Medeplegen moord en voorhanden hebben wapens bewezen; criminele organisatie vrijspraak.
Vonnis inzake de strafzaak Iraklia/Hendon met betrekking tot de moord op Peter R. de Vries. Het verweer van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging, omdat het dossier volledig geanonimiseerd is en daarmee in strijd met artikel 6 EVRM, wordt verworpen. Verdachte wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele (terroristische) organisatie. Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van de moord en het medeplegen van het voorhanden hebben van wapens en munitie. De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte deze feiten heeft begaan met een terroristisch oogmerk, zodat hij daarvan wordt vrijgesproken. De rechtbank verwerpt het verweer dat er sprake was van psychische overmacht. De rechtbank legt, in verband met recent opgelegde gevangenisstraf van 47 maanden (art. 63 Sr), een gevangenisstraf van 26 jaar en één maand op aan verdachte.
Rechtsvraag
Of verdachte K.M. schuldig is aan het medeplegen van de moord op Peter R. de Vries, het voorhanden hebben van wapens en munitie, en deelname aan een criminele organisatie, en of deze feiten zijn gepleegd met een terroristisch oogmerk.
Regel
- art. 289 Sr (Moord: het opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven beroven van een ander)
- art. 26 Wet wapens en munitie (Het voorhanden hebben van wapens en munitie)
- art. 140 Sr (Deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven)
- art. 83a Sr (Terroristisch oogmerk: oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen)
Toepassing
- art. 289 Sr (Moord: het opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven beroven van een ander) De rechtbank heeft vastgesteld dat Peter R. de Vries op 6 juli 2021 door [medeverdachte D.G.] is neergeschoten en aan de verwondingen is overleden. Verdachte K.M. heeft een essentiële rol gespeeld in de planning en uitvoering van de moord, door onder meer instructies te geven via berichtenverkeer en de schutter aan te sturen. Er is sprake van voorbedachte rade gezien de grondige voorbereiding en de instructies die K.M. heeft gegeven.
- art. 26 Wet wapens en munitie (Het voorhanden hebben van wapens en munitie) Verdachte K.M. heeft samen met [medeverdachte K.E.] en [medeverdachte K.W.] op 5 juli 2021 wapens opgehaald in Alphen aan den Rijn en deze wapens op 6 juli 2021 overgedragen aan [medeverdachte K.E.] en [medeverdachte D.G.]. K.M. heeft de feitelijke macht over de wapens kunnen uitoefenen door instructies te geven over waar de wapens naartoe moesten en wat ermee moest gebeuren.
- art. 140 Sr (Deelneming aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven) De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat er sprake is van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen de in de tenlastelegging genoemde personen. Er is onvoldoende bewijs dat de samenwerking meer dan incidenteel was en dat er een gemeenschappelijk doel was om misdrijven te plegen.
- art. 83a Sr (Terroristisch oogmerk: oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen) De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat verdachte K.M. de moord op Peter R. de Vries heeft gepleegd met het oogmerk om de bevolking of een deel daarvan ernstige vrees aan te jagen. Er is geen bewijs dat K.M. dit doel had bij het plegen van de moord.
Conclusie
Verdachte K.M. wordt schuldig bevonden aan het medeplegen van de moord op Peter R. de Vries en het voorhanden hebben van wapens en munitie. Hij wordt vrijgesproken van deelname aan een criminele organisatie en van het plegen van deze feiten met een terroristisch oogmerk. K.M. wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 26 jaar en 1 maand.
Partijen en standpunten
- Eiser: Openbaar Ministerie
- Gedaagde: Verdachte K.M.
Het Openbaar Ministerie heeft gesteld dat verdachte K.M. zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van moord op Peter R. de Vries, het voorhanden hebben van wapens en munitie, en deelname aan een criminele organisatie. De officier van justitie heeft een levenslange gevangenisstraf geëist.
De verdediging heeft gepleit voor integrale vrijspraak, aangevoerd dat verdachte onder druk handelde en geen eerlijk proces heeft gehad door de anonimiteit van de getuigen. Tevens werd betoogd dat de bijdrage van verdachte eerder als medeplichtigheid dan medeplegen moet worden gekwalificeerd.
