Afkoelingsperiode en opheffing beslagen toegekend bij akkoordprocedure buiten faillissement.

Rechtbank Den Haag ยท 15 januari 2021 ยท Eerste aanleg - meervoudig ยท Civiel recht; Insolventierecht

WHOA: afkondiging afkoelingsperiode en opheffing beslagen.

Rechtsvraag

Of er een afkoelingsperiode moet worden afgekondigd en beslagen moeten worden opgeheven in het kader van een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.

Regel

  • art. 376, Faillissementswet (Fw) (Afkoelingsperiode in het kader van een onderhands akkoord)
  • art. 370 lid 3, Faillissementswet (Fw) (Verklaring deponeren voor akkoordprocedure)
  • art. 369 lid 7 aanhef en onder b, Faillissementswet (Fw) (Rechtsmacht en bevoegdheid Nederlandse rechter)
  • art. 3, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Rechtsmacht Nederlandse rechter)

Toepassing

  • art. 376, Faillissementswet (Fw) (Afkoelingsperiode in het kader van een onderhands akkoord) De rechtbank heeft vastgesteld dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is voor de voortzetting van de onderneming tijdens de onderhandelingen over een akkoord. De onderneming kampt met beperkingen vanwege corona-maatregelen, en de voortzetting ervan is belangrijk voor het beoogde akkoord. Daarom is de afkoelingsperiode gerechtvaardigd.
  • art. 370 lid 3, Faillissementswet (Fw) (Verklaring deponeren voor akkoordprocedure) Verzoeker heeft op 5 januari 2021 een verklaring gedeponeerd en toegezegd binnen twee maanden een akkoord aan te bieden. De rechtbank acht de aanvraag deugdelijk onderbouwd, wat de afkoelingsperiode rechtvaardigt.
  • art. 369 lid 7 aanhef en onder b, Faillissementswet (Fw) (Rechtsmacht en bevoegdheid Nederlandse rechter) Verzoeker woont en heeft zijn bedrijf in Den Haag, waardoor de Nederlandse rechter bevoegd is om het verzoek te behandelen.
  • art. 3, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) (Rechtsmacht Nederlandse rechter) De rechtbank bevestigt de rechtsmacht op basis van de woonplaats en bedrijfsplaats van de verzoeker in Nederland.

Conclusie

De rechtbank heeft besloten om een afkoelingsperiode van twee maanden af te kondigen en de beslagen op te heffen die door [Beslaglegger 1] en [Beslaglegger 2] zijn gelegd. Het verzoek is toegewezen omdat het in het belang van de gezamenlijke schuldeisers is en de voortzetting van de onderneming en een akkoord mogelijk maakt.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [verzoeker]
  • Gedaagde: [Beslaglegger 1] en [Beslaglegger 2]

Verzoeker vraagt om een afkoelingsperiode en opheffing van beslagen om een akkoord met schuldeisers te kunnen realiseren, teneinde zijn onderneming voort te zetten en faillissement te voorkomen.

De gedaagden hebben geen specifiek verweer gevoerd tijdens deze procedure, omdat het verzoek in raadkamer is behandeld zonder betrokkenheid van derden.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 2016 Verzoeker start met het lijden van verliezen in zijn onderneming vanwege persoonlijke omstandigheden, die duren tot en met 2019.
  2. 2020 Verzoeker treft kostenbesparende maatregelen in zijn onderneming welke leiden tot een positief bedrijfsresultaat.
  3. 04-01-2021 Verzoeker deponeert een verklaring ex artikel 370 lid 3 Fw ter griffie en dient een verzoek in tot een afkoelingsperiode van twee maanden ex artikel 376 Fw.
  4. 05-01-2021 Verzoeker deponeert een startverklaring waarin hij toezegt binnen twee maanden een akkoord aan te bieden.
  5. 08-01-2021 Het verzoek van verzoeker wordt in raadkamer behandeld in aanwezigheid van verzoeker, zijn advocaat en mevrouw [Z].
  6. 08-01-2021 Verzoeker doet tijdens de behandeling van het verzoek een aanvullend verzoek tot opheffing van beslagen door [beslaglegger 1] en [beslaglegger 2].
  7. 15-01-2021 Rechtbank Den Haag maakt beschikking waarin een afkoelingsperiode wordt afgekondigd voor twee maanden en de beslagen op voorraad en inventaris van verzoeker worden opgeheven.
  8. 15-01-2021 De rechtbank bepaalt dat verzoeker uiterlijk 15 februari 2021 moet rapporteren over de voortgang van de akkoordprocedure.