Bij besluit op bezwaar moeten belangen van pasgeboren kind zorgvuldig worden onderzocht.

Rechtbank Amsterdam ยท 17 april 2024 ยท Eerste aanleg - enkelvoudig ยท Bestuursrecht

Beroep gegrond. Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang omdat eiseres volgens verweerder voldoende zelfredzaam is. Het betoog van eiseres dat het criterium in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015 in strijd is met de Wmo 2015 slaagt niet. Het bestreden besluit is wel in strijd met artikel 3:2 van de Awb niet gebaseerd op een zorgvuldige voorbereiding en in strijd met artikel 7:12 van de Awb niet goed gemotiveerd. Ook is in strijd met artikel 3 van het IVRK voorafgaand aan het nemen van het besluit op bezwaar geen onderzoek gedaan naar de belangen van het pasgeboren kind. Het bestreden besluit geeft daar althans onvoldoende blijk van, nu in het geheel niet wordt ingegaan op het kind en hoe het met hem gaat.

Rechtsvraag

Mocht verweerder de aanvraag van eiseres voor maatschappelijke opvang afwijzen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015)?

Regel

  • art. 3:2, Awb (zorgvuldige voorbereiding)
  • art. 7:12, Awb (motiveringsplicht)
  • art. 2.3.2, Wmo 2015 (melding en onderzoek)
  • art. 2.3.5, Wmo 2015 (maatwerkvoorziening)
  • art. 3, IVRK (belang van het kind)
  • Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015 (zelfredzaamheidscriterium)

Toepassing

  • art. 3:2, Awb (zorgvuldige voorbereiding) Verweerder moet voldoende kennis vergaren over de relevante feiten en omstandigheden voor een besluit. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de situatie van eiseres na de geboorte van haar kind en de zelfredzaamheid van eiseres. Dit blijkt uit het feit dat het GGD-verslag geen beoordeling bevatte van de kindveiligheid en opvoedvaardigheden van eiseres. Daarnaast was er geen nader onderzoek verricht na de geboorte van het kind, ondanks de gewijzigde omstandigheden.
  • art. 7:12, Awb (motiveringsplicht) Verweerder heeft het besluit onvoldoende gemotiveerd door zonder nader onderzoek vast te houden aan de GGD-screening van 20 februari 2023. De rechtbank constateert dat er geen beoordeling was van de kindveiligheid en opvoedvaardigheden van eiseres, en dat verweerder niet heeft onderbouwd waarom eiseres niet beperkt zelfredzaam zou zijn.
  • art. 2.3.2, Wmo 2015 (melding en onderzoek) Verweerder moet vaststellen wat de hulpvraag is en welke problemen er zijn bij zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit onvoldoende heeft gedaan, omdat er geen volledig onderzoek naar de zelfredzaamheid van eiseres is uitgevoerd na de geboorte van haar kind.
  • art. 2.3.5, Wmo 2015 (maatwerkvoorziening) Verweerder moet bepalen welke ondersteuning nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van de ondersteuningsvrager. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit niet adequaat heeft gedaan, omdat er geen volledig onderzoek is uitgevoerd naar de situatie van eiseres na de geboorte van haar kind.
  • art. 3, IVRK (belang van het kind) Verweerder moet bij alle maatregelen betreffende kinderen de belangen van die kinderen betrekken. De rechtbank oordeelt dat verweerder dit niet voldoende heeft gedaan, omdat er geen onderzoek is gedaan naar de situatie van het pasgeboren kind van eiseres.
  • Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015 (zelfredzaamheidscriterium) Verweerder heeft terecht het zelfredzaamheidscriterium gebruikt, zoals vastgelegd in de Verordening. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de zelfredzaamheid van eiseres na de geboorte van haar kind.

Conclusie

Het beroep van eiseres is gegrond. Verweerder heeft de aanvraag van eiseres voor maatschappelijke opvang onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd, en heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van het kind van eiseres. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit en draagt verweerder op om binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 1997 Eiseres komt uit Ghana en verblijft sinds 1997 in Amsterdam.
  2. 2020 Na een relatiebreuk gaat eiseres weer bij haar vader wonen.
  3. 2023 Eiseres wordt door haar vader uit huis gezet omdat zij zwanger is geraakt zonder te trouwen.
  4. 23-01-2023 Eiseres dient een aanvraag in voor maatschappelijke opvang.
  5. 20-02-2023 De GGD screent eiseres en concludeert dat zij voldoende zelfredzaam is en vooral een huisvestingsprobleem heeft.
  6. 07-04-2023 Verweerder wijst de aanvraag van eiseres af op basis van het negatieve advies van de GGD.
  7. 11-04-2023 Eiseres verblijft sinds deze datum in de noodopvang voor gezinnen.
  8. 25-10-2023 Verweerder blijft bij de afwijzing van de aanvraag in het besluit op bezwaar.
  9. 29-03-2024 De rechtbank behandelt het beroep van eiseres op zitting. Eiseres en haar gemachtigde zijn aanwezig.
  10. 17-04-2024 De rechtbank verklaart het beroep van eiseres gegrond, vernietigt het besluit van 25-10-2023, en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.