Wetsartikelen
- art. 6 EVRM
- art. 344a Sv
- art. 140 Sr
- art. 149b Sv
- art. 140 lid 1 Sr
- art. 6:6:108 lid 3 BW
- art. 26 lid 1 WWM
- art. 328 Sv
- art. 63 Sr
- art. 36f Sr
- art. 51f lid 2 Sv
- art. 83a Sr
- art. 36d Sr
- art. 47 Sr
- art. 55 Sr
- art. 57 Sr
- art. 289 Sr
- art. 6:6:108 lid 4 BW
- art. 6:6:108 BW
- art. 26 WWM
- art. 55 WWM
- art. 344a lid 1 Sv
- art. 350 Sv
- art. 149a Sv
- art. 315 lid 1 Sv
- art. 149a lid 2 Sv
- art. 34 Sv
- art. 315 Sv
- art. 359a Sv
- art. 261 Sv
- art. 416 Sr
- art. 49 lid 4 Sr
- art. 3 EVRM
- art. 51f lid 1 Sv
- art. 10 Sr
- art. 8 EVRM
- art. 33 Sr
- art. 33a Sr
- art. 36b Sr
- art. 36c Sr
Tijdlijn
- 06-07-2021 Op 6 juli 2021 omstreeks half 8 in de avond wordt de misdaadjournalist Peter R. de Vries in de Lange Leidsedwarsstraat in Amsterdam neergeschoten. Door de politie-eenheid Amsterdam is een onderzoek ingesteld met de naam 13Iraklia. Ongeveer 45 minuten na het neerschieten van Peter R. de Vries worden twee verdachten aangehouden, te weten [medeverdachte D.G.] en [medeverdachte K.E.].
- 15-07-2021 Op 15 juli 2021 overlijdt Peter R. de Vries aan de gevolgen van de opgelopen schotwonden.
- 18-10-2021 De strafzaken van [medeverdachte D.G.] en [medeverdachte K.E.] zijn aangevangen bij de rechtbank Amsterdam. Na een aantal voorbereidende zittingen heeft de inhoudelijke behandeling plaatsgevonden op de terechtzittingen van 7 en 15 juni 2022.
- 05-07-2022 Na de sluiting van het onderzoek heeft het Openbaar Ministerie een aantal nieuwe stukken aan de rechtbank gestuurd. Uit de begeleidende e-mail heeft de rechtbank afgeleid dat het onderzoek niet volledig is geweest.
- 11-07-2022 De rechtbank heeft tussenvonnissen gewezen, waarin is beslist dat het onderzoek ter terechtzitting in Iraklia wordt heropend naar aanleiding van de nieuwe stukken.
- 25-08-2022 Op de eerstvolgende pro forma zitting is de samenstelling van de rechtbank gewijzigd. Na overleg is besloten op de zitting van 3 november 2022 een beslissing te nemen over het al dan niet opnieuw aanvangen van het onderzoek.
- 03-11-2022 De rechtbank heeft beslist dat in de zaken van [medeverdachte K.E.] en [medeverdachte D.G.] het op 25 augustus 2022 geschorste onderzoek opnieuw wordt aangevangen, aangezien geen sprake is van instemming van de verdediging en het Openbaar Ministerie met hervatting in gewijzigde samenstelling.
- 09-07-2021 Onder leiding van de officier van justitie van het Landelijk Parket is onderzoek 26Hendon gestart. Dit onderzoek richt zich op het opsporen en aanhouden van de vermoedelijke opdrachtgever(s), medepleger(s) dan wel medeplichtigen van de (poging tot) moord op Peter R. de Vries. In dit onderzoek zijn [verdachte K.M.], [medeverdachte E.O.] en [medeverdachte G.M.] op 4 juli 2022 aangehouden.
- 13-10-2022 Bij de rechtbank Amsterdam heeft de eerste pro forma zitting in het onderzoek Hendon plaatsgevonden. De verdediging van [verdachte K.M.] en [medeverdachte G.M.] hebben verzocht om de onderzoeken Hendon en Iraklia gelijktijdig te behandelen door dezelfde zittingscombinatie.
- 01-11-2023 De rechtbank heeft beslist dat een gezamenlijke berechting van de verdachten in de onderzoeken Hendon en Iraklia, door dezelfde combinatie van zittingsrechters, in het belang van een goede rechtsbedeling is en heeft de zaken van [verdachte K.M.], [medeverdachte E.O.] en [medeverdachte G.M.] verwezen naar de zittingscombinatie van Iraklia.
- 06-01-2023 De eerste gezamenlijke zitting in de strafzaken tegen de verdachten in de onderzoeken Iraklia/Hendon heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft bevolen dat het ter terechtzitting van 13 oktober 2022 geschorste onderzoek opnieuw wordt aangevangen.
- 24-03-2023 De strafzaak van [medeverdachte L.S.] is aangevangen op de zitting van 24 maart 2023.