Verplichte zorg wordt afgewezen bij voldoende stabiliteit en samenwerking met behandelaars.
Wvggz Zorgmachtiging afgewezen. Het ernstig nadeel dat zich eerder heeft voorgedaan, is momenteel niet aan de orde.
Rechtsvraag
Of er voldoende gronden zijn om een zorgmachtiging te verlenen aan betrokkene op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), gezien haar huidige geestelijke toestand en de risico's op ernstig nadeel.
Regel
- art. 6:4, Wvggz (zorgmachtiging)
- art. 3:3, Wvggz (criteria voor verplichte zorg)
- art. 3:4, Wvggz (doelen van verplichte zorg)
Toepassing
- art. 6:4, Wvggz (zorgmachtiging) De rechtbank kan op verzoek van de officier van justitie een zorgmachtiging verlenen wanneer wordt voldaan aan de criteria en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De officier van justitie heeft een verzoek ingediend, maar was niet aanwezig om het verzoek nader toe te lichten.
- art. 3:3, Wvggz (criteria voor verplichte zorg) Betrokkene lijdt aan een schizo-affectieve stoornis, wat een psychische stoornis is. Hoewel er eerder sprake was van ernstig nadeel door ontregeling, is betrokkene momenteel stabiel en is er geen direct ernstig nadeel aanwezig. De rechtbank erkent de zorg van de behandelaren over mogelijke toekomstige ontregeling, maar constateert dat de huidige situatie geen ernstig nadeel veroorzaakt.
- art. 3:4, Wvggz (doelen van verplichte zorg) Het doel van verplichte zorg is om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen. De behandelaren vinden een zorgmachtiging noodzakelijk om toekomstige problemen te voorkomen, maar de rechtbank oordeelt dat de huidige situatie geen ernstig nadeel veroorzaakt en dat er geen grond is voor verplichte zorg.
Conclusie
De rechtbank wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af, omdat er momenteel onvoldoende aanwijzingen zijn dat betrokkene ernstig nadeel veroorzaakt en de grond voor het opleggen van verplichte zorg ontbreekt.
Partijen en standpunten
- Eiser: Officier van Justitie
- Gedaagde: Betrokkene
De Officier van Justitie verzoekt om een zorgmachtiging voor betrokkene op grond van artikel 6:4 Wvggz, omdat betrokkene lijdt aan een schizo-affectieve stoornis en er ernstig nadeel dreigt zonder verplichte zorg.
Betrokkene stelt dat zij momenteel stabiel is en goed samenwerkt met haar behandelaars, waardoor verplichte zorg niet noodzakelijk is.
Tijdlijn
- 06-08-2024 De officier van justitie heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend bij de griffie van de rechtbank Amsterdam voor het verlenen van een zorgmachtiging ten aanzien van betrokkene op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz).
- 27-08-2024 De rechtbank Amsterdam heeft de mondelinge behandeling van het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging gehouden. Tijdens deze zitting zijn betrokkene, haar advocaat mr. C.H. van Keulen, en de artsen mevrouw J. de Kuiper en mevrouw E. Hendricks gehoord. De officier van justitie achtte nadere toelichting of motivering van het verzoek niet nodig en is daarom niet ter zitting verschenen.
- 27-08-2024 De rechtbank Amsterdam heeft mondeling uitspraak gedaan en het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging afgewezen. De rechtbank oordeelde dat hoewel er sprake was van een zorgelijke situatie, er op dat moment onvoldoende aanwijzingen waren dat dit zou leiden tot ernstig nadeel. De behandelaren bevestigden dat het ernstig nadeel vooral zag op eerdere ontregeling van betrokkene, maar dat zij nu stabiel was.
- 04-09-2024 De mondelinge uitspraak van 27 augustus 2024 is schriftelijk uitgewerkt en ondertekend door de rechter mr. E. Dinjens en griffier J. Koomen. De beschikking wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af.