Afwijzing afkoelingsperiode en machtiging artikel 42a Fw wegens onduidelijke noodzaak en schuldeisersbelangen.

Rechtbank Amsterdam ยท 23 oktober 2024 ยท Beschikking ยท Civiel recht; Insolventierecht

Beschikking afwijzing verzoek afkoelingsperiode ex artikel 376 FW; aanwijzing herstructureringsdeskundige; afwijzing verzoek tot afgifte van een machtiging ex artikel 42a Fw.

Rechtsvraag

Heeft [naam 1] recht op de afkondiging van een afkoelingsperiode, de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige en een machtiging voor rechtshandelingen op grond van artikel 42a Fw?

Regel

  • art. 376 lid 4, Faillissementswet (Fw) (Afkoelingsperiode)
  • art. 371 lid 3 jo. artikel 371 lid 1, Faillissementswet (Fw) (Herstructureringsdeskundige)
  • art. 42a, Faillissementswet (Fw) (Machtiging rechtshandelingen)

Toepassing

  • art. 376 lid 4, Faillissementswet (Fw) (Afkoelingsperiode) [naam 1] heeft niet aangetoond dat een afkoelingsperiode noodzakelijk is om de onderneming tijdens de voorbereiding van en onderhandelingen over een akkoord voort te zetten. Er is geen concrete dreiging dat schuldeisers zullen overgaan tot faillissementsaanvraag of verhaal op goederen. De rechtbank concludeert dat de belangen van de schuldeisers niet zodanig zijn dat zij een afkoelingsperiode noodzakelijk maken.
  • art. 371 lid 3 jo. artikel 371 lid 1, Faillissementswet (Fw) (Herstructureringsdeskundige) De rechtbank acht het aannemelijk dat [naam 1] zonder herstructurering niet aan toekomstige betalingsverplichtingen kan voldoen. [naam 1] bevindt zich in een toestand waarin toekomstige insolventie onafwendbaar is zonder herstructurering. De rechtbank wijst daarom het verzoek toe voor de aanstelling van een herstructureringsdeskundige.
  • art. 42a, Faillissementswet (Fw) (Machtiging rechtshandelingen) [naam 1] heeft niet aangetoond dat de rechtshandelingen noodzakelijk zijn voor de voortzetting van de onderneming of voorbereiding van het akkoord. De brugfinanciering lijkt primair gericht op de Duitse dochteronderneming en niet op een directe liquiditeitsbehoefte van [naam 1]. De precieze voorwaarden van de brugfinanciering zijn onduidelijk, waardoor niet kan worden vastgesteld of de belangen van de schuldeisers hierdoor niet wezenlijk worden geschaad.

Conclusie

De rechtbank wijst het verzoek voor een afkoelingsperiode af vanwege het ontbreken van een concrete dreiging voor [naam 1]. De rechtbank wijst de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige toe omdat [naam 1] zonder herstructurering een toekomstige insolventie niet kan afwenden. Het verzoek voor machtiging van rechtshandelingen op grond van artikel 42a Fw wordt afgewezen omdat de noodzaak en voorwaarden van de rechtshandelingen onvoldoende zijn aangetoond.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [naam 1] B.V.
  • Gedaagde: [belanghebbende 5] B.V. en [naam 2]

[naam 1] verzoekt om een afkoelingsperiode van vier maanden, de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige en een machtiging ex artikel 42a Fw voor financiering en zekerheidsstelling om de financiรซle problemen en dreigende insolventie af te wenden.

[naam cs] verzet zich tegen de voorwaarden van de brugfinanciering, met name het optierecht, en stelt dat er onvoldoende informatie is over de financiรซle situatie in Duitsland. Ze ondersteunen wel de aanwijzing van een herstructureringsdeskundige.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 07-02-2024 [naam 1] B.V. heeft een verklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Faillissementswet ter griffie gedeponeerd, waarmee zij kiest voor een besloten akkoordprocedure buiten faillissement.
  2. 09-02-2024 [naam 1] heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend ter griffie, strekkende tot het afkondigen van een afkoelingsperiode voor vier maanden, aanwijzing van een herstructureringsdeskundige en een machtiging op grond van artikel 42a Fw.
  3. 16-02-2024 [belanghebbende 5] B.V. en [belanghebbende 8] hebben een schriftelijke zienswijze ingediend met betrekking tot het verzoek van [naam 1].
  4. 16-02-2024 De advocaat van [naam 1] heeft bijlagen 37 tot en met 41 en een correcte versie van bijlage 12 ingediend bij de rechtbank.
  5. 20-02-2024 De advocaat van [naam 1] heeft bijlagen 42 tot en met 46 ingediend bij de rechtbank.
  6. 22-02-2024 De verzoeken van [naam 1] zijn in raadkamer behandeld. Diverse betrokkenen, waaronder bestuurders, advocaten en tolken, zijn verschenen en hebben hun standpunten toegelicht.
  7. 06-03-2024 De rechtbank Amsterdam doet uitspraak op de verzoeken van [naam 1] om een afkoelingsperiode, aanstelling van een herstructureringsdeskundige en machtiging op grond van artikel 42a Fw. Het verzoek tot afkondigen van een afkoelingsperiode en de machtiging ex artikel 42a Fw worden afgewezen. [naam deskundige 4] wordt benoemd als herstructureringsdeskundige.