Een participant in een fonds voor gemene rekening kan ondernemer zijn volgens artikel 3.4 Wet IB 2001.
Eiser is participant in een Fonds voor gemene rekening, waarin een schip wordt geëxploiteerd. Het Fonds neemt onder eigen naam deel aan het rechtsverkeer, waarbij een van de participanten met volmacht van alle anderen bepaalde verbintenissen aangaat op naam van het Fonds. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 7A:1679 van het BW worden de participanten daardoor jegens de wederpartij gebonden. De overeengekomen limited recourse is een beperking van de verhaalsmogelijkheden van de schuldeiser, maar betekent niet dat de participanten niet voor de verbintenis aansprakelijk zijn. Eiser kan worden aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 3.4 van de Wet IB 2001
Rechtsvraag
Of verweerder terecht afwijzend heeft beschikt op het verzoek van eiser ingevolge artikel 3.65 van de Wet IB 2001, met name of eiser beschikt over een bron van inkomen, of hij als ondernemer moet worden aangemerkt onder artikel 3.4 van de Wet IB 2001, en of het gelijkheidsbeginsel van toepassing is.
Regel
- art. 3.65, Wet IB 2001 (Geruisloze omzetting van onderneming)
- art. 3.4, Wet IB 2001 (Definitie van ondernemer)
- art. 6:12, lid 2, onderdeel a, Awb (Beroep bij niet tijdig beslissen)
- art. 8:55c, Awb (Vaststellen van dwangsom)
- art. 4:17, Awb (Dwangsom bij niet tijdig beslissen)
- art. 4:18, Awb (Beschikking dwangsom)
- art. 7A:1655 BW (Definitie van maatschap)
- art. 7A:1679 BW (Aansprakelijkheid maten maatschap)
Toepassing
- art. 3.65, Wet IB 2001 (Geruisloze omzetting van onderneming) Eiser heeft verzocht om een beschikking ingevolge art. 3.65 Wet IB 2001 voor een geruisloze omzetting, maar verweerder heeft het verzoek afgewezen. De rechtbank moest beoordelen of eiser als ondernemer kwalificeert zodat art. 3.65 toegepast kan worden.
- art. 3.4, Wet IB 2001 (Definitie van ondernemer) Eiser moest bewijzen dat hij een ondernemer is, wat betekent dat hij rechtstreeks verbonden moet zijn voor verbintenissen van de onderneming. De rechtbank oordeelde dat eiser als participant in het fonds rechtstreeks verbonden is voor de schulden en als ondernemer moet worden aangemerkt.
- art. 6:12, lid 2, onderdeel a, Awb (Beroep bij niet tijdig beslissen) Eiser heeft terecht beroep aangetekend tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist ondanks ingebrekestelling. De rechtbank oordeelde dat het beroep terecht was.
- art. 8:55c, Awb (Vaststellen van dwangsom) De rechtbank stelde de door verweerder verbeurde dwangsom vast, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist nadat hij in gebreke was gesteld.
- art. 4:17, Awb (Dwangsom bij niet tijdig beslissen) Omdat verweerder niet tijdig op het bezwaar heeft beslist, is een dwangsom verschuldigd. De rechtbank bevestigde dat de maximale dwangsom van € 1.260 verschuldigd was.
- art. 4:18, Awb (Beschikking dwangsom) Verweerder heeft nagelaten de verschuldigdheid van de dwangsom bij beschikking vast te stellen, hetgeen de rechtbank alsnog deed.
Conclusie
De rechtbank concludeerde dat eiser als ondernemer moet worden aangemerkt volgens artikel 3.4 van de Wet IB 2001 en dat verweerder het verzoek van eiser ten onrechte heeft afgewezen. Het beroep was gegrond, de beschikking werd vernietigd en verweerder moet opnieuw beslissen met inachtneming van de uitspraak.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 30-12-2010 Het besloten fonds voor gemene rekening genaamd [A] wordt opgericht door het concern [E], met [F] BV als moedermaatschappij. Beheermaatschappij [G] BV is de beheerder van het Fonds.
- 30-12-2010 Eiser verkrijgt een participatie van 3,43% in het Fonds [A]. Het fondsvermogen bedraagt $5.750.250.
- 30-12-2010 Een Memorandum of Agreement wordt gesloten tussen [F] BV als verkoper en Fonds [A] als koper voor de verkoop van een schip (in aanbouw) voor $48.000.000.
- 31-12-2010 [F] BV verstrekt een lening van $20.400.000 aan het Fonds voor de financiering van het schip.
- 30-03-2011 De Bremer Landesbank legt een financieringsaanbod vast voor een hypothecaire lening van $38.000.000 voor het schip. Het aanbod wordt geaccepteerd door de betrokken partijen.
- 26-04-2011 Het schip wordt opgeleverd door de scheepswerf aan [F] BV en geregistreerd op naam van Beheermaatschappij [G] BV in Malta.
- 26-06-2011 Eiser verzoekt de inspecteur van de Belastingdienst om een geruisloze omzetting van zijn participatie in het Fonds [A] in een besloten vennootschap krachtens artikel 3.65 van de Wet IB 2001.
- 20-01-2012 De inspecteur van de Belastingdienst wijst het verzoek om geruisloze omzetting van eiser af bij beschikking.
- 31-01-2012 Eiser maakt bezwaar tegen de afwijzende beschikking van de Belastingdienst.
- 28-02-2012 Eiser motiveert zijn bezwaar tegen de afwijzende beschikking nader.
- 17-04-2012 Eiser wijst de Belastingdienst erop dat de beslistermijn voor zijn bezwaar is verstreken en verzoekt om binnen veertien dagen te beslissen.
- 24-04-2012 De Belastingdienst ontvangt de ingebrekestelling van eiser.