Inzageverzoek vereist spoedeisend en voldoende belang volgens artikel 194 Rv.
Vorderingen in kortgeding tot inzage in stukken van het COA, naar aanleiding van geschil over de gehanteerde prijzen voor de opvang van asielzoekers in hotels. Vorderingen afgewezen vanwege ontbreken van spoedeisend belang en voldoende belang in de zin van artikel 194 Rv.
Rechtsvraag
Heeft LCHD recht op inzage en afschrift van de communicatie en het onderzoeksrapport van het COA onder artikel 194 Rv, met een spoedeisend en voldoende belang?
Regel
- art. 93 sub c Rv (bevoegdheid kantonrechter bij zaken over huurovereenkomsten)
- art. 7:201 lid 1 BW (definitie huurovereenkomst)
- art. 194 Rv (recht op inzage en afschrift van gegevens met voldoende belang)
Toepassing
- art. 93 sub c Rv (bevoegdheid kantonrechter bij zaken over huurovereenkomsten) De kantonrechter beslist dat zij bevoegd is omdat de overeenkomst tussen LCHD en het COA in overwegende mate als een huurovereenkomst kwalificeert. De kern van de overeenkomst was het in gebruik geven van hotelkamers door LCHD aan het COA tegen een tegenprestatie, wat voldoet aan de elementen van een huurovereenkomst. De herhaalde keuze voor het ROZ-model bevestigt de kwalificatie als huurovereenkomst.
- art. 7:201 lid 1 BW (definitie huurovereenkomst) De overeenkomst kwalificeert als een huurovereenkomst omdat LCHD hotelkamers aan het COA in gebruik heeft gegeven in ruil voor een geldprijs, wat voldoet aan de definitie van een huurovereenkomst. Het feit dat ook voor bijkomende diensten werd betaald, verandert dit niet.
- art. 194 Rv (recht op inzage en afschrift van gegevens met voldoende belang) LCHD heeft geen spoedeisend en voldoende belang bij inzage in de correspondentie en het rapport omdat zij in de bodemprocedure tegen de Valkenhorst-staak of in een toekomstige procedure tegen het COA, deze gegevens kan vorderen. Het COA heeft de stel- en bewijslast omtrent de beëindiging van de overeenkomst. LCHD kan bovendien zelf de marktconformiteit van haar prijzen laten onderzoeken.
Conclusie
De vorderingen van LCHD worden afgewezen omdat zij geen spoedeisend en voldoende belang heeft bij onmiddellijke inzage en afschrift van de gevorderde stukken. De kantonrechter is bevoegd, maar de rechtsvordering van LCHD voldoet niet aan de eisen van spoedeisendheid en voldoende belang onder artikel 194 Rv.
Partijen en standpunten
- Eiser: Le Cocq Holding Didam II B.V.
- Gedaagde: Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers
LCHD vordert inzage en afschrift van communicatie tussen het COA en de Valkenhorst-staak en het onderzoeksrapport over marktconformiteit van prijzen vanwege beschuldigingen van fraude en niet-marktconforme prijzen.
COA stelt dat de kantonrechter onbevoegd is, LCHD geen spoedeisend belang heeft en dat inzage om gewichtige redenen niet kan worden verleend.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 29-05-2022 LCHD en het COA sluiten een overeenkomst waarin LCHD opvangplekken voor asielzoekers zou realiseren in hotels, voornamelijk van de Van der Valk-keten.
- 23-07-2023 Een herziene versie van de overeenkomst wordt door LCHD en het COA ondertekend, gebaseerd op hetzelfde ROZ-model.
- 04-11-2022 LCHD sluit een samenwerkingsovereenkomst met Bob van der Valk, wat leidt tot een conflict binnen de Valkenhorst-staak van het hotelconcern Van der Valk.
- 23-06-2023 Op verzoek van de Valkenhorst-staak vindt overleg plaats over de handelswijze van LCHD en de betrokkenheid van Bob van der Valk.
- 23-05-2024 Een tweede overleg vindt plaats tussen de Valkenhorst-staak en het COA over de handelswijze van LCHD.
- 28-11-2024 Het COA bericht LCHD dat de samenwerking per 1 januari 2025 eindigt.
- 20-12-2024 Partijen maken afspraken over de voortzetting van de opvang van asielzoekers door het COA in de door LCHD gecontracteerde hotels.
- 13-03-2025 LCHD dient een dagvaarding in bij de rechtbank met producties 1 t/m 28.
- 31-03-2025 LCHD en het COA dienen aanvullende producties in bij de rechtbank.
- 01-04-2025 Een mondelinge behandeling vindt plaats waarbij partijen verschijnen met hun gemachtigden.
- 07-05-2025 Partijen berichten dat zij op onderdelen overeenstemming hebben bereikt, waarna de zaak deels wordt ingetrokken.
- 03-06-2025 De kantonrechter wijst de vorderingen van LCHD af en veroordeelt LCHD in de proceskosten.