Zorgverzekeraars moeten bij tariefvaststelling voor wijkverpleging ook een correctie voor voorgaande jaren toepassen.
Kort geding. Inkoopprocedure. Een aanbieder van wijkverpleging vordert dat een groep zorgverzekeraars haar een reëel tarief vergoedt voor de gecontracteerde zorg in 2023, dat hoger ligt dan het thans aangeboden tarief. In dit specifieke geval brengen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid naar het oordeel van de voorzieningenrechter mee dat de zorgverzekeraars bij hun handelen een bijzondere zorgvuldigheid in acht dienen te nemen jegens deze zorgaanbieder. Dat brengt mee dat zij haar een reëel tarief moeten bieden. Dat brengt echter niet mee dat zij gehouden zijn om voor de bepaling van de hoogte van het tarief aan te sluiten bij de kostenopgave van deze zorgaanbieder. De zorgverzekeraar mag een systeem hanteren waarbij het tarief voor 2022 het uitgangspunt is en waarop indexaties worden toegepast. De voorzieningenrechter oordeelt dat de zorgverzekeraars op één onderdeel van de toegepaste indexering hun bijzondere zorgplicht jegens de zorgaanbieder hebben geschonden, maar dat voor het overige een dergelijke schending niet aannemelijk is geworden.
Rechtsvraag
De rechtsvraag is of Zilveren Kruis c.s. gehouden zijn om [de Stichting] een reëel tarief te bieden voor de levering van wijkverpleging en of zij daarbij een correctie voor 2022 moeten toepassen naast de indexering voor 2023.
Regel
- art. 11, Zorgverzekeringswet (Zvw) (zorgplicht zorgverzekeraars)
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (objectiviteit, transparantie, non-discriminatie)
- Maatstaven van redelijkheid en billijkheid in het algemeen verbintenissenrecht
Toepassing
- art. 11, Zorgverzekeringswet (Zvw) (zorgplicht zorgverzekeraars) De voorzieningenrechter oordeelt dat Zilveren Kruis c.s. een zorgplicht hebben om voldoende zorg in te kopen voor hun verzekerden en daarbij een reëel tarief moeten bieden dat een redelijk efficiënt functionerende zorgaanbieder in staat stelt om de diensten te leveren met de vereiste kwaliteit. Het niet bieden van een reëel tarief zou in strijd zijn met de gerechtvaardigde belangen van [de Stichting] en haar cliënten, die tevens verzekerden zijn van Zilveren Kruis c.s. (Rechtsoverweging 4.7).
- Algemene beginselen van behoorlijk bestuur (objectiviteit, transparantie, non-discriminatie) Zilveren Kruis c.s. hebben volgens de voorzieningenrechter niet in strijd gehandeld met de beginselen van objectiviteit, transparantie en non-discriminatie bij de vaststelling van het tarief. Het betoog van [de Stichting] richt zich vooral op het feit dat Zilveren Kruis c.s. haar geen reëel tarief bieden, niet dat de inkoopprocedure zelf onzorgvuldig was (Rechtsoverweging 4.6).
- Maatstaven van redelijkheid en billijkheid in het algemeen verbintenissenrecht De voorzieningenrechter stelt dat de maatstaven van redelijkheid en billijkheid vereisen dat Zilveren Kruis c.s. een bijzondere zorgvuldigheid in acht nemen jegens [de Stichting] vanwege hun langdurige contractuele relatie en wederzijdse afhankelijkheid. Dit houdt in dat Zilveren Kruis c.s. een reëel tarief moeten bieden. De voorzieningenrechter oordeelt dat Zilveren Kruis c.s. deze zorgvuldigheid hebben geschonden door de correctie voor 2022 niet toe te passen naast de indexering voor 2023 (Rechtsoverwegingen 4.3, 4.14).
Conclusie
De voorzieningenrechter concludeert dat Zilveren Kruis c.s. een reëel tarief moeten bieden aan [de Stichting] en dat zij daarbij naast de indexering voor 2023 ook de correctie voor 2022 moeten toepassen. De voorzieningenrechter gebiedt Zilveren Kruis c.s. om het tarief voor wijkverpleging voor 2023 met de correctie voor 2022 van 2,17% te verhogen en de overeenkomst met [de Stichting] aan te passen. Voor het overige worden de vorderingen van [de Stichting] afgewezen.
Partijen en standpunten
- Eiser: [de Stichting]
- Gedaagde: Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V., Interpolis Zorgverzekeringen N.V., FBTO Zorgverzekeringen N.V., De Friesland Zorgverzekeraar N.V., Achmea Zorgverzekeringen N.V.
[de Stichting] vordert onder andere een reëel tarief van € 6,00 per 5 minuten voor wijkverpleging en een heronderhandeling over de tarieven met inachtneming van kostprijsberekeningen.
Zilveren Kruis c.s. betwisten de noodzaak van een hoger tarief en stellen dat de huidige tarieven objectief en redelijk zijn vastgesteld.
Tijdlijn
- 01-04-2022 Zilveren Kruis c.s. publiceerden het Inkoopbeleid Wijkverpleging 2023-2024, waarin de voorwaarden voor een overeenkomst voor wijkverpleging worden vermeld.
- 08-09-2022 Zilveren Kruis c.s. deden [de Stichting] een tariefvoorstel van € 5,35 per vijf minuten voor wijkverpleging.
- 22-12-2022 Zilveren Kruis c.s. deden een finaal tariefvoorstel van € 5,71 per vijf minuten.
- 28-12-2022 [de Stichting] ondertekende onder protest de Overeenkomst Wijkverpleging 2023-2024 en lichtte in een e-mail aan Zilveren Kruis c.s. de voorwaarden van haar acceptatie toe.
- 14-02-2023 Er vond een mondelinge behandeling plaats waarbij beide partijen pleitnotities overhandigden.
- 03-03-2023 De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag wees vonnis in kort geding en bepaalde dat Zilveren Kruis c.s. naast de indexering van 4,75% ook de correctie voor 2022 van 2,17% moesten toepassen op het tarief voor wijkverpleging voor 2023.