Rechterlijke bevoegdheid bij Uniemerk inbreuk bepaalt zich naar 'Handlungsort' van de inbreukmaker.

Rechtbank Den Haag ยท 8 februari 2023 ยท Eerste aanleg - enkelvoudig ยท Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht

Merkenrecht. Uitspraak in bevoegdheids- en vrijwaringsincident. Vrijwaring mede-gedaagde. zie ook herstelvonnis met ECLI:NL:RBDHA:2022:14206

Rechtsvraag

De centrale juridische vraag is of de rechtbank Den Haag bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van Hauschild tegen FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2], met name gelet op de beweerdelijke inbreuk op Uniemerkrechten en handelsnaamrechten.

Regel

  • art. 7 lid 1 Rv (Regels voor relatieve bevoegdheid in burgerlijke zaken)
  • art. 125 lid 5 UMVo (Regels over internationale bevoegdheid bij inbreukprocedures op Uniemerken)
  • art. 6 lid 1 Brussel I bis-Vo (Regels voor bevoegdheid bij medegedaagden in de EU)
  • art. 122 UMVo (Uitsluiting van de commune bevoegdheidsregels bij Uniemerkrecht)

Toepassing

  • art. 7 lid 1 Rv (Regels voor relatieve bevoegdheid in burgerlijke zaken) De rechtbank beoordeelt of er voldoende samenhang is tussen de vorderingen tegen FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2] om redenen van doelmatigheid een gezamenlijke behandeling te rechtvaardigen. Hauschild heeft voldoende omstandigheden aangevoerd om aan te nemen dat sprake is van een zodanige verwevenheid tussen FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2] dat een gezamenlijke behandeling doelmatig is. Dit blijkt onder andere uit hun gezamenlijke gebruik van de domeinnaam en de aanduiding op websites dat zij gezamenlijk opereren.
  • art. 125 lid 5 UMVo (Regels over internationale bevoegdheid bij inbreukprocedures op Uniemerken) Dit artikel bepaalt dat een inbreukprocedure kan worden ingesteld in de lidstaat waar de inbreuk plaatsvindt of dreigt plaats te vinden. De rechtbank vindt dat FlackTek zich, mede door het gebruik van de Nederlandse domeinnaam en doordat [Handelsnaam gedaagde sub 2] als contactpersoon voor de Benelux wordt genoemd op de website, richt op de Nederlandse markt. Hierdoor is er sprake van bevoegdheid voor de Nederlandse rechter.
  • art. 6 lid 1 Brussel I bis-Vo (Regels voor bevoegdheid bij medegedaagden in de EU) Voor de handelsnaamrechten stelt Hauschild dat de Nederlandse rechter bevoegd is op basis van samenhang tussen de vorderingen tegen de verschillende gedaagden. De rechtbank ziet voldoende samenhang en verwevenheid tussen de activiteiten van FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2] om deze vorderingen gezamenlijk te behandelen.
  • art. 122 UMVo (Uitsluiting van de commune bevoegdheidsregels bij Uniemerkrecht) De rechtbank stelt vast dat artikel 122 lid 2 onder a UMVo de toepasselijkheid van de commune bevoegdheidsregels uitsluit en dat bevoegdheid niet kan worden gegrond op artikel 7 lid 1 Rv.

Conclusie

De rechtbank Den Haag acht zich bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen tegen FlackTek voor zover deze betrekking hebben op handelingen binnen Nederland. Voor de overige vorderingen (handelingen buiten Nederland) verklaart de rechtbank zich onbevoegd. De rechtbank acht zich ook bevoegd voor de handelsnaamrechtenvorderingen tegen FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2], gezien de samenhang en verwevenheid van hun activiteiten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Hauschild GmbH & Co. KG
  • Gedaagde: FlackTek Inc. en [Handelsnaam gedaagde sub 2]

Hauschild vordert dat FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2] elke inbreuk op hun merken en handelsnaamrechten in de EU staken, en stelt dat FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2] merk- en handelsnaamrechten op SPEEDMIXER schenden.

FlackTek betwist de bevoegdheid van de rechtbank voor vorderingen buiten Nederland en stelt dat de bevoegdheidsregels van de UMVo exclusief gelden. [Handelsnaam gedaagde sub 2] wil FlackTek in vrijwaring betrekken wegens toezeggingen dat hun producten geen rechten schenden.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1998 Hauschild sluit een overeenkomst met FlackTek, waarna FlackTek jarenlang namens Hauschild bladloze mixers onder het merk SPEEDMIXER in de Verenigde Staten verhandelt.
  2. 2019 Hauschild en FlackTek onderhandelen zonder succes over een nieuwe distributieovereenkomst.
  3. 05-2020 De bestaande overeenkomst tussen Hauschild en FlackTek wordt wederzijds opgezegd.
  4. 22-08-2019 Hauschild registreert een Uniewoordmerk op haar naam.
  5. 03-09-2019 Hauschild registreert een eerste Uniewoord-/beeldmerk op haar naam.
  6. 10-02-2021 Hauschild registreert een tweede Uniewoord-/beeldmerk op haar naam.
  7. 06-2019 Hauschild doet een voorstel aan [Handelsnaam gedaagde sub 2] om de producten van Hauschild te blijven verhandelen.
  8. 12-11-2021 Hauschild brengt een dagvaarding uit tegen FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2], met vorderingen tot het staken van merkinbreuk en handelsnaamrechten.
  9. [DD-MM-YYYY] FlackTek dient een incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid in.
  10. [DD-MM-YYYY] [Handelsnaam gedaagde sub 2] dient een incidentele conclusie tot vrijwaring ex artikel 210 Rv in.
  11. 19-10-2022 De rechtbank verklaart zich bevoegd ten aanzien van de vorderingen tegen FlackTek voor handelingen in Nederland en staat [Handelsnaam gedaagde sub 2] toe FlackTek in vrijwaring te dagvaarden.
  12. 30-11-2022 De rechtbank bepaalt dat de zaak op de rol zal komen voor conclusie van antwoord van FlackTek en [Handelsnaam gedaagde sub 2].