Ontzegging rijbevoegdheid mag niet zonder expliciete vermelding naturalisatieverzoek afwijzen.
afwijzing verzoek naturalisatie, veroordeling wegens rijden onder invloed, geldboete 50 euro, ontzegging rijbevoegdheid voor de duur van รฉรฉn maand, gevaar voor openbare orde onvoldoende deugdelijk gemotiveerd, dat ontzegging rijbevoegdheid wel (ten onrechte) als voorbeeld van een bijkomende straf ogv art. 9, eerste lid, onder b, Wetboek van Strafrecht is genoemd, is niet genoeg, beroep gegrond.
Rechtsvraag
De rechtsvraag is of de afwijzing van het naturalisatieverzoek van de eiser op basis van een strafbeschikking en rijontzegging terecht is, gezien de regels omtrent openbare orde en de interpretatie van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap.
Regel
- art. 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN (afwijzing naturalisatieverzoek bij gevaar voor openbare orde)
- Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003, paragraaf 5 (sancties die leiden tot afwijzing van naturalisatie)
- art. 179 en 179a WVW (ontzegging rijbevoegdheid als bijkomende straf)
- art. 9, eerste lid, onder b WvSr (bijkomende straffen)
Toepassing
- art. 9, eerste lid, aanhef en onder a, RWN (afwijzing naturalisatieverzoek bij gevaar voor openbare orde) De rechtbank overweegt dat de afwijzing van het naturalisatieverzoek niet deugdelijk is gemotiveerd omdat de Handleiding niet expliciet vermeldt dat een rijontzegging een reden is voor afwijzing. Verweerder heeft niet voldoende onderbouwd waarom de rijontzegging een gevaar voor de openbare orde zou vormen, noch waarom de rijontzegging als bijzonder moet worden beschouwd binnen de context van de Handleiding. Verweerder heeft ook erkend dat de verwijzing in het beleid onjuist is, wat de rechtszekerheid van eiser aantast. (Rechtsoverwegingen 7.1, 7.2, 7.3)
- Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003, paragraaf 5 (sancties die leiden tot afwijzing van naturalisatie) De rechtbank oordeelt dat de Handleiding niet volledig is in het vermelden van alle sancties, zoals de rijontzegging, die tot afwijzing kunnen leiden. Dit zorgt voor onduidelijkheid en rechtsongelijkheid. De rechtbank merkt op dat de Handleiding recentelijk is aangepast zonder de rijontzegging mee te nemen, wat aangeeft dat deze niet als zwaarwegend werd beschouwd. (Rechtsoverweging 7.1, 7.2, 7.3)
- art. 179 en 179a WVW (ontzegging rijbevoegdheid als bijkomende straf) Verweerder heeft de rijontzegging ten onrechte geclassificeerd als een bijkomende straf in de zin van de Handleiding en heeft niet voldoende gemotiveerd waarom deze straf een bedreiging voor de openbare orde vormt. De rechtbank benadrukt dat de rijontzegging niet expliciet in de Handleiding is genoemd en dat dit niet zomaar mag worden toegepast zonder duidelijke wettelijke basis. (Rechtsoverweging 7.1, 7.2)
- art. 9, eerste lid, onder b WvSr (bijkomende straffen) De rechtbank stelt vast dat de ontzegging van de rijbevoegdheid niet expliciet als bijkomende straf in de zin van art. 9, eerste lid, onder b WvSr in de Handleiding is opgenomen, en dat dit verwarring heeft veroorzaakt over de toepasselijkheid ervan bij de beoordeling van naturalisatieverzoeken. Dit gebrek aan duidelijkheid in het beleid heeft geleid tot een onjuiste afwijzing van het verzoek van de eiser. (Rechtsoverweging 7.1)
Conclusie
De rechtbank concludeert dat het beroep gegrond is vanwege een motiveringsgebrek in het bestreden besluit. Het besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak. De afwijzing van het naturalisatieverzoek was niet deugdelijk gemotiveerd, en de verwijzing naar de rijontzegging als reden voor afwijzing was onterecht zonder duidelijke wettelijke basis.
Partijen en standpunten
- Eiser: [naam]
- Gedaagde: de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Eiser stelt dat de afwijzing van zijn naturalisatieverzoek niet op een deugdelijke wettelijke grondslag berust. Hij betoogt dat de relevante artikelen uit de Handleiding niet correct worden toegepast en dat de ontzegging van de rijbevoegdheid hierin niet wordt genoemd. Hierdoor kon eiser niet anticiperen op de gevolgen voor zijn naturalisatieverzoek, wat in strijd is met de rechtszekerheid.
Verweerder stelt dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor naturalisatie vanwege een strafbeschikking en ontzegging van de rijbevoegdheid, wat ernstige vermoedens van gevaar voor de openbare orde oplevert. Hoewel de Handleiding incorrecte verwijzingen bevat, is dit een bekend uitgangspunt dat eiser had moeten kennen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 30-01-2020 Eiser krijgt een rijontzegging van รฉรฉn maand wegens rijden onder invloed volgens artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, onder 2 en artikel 8, derde lid, aanhef sub a, onder 3 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW).
- 28-02-2020 De rijontzegging van eiser eindigt.
- 13-07-2020 Eiser ontvangt een strafbeschikking van het Openbaar Ministerie met een geldboete van โฌ 50,- en een maand rijontzegging.
- 11-08-2020 De strafbeschikking wordt onherroepelijk en de rehabilitatietermijn begint.
- 15-11-2021 Eiser dient een verzoek tot naturalisatie in bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
- 26-09-2022 Verweerder wijst het verzoek om naturalisatie van eiser af vanwege gevaar voor de openbare orde.
- 29-09-2023 Verweerder blijft bij de afwijzing van het verzoek om naturalisatie in het bestreden besluit.
- 05-04-2024 De rechtbank behandelt het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om naturalisatie.
- 13-05-2024 De rechtbank verklaart het beroep van eiser gegrond en vernietigt het bestreden besluit, omdat het in strijd is met het motiveringsbeginsel.
- 13-05-2024 Verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.