Algemene situatie in Zuid-Sudan leidt niet tot vluchtelingschap of risico op ernstige schade volgens artikel 3 EVRM.
Asiel Zuid-Sudan. Rapport UNHCR. Geen vluchtelingschap of 15c. Beroep ongegrond.
Rechtsvraag
De centrale rechtsvraag is of de eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in Nederland vanwege de situatie in Zuid-Sudan, waarbij beoordeeld moet worden of de eiser een vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag of dat er sprake is van een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 EVRM.
Regel
- art. 31, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) (Afwijzing asielaanvraag als ongegrond)
- art. 3, EVRM (Verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing)
- art. 1, Vluchtelingenverdrag (Definitie van vluchteling)
- art. 15c, Kwalificatierichtlijn (Bescherming tegen ernstige schade)
Toepassing
- art. 31, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) (Afwijzing asielaanvraag als ongegrond) Verweerder heeft de relevante elementen van het asielrelaas van eiser als geloofwaardig beschouwd, maar concludeert dat deze elementen niet in verband staan met vluchtelingschap en niet leiden tot een reëel risico op ernstige schade. De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat de algemene situatie in Zuid-Sudan niet voldoet aan de criteria voor vluchtelingschap of ernstige schade zoals vereist door de Vreemdelingenwet 2000.
- art. 3, EVRM (Verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing) De rechtbank oordeelt dat de enkele omstandigheid dat de vader van eiser in een vluchtelingenkamp verblijft niet voldoende is om aan te nemen dat eiser bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM. Er is geen bewijs dat eiser niet veilig kan terugkeren naar zijn regio in Zuid-Sudan.
- art. 1, Vluchtelingenverdrag (Definitie van vluchteling) De rechtbank stelt vast dat de definitie van vluchteling in artikel 1 van het Vluchtelingenverdrag niet overeenkomt met de OAE-definitie. Het UNHCR-rapport suggereert niet dat iedereen uit Zuid-Sudan automatisch als vluchteling moet worden beschouwd. Er is geen specifiek bewijs dat eiser persoonlijk gevaar loopt vanwege zijn etniciteit.
- art. 15c, Kwalificatierichtlijn (Bescherming tegen ernstige schade) De rechtbank concludeert dat de situatie in Zuid-Sudan, hoewel zorgelijk, niet voldoet aan de criteria van artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn, aangezien het geweld niet van zodanige aard is dat elke terugkerende burger een risico loopt op willekeurig geweld. Verweerder heeft de situatie in Zuid-Sudan correct ingeschat.
Conclusie
De rechtbank verklaart het beroep van eiser ongegrond. De aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel is terecht afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de criteria van het Vluchtelingenverdrag of een reëel risico op ernstige schade zoals bedoeld in artikel 3 EVRM.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser]
- Gedaagde: de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Eiser stelt dat hij vanwege zijn etniciteit en de onveilige situatie in Zuid-Sudan als vluchteling moet worden aangemerkt en dat hij bij terugkeer een reëel risico op ernstige schade loopt volgens artikel 3 EVRM.
Verweerder erkent de geloofwaardigheid van de relevante elementen van het asielrelaas, maar stelt dat deze niet leiden tot vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade. Verweerder baseert zich op diverse rapporten en concludeert dat de situatie in Zuid-Sudan niet uitzonderlijk gevaarlijk is zoals bedoeld in artikel 15c Kwalificatierichtlijn.
Wetsartikelen
- art. 3 EVRM
- art. 31 Vw
Tijdlijn
- 11-11-2020 Eiser, met de Zuid-Sudanese nationaliteit, heeft een asielaanvraag ingediend in Nederland, met als basis de aanval op zijn dorp in december 2013 en de daaropvolgende vlucht naar Sudan in december 2014 vanwege stammengeweld.
- 14-03-2022 De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet 2000. De relevante elementen van het asielrelaas werden geloofwaardig geacht, maar niet in verband gebracht met vluchtelingschap of een reëel risico op ernstige schade.
- 12-04-2022 De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag op zitting behandeld. Eiser werd vertegenwoordigd door mr. E.H. Bokhorst als waarnemer van zijn gemachtigde.
- 22-04-2022 De rechtbank heeft het beroep van eiser ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelde dat de situatie in Zuid-Sudan niet dermate ernstig is dat elke terugkerende burger een reëel risico op willekeurig geweld loopt. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de afwijzing van de aanvraag terecht was en er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling.