalingen van deze titel van toepassing zijn, gezien de door Arvato in rekening gebrachte kosten.
Regel
- art. 7:57 lid 1 sub c BW (definitie kredietovereenkomst)
- art. 7:58 lid 2 sub e BW (uitzondering toepasselijkheid titel 7:2A BW bij onbetekenende kosten)
- art. 139 Rv (verstekvonnis: toewijzing tenzij onrechtmatig of ongegrond)
- art. 6:96 BW (vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten)
- art. 7:60 BW (precontractuele informatieplicht bij kredietovereenkomsten)
- art. 4:34 Wft (kredietwaardigheidstoetsing verplichting)
- art. 113 BGfo (regels kredietwaardigheidstoets)
Toepassing
- art. 7:57 lid 1 sub c BW (definitie kredietovereenkomst) De rechter oordeelt dat Arvato, door uitstel van betaling te verlenen aan [gedaagde], een kredietovereenkomst heeft afgesloten als bedoeld in art. 7:57 lid 1 sub c BW. De vraag is of dit oordeel juist is en wanneer uitstel van betaling kwalificeert als krediet in de zin van titel 7:2A BW. De rechter vraagt zich af of het verlenen van uitstel van betaling onderdeel is van de beroeps- of bedrijfsactiviteiten van Arvato. (r.o. 4.3)
- art. 7:58 lid 2 sub e BW (uitzondering toepasselijkheid titel 7:2A BW bij onbetekenende kosten) Arvato beroept zich op de uitzondering dat de kosten onbetekenend zijn volgens art. 7:58 lid 2 sub e BW, gezien de korte terugbetalingstermijn en de lage kosten. De rechter vraagt of vertragingsrente, incassokosten, paymentfee en administratiekosten onder deze kosten vallen. (r.o. 4.4-4.12)
- art. 139 Rv (verstekvonnis: toewijzing tenzij onrechtmatig of ongegrond) De rechter moet de vordering ondanks verstek toewijzen tenzij deze onrechtmatig of ongegrond is. De rechter onderzoekt of Arvato's vordering voldoet aan de eisen en of het consumentenrecht is nageleefd. (r.o. 4.2)
- art. 6:96 BW (vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten) Arvato heeft buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vraag is of deze kosten moeten worden meegenomen bij de beoordeling van onbetekenende kosten. De rechter overweegt dat deze kosten mogelijk onder de totale kosten van het krediet vallen. (r.o. 4.10-4.12)
- art. 7:60 BW (precontractuele informatieplicht bij kredietovereenkomsten) De rechter vraagt zich af of Arvato aan de precontractuele informatieverplichtingen heeft voldaan en of deze informatie geruime tijd voor het sluiten van de overeenkomst is verstrekt. De verstrekking van informatie lijkt niet 'geruime tijd' voor de overeenkomst te zijn gebeurd. (r.o. 4.23)
- art. 4:34 Wft (kredietwaardigheidstoetsing verplichting) De kredietwaardigheidstoets moet worden uitgevoerd volgens art. 4:34 Wft. De rechter vraagt of deze toets ook geldt voor kleine kredieten en hoe deze in civiele procedures moet worden beoordeeld. (r.o. 4.24)
Conclusie
De rechter is voornemens prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen om duidelijkheid te krijgen over de toepasselijkheid van titel 7:2A BW op de overeenkomst tussen Arvato en [gedaagde], gezien de onduidelijkheid over de kwalificatie van de overeenkomst als consumentenkredietovereenkomst en de beoordeling van kosten als onbetekenend.
Partijen en standpunten
- Eiser: Arvato Finance B.V. h.o.d.n. Afterpay
- Gedaagde: [gedaagde]
Arvato vordert betaling van € 80,20 voor onbetaalde facturen en bijkomende kosten, inclusief wettelijke rente en incassokosten.
Gedaagde is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 27-02-2019 Gedaagde heeft als consument drie producten gekocht bij webshop.studio100.com en gekozen voor de betaalmethode Afterpay, met een extra paymentfee van € 1,00.
- 27-02-2019 Arvato heeft een betaaloverzicht naar gedaagde gestuurd, inclusief details van de aankoop en de uiterste betaaldatum van 13 maart 2019.
- 15-03-2019 Arvato heeft een e-mail herinnering gestuurd aan gedaagde, met het verzoek het openstaande bedrag binnen 16 dagen te voldoen om extra administratiekosten te voorkomen.
- 01-04-2019 Arvato heeft een tweede herinnering per e-mail aan gedaagde verstuurd, met een uiterste betaaldatum van 12 april 2019 en aankondiging van extra administratiekosten.
- 08-04-2019 Arvato heeft een derde herinnering per e-mail aan gedaagde verstuurd, opnieuw met een uiterste betaaldatum van 12 april 2019 en extra administratiekosten.
- 14-04-2019 Arvato heeft een laatste herinnering aan gedaagde gestuurd, met een aanspraak op betaling inclusief administratiekosten en een uiterste betaaldatum van 24 april 2019.
- 06-12-2019 Arvato heeft een aanmaning naar gedaagde gestuurd voor de betaling van de producten en de paymentfee, met een dreiging van incassokosten.
- 25-10-2020 Arvato heeft gedaagde gedagvaard voor de rolzitting van 4 november 2020.
- 04-11-2020 Gedaagde is niet verschenen op de rolzitting en heeft geen verweer gevoerd of om uitstel gevraagd.
- 01-12-2021 De rechtbank heeft het vonnis uitgesproken en is voornemens prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad over de toepasselijkheid van kredietwetgeving en de gevolgen voor de vordering van Arvato.