Een koopovereenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding, tenzij vernietigd wegens wilsgebreken.
Zaak over schilderij 'De Hooiers'. Verkoper dient aan kunsthandel schadevergoeding te betalen wegens tekortschieten in leveringsverplichting. Rol van aan derde verstrekte (taxatie)inlichtingen door diezelfde kunsthandel. Geen wilsgebrek, geen vernietiging.
Rechtsvraag
Is er een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand gekomen tussen [de kunsthandel] en [verkoper] met betrekking tot het schilderij 'De Hooiers', en is [verkoper] verplicht om het schilderij aan [de kunsthandel] te leveren ondanks de gestelde wilsgebreken en daaropvolgende verkoop aan een derde partij?
Regel
- Art. 6:217 BW (Overeenkomst door aanbod en aanvaarding)
- Art. 3:44 BW (Wilsgebreken: Bedrog, misbruik van omstandigheden, dwaling)
- Art. 6:228 BW (Vernietigbaarheid van overeenkomst wegens dwaling)
- Art. 6:248 BW (Redelijkheid en billijkheid)
- Art. 6:103 BW (Schadevergoeding in natura)
- Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad)
Toepassing
- Art. 6:217 BW (Overeenkomst door aanbod en aanvaarding) De overeenkomst tussen [de kunsthandel] en [verkoper] is tot stand gekomen door het bod van [de kunsthandel] van โฌ 31.050,00 (inclusief veilingkosten) dat door [verkoper] op 2 november 2020 om 12:45 uur werd geaccepteerd door op de akkoord-knop op de website te klikken. Er was sprake van aanbod en aanvaarding, wat voldoet aan de vereisten voor de totstandkoming van een overeenkomst. (Rechtsoverweging 7.8)
- Art. 3:44 BW (Wilsgebreken: Bedrog, misbruik van omstandigheden, dwaling) De rechtbank heeft beoordeeld of er sprake was van wilsgebreken zoals bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling. Het beroep op bedrog werd afgewezen omdat niet was bewezen dat [de kunsthandel] wist dat [betrokkene 1] bij [verkoper] was tijdens het telefoongesprek. Het beroep op misbruik van omstandigheden werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat [de kunsthandel] wist of had moeten begrijpen dat [verkoper] door bijzondere omstandigheden werd bewogen tot het verrichten van de rechtshandeling. Het beroep op dwaling werd afgewezen omdat [verkoper] bewust had gekozen voor een openbare veiling en de identiteit van de koper niet van belang was bij de totstandkoming van de overeenkomst. (Rechtsoverwegingen 7.19-7.43)
- Art. 6:228 BW (Vernietigbaarheid van overeenkomst wegens dwaling) De rechtbank oordeelde dat [verkoper] niet had gedwaald over de waarde van het schilderij of de identiteit van de koper. [verkoper] had ervoor gekozen om het schilderij via een openbare veiling aan te bieden en had het anonieme bod geaccepteerd zonder de identiteit van de koper te kennen. (Rechtsoverwegingen 7.33-7.43)
- Art. 6:248 BW (Redelijkheid en billijkheid) Het beroep op redelijkheid en billijkheid werd verworpen omdat [de kunsthandel] de uit de koopovereenkomst voortvloeiende kernprestatie mag afdwingen. (Rechtsoverweging 7.45)
- Art. 6:103 BW (Schadevergoeding in natura) De rechtbank overwoog dat [de kunsthandel] recht had op schadevergoeding in de vorm van geld omdat [verkoper] het schilderij niet langer in bezit had. De schade werd berekend op basis van de huidige waarde van het schilderij minus de aankoopprijs en restauratiekosten. (Rechtsoverwegingen 7.50-7.67)
- Art. 6:162 BW (Onrechtmatige daad) De rechtbank oordeelde dat [ged.conv./eis.reconv. 2] niet onrechtmatig had gehandeld jegens [de kunsthandel] omdat niet was aangetoond dat hij wist van de verplichting van [verkoper] om het schilderij aan [de kunsthandel] te leveren. (Rechtsoverwegingen 7.56-7.59)
Conclusie
De rechtbank concludeerde dat er een rechtsgeldige koopovereenkomst tot stand was gekomen tussen [de kunsthandel] en [verkoper] en dat [verkoper] tekort was geschoten in de nakoming van zijn verplichting om het schilderij te leveren. [de kunsthandel] had recht op schadevergoeding van โฌ 46.700,00. De vorderingen tegen [ged.conv./eis.reconv. 2] werden afgewezen omdat niet was aangetoond dat hij onrechtmatig had gehandeld.
Partijen en standpunten
- Eiser: [de kunsthandel]
- Gedaagde: [verkoper c.s.]
[de kunsthandel] vordert primair afgifte van het schilderij of subsidiair schadevergoeding van โฌ56.700,00 wegens wanprestatie. Tevens eist [de kunsthandel] proceskosten en beslagkosten.
[verkoper c.s.] stelt dat er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen of dat deze vernietigbaar is wegens bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling. Zij verzoeken de rechtbank [de kunsthandel] niet-ontvankelijk te verklaren.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- Eind-09-2020 Verkoper verzoekt De kunsthandel om een taxatie van het schilderij 'De Hooiers' van Jan Altink. Dit leidt niet tot een taxatieovereenkomst.
- 06-10-2020 Verkoper biedt het schilderij te koop aan via veilingwebsite met een openingsbod van โฌ30.000,00.
- 30-10-2020 Betrokkene 1 doet een aanvraag voor een spoedtaxatie van het schilderij bij De kunsthandel en betaalt hiervoor โฌ85,00.
- 31-10-2020 De kunsthandel brengt telefonisch een aftersalebod van โฌ27.000,00 uit via veilingwebsite. Dit bod wordt per e-mail aan verkoper overgebracht.
- 01-11-2020 Veilingwebsite stuurt verkoper een WhatsApp-bericht ter herinnering aan het aftersalebod van De kunsthandel.
- 02-11-2020 Betrokkene 1 bezoekt verkoper en doet buiten de veiling om een aanbetaling van โฌ1.000,00.
- 02-11-2020 Werknemer van De kunsthandel belt met Betrokkene 1 terwijl deze bij verkoper is.
- 02-11-2020 Verkoper accepteert om 12:45 uur het bod van De kunsthandel op de veilingwebsite voor een totaalbedrag van โฌ31.050,00.
- 09-11-2020 Verkoper verkoopt en levert het schilderij aan een derde partij.
- 23-11-2020 Verkoper roept de vernietiging van de koopovereenkomst met De kunsthandel in wegens bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling.
- 25-11-2020 Voorzieningenrechter verleent De kunsthandel verlof voor het leggen van conservatoir beslag tot afgifte van het schilderij.
- 27-11-2020 Verkoper doet aangifte van poging tot oplichting door De kunsthandel.