Asielaanvraag niet-ontvankelijk bij bestaande internationale bescherming in andere lidstaat.

Rechtbank Den Haag Β· 17 juni 2024 Β· Eerste aanleg - enkelvoudig Β· Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Asiel, SyriΓ«, internationale bescherming in Oostenrijk, zodanige band dat het redelijk is om naar Oostenrijk te gaan, geen beoordeling art. 8 EVRM, beroep ongegrond.

Rechtsvraag

Of de staatssecretaris de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk heeft mogen verklaren op basis van haar internationale bescherming in Oostenrijk.

Regel

  • art. 3.106a, tweede lid, Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) (vereiste band met een andere lidstaat als de vreemdeling daar internationale bescherming heeft verkregen)
  • art. 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (recht op respect voor privΓ©- en familieleven)
  • art. 3.6a, tweede lid, Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) (niet-ontvankelijkheid van de aanvraag als de vreemdeling internationale bescherming heeft in een andere lidstaat)

Toepassing

  • art. 3.106a, tweede lid, Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) (vereiste band met een andere lidstaat als de vreemdeling daar internationale bescherming heeft verkregen) De rechtbank oordeelt dat eiseres een zodanige band heeft met Oostenrijk omdat zij daar internationale bescherming heeft verkregen. De rechtbank verwijst naar vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), waarin is bepaald dat de vereiste band met een andere lidstaat al aanwezig is indien de vreemdeling in die lidstaat internationale bescherming heeft verkregen. Eiseres heeft een geldige verblijfsvergunning in Oostenrijk, waardoor aan dit vereiste is voldaan.
  • art. 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) (recht op respect voor privΓ©- en familieleven) De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris niet verplicht is om ambtshalve te toetsen aan artikel 8 EVRM omdat de aanvraag van eiseres niet-ontvankelijk is verklaard vanwege haar internationale bescherming in Oostenrijk. De rechtbank merkt op dat het eiseres vrij staat om een aparte aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 EVRM.
  • art. 3.6a, tweede lid, Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb) (niet-ontvankelijkheid van de aanvraag als de vreemdeling internationale bescherming heeft in een andere lidstaat) De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de aanvraag van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard omdat zij internationale bescherming heeft in Oostenrijk. De rechtbank stelt dat eiseres niet heeft aangetoond dat haar asielstatus in Oostenrijk is komen te vervallen, waardoor zij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning in Nederland.

Conclusie

De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond. De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard op basis van haar internationale bescherming in Oostenrijk. Eiseres heeft geen recht op een verblijfsvergunning in Nederland en krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiseres]
  • Gedaagde: de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Eiseres stelt dat haar band met Nederland sterker is dan met Oostenrijk vanwege haar huwelijk met een Syrische man die een verblijfsvergunning heeft in Nederland. Ze voert aan dat de staatssecretaris had moeten beoordelen of zij in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier op grond van artikel 8 van het EVRM.

De staatssecretaris stelt dat eiseres internationale bescherming heeft in Oostenrijk en dat haar asielaanvraag in Nederland niet-ontvankelijk is. Daarnaast is de staatssecretaris niet verplicht om ambtshalve te toetsen aan artikel 8 van het EVRM omdat eiseres internationale bescherming heeft in een andere lidstaat.

Wetsartikelen

  • art. 8 EVRM

Tijdlijn

  1. 26-02-2024 Eiseres heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
  2. 29-03-2024 De staatssecretaris heeft de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard omdat eiseres internationale bescherming heeft in Oostenrijk.
  3. 08-05-2024 De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld. De gemachtigde van de staatssecretaris was aanwezig. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
  4. 17-05-2024 De rechtbank verklaart het beroep van eiseres ongegrond. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiseres een zodanige band heeft met Oostenrijk dat het voor haar redelijk zou zijn om naar dat land te gaan.
  5. 17-05-2024 De uitspraak is in het openbaar uitgesproken en bekendgemaakt.