Grensoverschrijdend gedrag richting studenten rechtvaardigt dringende reden voor ontslag op staande voet.

Rechtbank Gelderland · 11 september 2013 · Bodemzaak · Civiel recht; Arbeidsrecht

Voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst met hoofddocent op grond van een dringende reden, zijnde grensoverschrijdende uitlatingen en grensoverschrijdend gedrag richting vrouwelijke studenten. “Van docenten in het algemeen, doch zeker van een hoofddocent met een voorbeeldfunctie als [werknemer], is primair van belang dat deze volkomen integer moet zijn en zeker in de omgang met studenten nooit de grens van het betamelijke mag overschrijden. Een docent verkeert immers in een machts- en afhankelijkheidsrelatie met studenten en mag niet de schijn van misbruik van die relatie wekken. Dit wordt niet anders als het gaat om (jongvolwassen) meerderjarige studenten en evenmin is doorslaggevend dat die studenten hiertegen mogelijk geen bezwaar hebben (gemaakt). Daar komt bij dat [werknemer] door/namens de HAN in het verleden is aangesproken op zijn omgang met vrouwen en vrouwelijke studenten.”

Rechtsvraag

Moet de arbeidsovereenkomst tussen de HAN en [werknemer] worden ontbonden op grond van gewichtige redenen, zoals een dringende reden of een verstoorde arbeidsverhouding?

Regel

  • art. 7:677 lid 1 BW (Dringende reden voor ontslag op staande voet)
  • art. 7:678 BW (Definitie van dringende reden)
  • CAO voor het Hoger Beroepsonderwijs 2012-2013 (Toepasselijk op de arbeidsovereenkomst)

Toepassing

  • art. 7:677 lid 1 BW (Dringende reden voor ontslag op staande voet) De kantonrechter beoordeelde of de gedragingen van [werknemer] een dringende reden vormen voor ontslag op staande voet. De kantonrechter concludeerde dat de grensoverschrijdende uitlatingen en gedragingen van [werknemer] richting vrouwelijke studenten, zoals beschreven in de e-mails en verklaringen van studenten en docenten, een dringende reden vormen. De rechter benadrukte dat een docent, zeker een hoofddocent met een voorbeeldfunctie, integer moet zijn en nooit de grens van het betamelijke mag overschrijden. De persoonlijke omstandigheden van [werknemer], zoals zijn lange dienstverband en leeftijd, veranderden dit oordeel niet. (Rechtsoverwegingen 4.2, 4.3, 4.4)
  • art. 7:678 BW (Definitie van dringende reden) De kantonrechter overwoog dat de gedragingen van [werknemer] zodanig ernstig waren dat van de HAN niet kon worden gevergd om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dit oordeel was gebaseerd op de inhoud van de e-mails en verklaringen, die aantoonden dat [werknemer] zich jarenlang grensoverschrijdend had gedragen. De kantonrechter betrok hierbij ook eerdere waarschuwingen aan [werknemer] over zijn gedrag. (Rechtsoverweging 4.4)
  • CAO voor het Hoger Beroepsonderwijs 2012-2013 (Toepasselijk op de arbeidsovereenkomst) De kantonrechter nam ook de toepasselijke CAO in overweging, die onderdeel was van de arbeidsovereenkomst tussen de HAN en [werknemer]. De CAO bevatte bepalingen over schorsing en integriteit, die relevant waren voor de beoordeling van de gedragingen van [werknemer]. (Rechtsoverweging 2.1, 2.17)

Conclusie

De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst tussen de HAN en [werknemer] moet worden ontbonden met ingang van 15 september 2013, voor het geval onherroepelijk in rechte vast mocht komen te staan dat de arbeidsovereenkomst niet reeds rechtsgeldig is geëindigd wegens het ontslag op staande voet van 7 mei 2013. De kantonrechter wees erop dat de gedragingen van [werknemer] een dringende reden vormden en dat de persoonlijke omstandigheden van [werknemer] dit oordeel niet veranderden. De kantonrechter veroordeelde [werknemer] ook in de proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Stichting Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN)
  • Gedaagde: [Werknemer]

De HAN verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [werknemer] wegens dringende redenen of subsidiar verstoorde arbeidsverhoudingen. De HAN onderbouwt dit met bevindingen van grensoverschrijdend gedrag en ongepaste uitlatingen van [werknemer] richting studenten, gebaseerd op klachten en onderzoeksresultaten van bureaus Bezemer & Kuiper en Vidocq.

[Werknemer] betwist de beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag en stelt dat hij altijd professioneel heeft gehandeld. Hij wijst erop dat hij nooit eerder is gewaarschuwd en dat er geen specifiek beleid of richtlijnen waren. [Werknemer] verzoekt afwijzing van het ontbindingsverzoek of, indien ontbinding noodzakelijk wordt geacht, toekenning van een vergoeding.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 16-01-1991 [werknemer] treedt in dienst bij de HAN als hoofddocent International Business and Management Studies bij de Faculteit van Economie en Management.
  2. 2004 [werknemer] en collega's bezoeken een sauna in Kirgizië. Er wordt gesuggereerd om gebruik te maken van de diensten van prostituees. [werknemer] houdt zich afzijdig, maar het incident wordt gemeld aan leidinggevenden.
  3. 08-02-2009 HAN ontvangt een anonieme klacht over [werknemer]'s gedrag op Facebook en zijn flirterige opmerkingen richting vrouwelijke studenten.
  4. Januari 2013 Student [student A] dient een formele klacht in tegen [werknemer], waarin hij ook gedragingen van twee collega hoofddocenten beschrijft.
  5. 25-03-2013 HAN vrijstelt [werknemer] van werkzaamheden en legt hem een geheimhoudingsplicht op. Dit wordt schriftelijk bevestigd.
  6. 08-04-2013 [werknemer] heeft een gesprek met onderzoeksbureau Bezemer & Kuiper en krijgt voorafgaand inzage in een signalendossier.
  7. 12-04-2013 [werknemer] stelt beroep in tegen het besluit van 25 maart 2013 bij het College van Bestuur van de HAN en de Commissie van Beroep HBO.
  8. 15-04-2013 HAN zegt de onderzoeksopdracht aan Bezemer & Kuiper op en besluit een nieuw onderzoeksbureau in te schakelen.
  9. 18-04-2013 HAN nodigt [werknemer] uit voor een gesprek met onderzoeksbureau Vidocq op 23 april 2013.
  10. 26-04-2013 [werknemer] wordt door Vidocq in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op de onderzoeksresultaten en de onderliggende stukken.
  11. 03-05-2013 [werknemer] en andere docenten dagvaarden de HAN in kort geding en vorderen wedertewerkstelling en doorbetaling van salaris.
  12. 06-05-2013 Vidocq brengt haar onderzoeksrapportage uit.