Verweerder mag bij meer dan 5 gram softdrugs uitgaan van handelshoeveelheid en lokaal sluiten.
Horeca-inrichting van eiser is voor drie maanden gesloten en de alcholwetvergunning en de exploitatievergunning zijn ingetrokken. Uit een bestuurlijke rapportage volgt dat bij een controle is gezien dat eiser een tasje op het dak legt. In dit tasje wordt een handelshoeveelheid (soft)drugs gevonden. Artikel 13b Opiumwet. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van de bestuurlijke rapportage mocht aannemen dat er sprake was van een handelshoeveelheid drugs. Eiser heeft niet onderbouwd of gesteld dat de maatregel in zijn geval onevenredige gevolgen heeft.
Rechtsvraag
De rechtsvraag is of de burgemeester van Den Haag terecht de horeca-inrichting van eiser voor drie maanden heeft gesloten en de alcoholwetvergunning en exploitatievergunning heeft ingetrokken vanwege het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs.
Regel
- art. 13b, eerste lid, Opiumwet (bevoegdheid tot sluiting bij drugs aantreffen)
- Vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (meer dan 0,5 gram harddrugs of meer dan 5 gram softdrugs duidt op verkoop)
- Vaste rechtspraak dat verweerder mag uitgaan van een proces-verbaal op ambtseed tenzij tegenbewijs
- art. 174, eerste lid, Gemeentewet (bevoegdheden burgemeester openbare orde)
- art. 31, eerste lid, aanhef en onder c, Alcoholwet (intrekking vergunning)
- art. 2:28, zesde lid, aanhef en onder a, b, c en f, Algemene Plaatselijke Verordening Den Haag (exploitatievergunning)
Toepassing
- art. 13b, eerste lid, Opiumwet (bevoegdheid tot sluiting bij drugs aantreffen) De rechtbank oordeelt dat de burgemeester op basis van de aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen (141,85 gram) de bevoegdheid had om de horeca-inrichting te sluiten. De drugs werden weliswaar op het dak aangetroffen, maar voldoende aannemelijk is dat deze vanuit de horeca-inrichting daar zijn geplaatst.
- Vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (meer dan 0,5 gram harddrugs of meer dan 5 gram softdrugs duidt op verkoop) De rechtbank stelt dat de aangetroffen hoeveelheid softdrugs de grens overschrijdt die volgens vaste rechtspraak duidt op handel. Daarom mocht de burgemeester aannemen dat de drugs voor verkoop bestemd waren.
- Vaste rechtspraak dat verweerder mag uitgaan van een proces-verbaal op ambtseed tenzij tegenbewijs Eiser heeft geen overtuigend tegenbewijs geleverd tegen de op ambtseed opgemaakte rapportages. De rechtbank oordeelt dat de verklaring van de pandbrigade betrouwbaar is en geen aanleiding geeft tot twijfel.
- art. 174, eerste lid, Gemeentewet (bevoegdheden burgemeester openbare orde) De burgemeester heeft binnen zijn bevoegdheden gehandeld om de openbare orde te handhaven door de sluiting van de horeca-inrichting te bevelen.
- art. 31, eerste lid, aanhef en onder c, Alcoholwet (intrekking vergunning) De intrekking van de alcoholwetvergunning is gerechtvaardigd gezien de overtreding met betrekking tot het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs.
- art. 2:28, zesde lid, aanhef en onder a, b, c en f, Algemene Plaatselijke Verordening Den Haag (exploitatievergunning) De intrekking van de exploitatievergunning valt binnen de bevoegdheden van de burgemeester gezien de geconstateerde feiten die in strijd zijn met de voorwaarden van de vergunning.
Conclusie
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en oordeelt dat de burgemeester terecht tot sluiting van de horeca-inrichting en intrekking van de vergunningen is overgegaan. De aangetroffen hoeveelheid drugs rechtvaardigt deze maatregelen, en er is geen overtuigend tegenbewijs door eiser geleverd.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 06-10-2022 Tijdens een integrale handhavingsactie werd een woning gecontroleerd en een medewerker van de Haagse Pandbrigade zag dat iemand vanuit het daklicht van de horeca-inrichting een wit plastic tasje op het dak legde. De politie vond eiser in de horeca-inrichting en verzocht hem het tasje van het dak te halen. De politie vermoedde dat eiser iets verder op het dak wilde gooien en haalde zelf het tasje van het dak.
- 06-10-2022 In het tasje werd een weegschaal en een hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen met een bruto gewicht van 141,85 gram, bestaande uit hasj en wiet. Eiser had โฌ 1.720,- aan bankbiljetten bij zich.
- 09-11-2022 Verweerder heeft een bevel tot sluiting van de horeca-inrichting afgegeven van 9 november 2022 om 12.00 uur tot 26 januari 2023 om 12.00 uur en heeft de aan eiser verleende alcoholwetvergunning en exploitatievergunning ingetrokken.
- 02-11-2022 Verweerder heeft bepaald dat de horeca-inrichting voor drie maanden wordt gesloten en de alcoholwetvergunning en exploitatievergunning zijn ingetrokken.
- 23-03-2023 Verweerder heeft in het bestreden besluit het bezwaar van eiser afgewezen en is bij de eerdere beslissing gebleven.
- 23-01-2024 De rechtbank heeft het beroep behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
- 20-02-2024 De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond. De rechtbank oordeelt dat verweerder op basis van de bestuurlijke rapportages mocht aannemen dat sprake was van een handelshoeveelheid drugs in de horeca-inrichting. Het beroep van eiser op de ongeloofwaardigheid van de bevindingen van de Haagse pandbrigade werd verworpen.