Voorlopige voorziening verleend bij medische twijfels over uitzetting; belangenafweging vereist zorgvuldigheid.

Rechtbank Den Haag · 21 juni 2024 · Voorlopige voorziening · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Spoedvovo, uitstel van vertrek en feitelijke uitzetting. De voorzieningenrechter overweegt dat de belangen van verzoeker in dit geval zwaarder wegen dan de belangen van de staatssecretaris.

Rechtsvraag

Of verzoeker in Nederland mag blijven om de behandeling van zijn beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 af te wachten.

Regel

  • art. 64 Vreemdelingenwet 2000 (Vw) (uitstel van vertrek om medische redenen)
  • art. 3 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (verbod op onmenselijke of vernederende behandeling)
  • art. 8:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb) (voorlopige voorziening bij onverwijlde spoed)

Toepassing

  • art. 64 Vreemdelingenwet 2000 (Vw) (uitstel van vertrek om medische redenen) Verzoeker heeft aangevoerd dat de BMA-arts heeft geconcludeerd dat hij niet kan reizen zonder dat een fysieke overdracht geregeld is en dat niet duidelijk is of alle reisvoorwaarden zijn geregeld door de DT&V. Dit vormt een deel van de gronden tegen de feitelijke uitzetting. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker een zwaarwegend belang heeft om de behandeling van zijn beroep gericht tegen de afwijzing van uitstel van vertrek in Nederland af te wachten, mede omdat hij zijn medische zorg in Marokko niet gegarandeerd ziet. Dit belang weegt zwaarder dan de belangen van de staatssecretaris bij directe uitzetting. (Rechtsoverwegingen 3, 3.1, 5, 7, 7.1)
  • art. 3 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (verbod op onmenselijke of vernederende behandeling) Verzoeker stelt dat uitzetting zonder dat de voorwaarden van het BMA-advies zijn nageleefd, kan leiden tot een schending van artikel 3 EVRM. De voorzieningenrechter overweegt dat de huidige regelingen rondom zorg en overdracht niet voldoende inzichtelijk zijn gemaakt door de staatssecretaris, wat kan resulteren in een mogelijke schending van artikel 3 EVRM bij uitzetting. Daarom is het belangrijk dat deze zaken eerst inhoudelijk worden behandeld voordat tot uitzetting wordt overgegaan. (Rechtsoverwegingen 3, 6, 7)
  • art. 8:81 Algemene wet bestuursrecht (Awb) (voorlopige voorziening bij onverwijlde spoed) De voorzieningenrechter heeft overwogen dat er een spoedeisend belang is vanwege de geplande uitzetting van verzoeker op korte termijn. De belangenafweging valt uit in het voordeel van verzoeker, omdat zijn belangen om de behandeling van het beroep in Nederland af te wachten zwaarder wegen dan de belangen van de staatssecretaris om hem direct uit te zetten. De staatssecretaris kan de uitzetting na behandeling van het beroep inplannen. (Rechtsoverwegingen 1, 6, 7)

Conclusie

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, wat inhoudt dat verzoeker in Nederland mag blijven om de behandeling van zijn beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag om toepassing van artikel 64 Vw af te wachten, tot de rechtbank uitspraak heeft gedaan.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 19-01-2023 De staatssecretaris wijst de aanvraag van verzoeker om toepassing te geven aan artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 af.
  2. 24-05-2024 De staatssecretaris blijft bij zijn eerdere besluit van 19 januari 2023 en wijst het verzoek van verzoeker wederom af.
  3. 20-06-2024 Verzoeker wordt geïnformeerd over zijn geplande vlucht op 24 juni 2024.
  4. 20-06-2024 Verzoeker maakt bezwaar tegen de feitelijke uitzetting naar Marokko en vraagt om voorlopige voorziening zodat hij zijn beroepsprocedure in Nederland kan afwachten.
  5. 24-06-2024 Verzoeker vraagt de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen zodat hij niet uitgezet wordt naar Marokko en de beroepsprocedure in Nederland kan afwachten.
  6. Onbekend De staatssecretaris dient een verweerschrift in waarin hij stelt dat de reisvoorwaarden zijn geregeld en dat er geen noodzaak is voor thuiszorg en onderdak voorafgaand aan de uitzetting.
  7. Onbekend Verzoeker reageert op het verweerschrift van de staatssecretaris en wijst op de onduidelijkheid rondom voortzetting behandeling en financiering zorg in Marokko.
  8. Onbekend De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, waardoor verzoeker zijn beroep in Nederland mag afwachten. De rechter acht de belangen van verzoeker zwaarder dan die van de staatssecretaris, mede gezien de onomkeerbare gevolgen bij uitzetting.
  9. Onbekend De voorzieningenrechter veroordeelt de staatssecretaris tot het betalen van de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,-.