Ontbinding arbeidsovereenkomst bij verstoorde arbeidsverhouding ondanks opzegverbod wegens ziekte.

Rechtbank Amsterdam · 21 november 2023 · Beschikking · Civiel recht; Arbeidsrecht

Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van verstoorde arbeidsverhouding. Het opzegverbod wegens ziekte staat niet aan ontbinding in de weg, omdat de verstoring van de arbeidsrelatie al bestond voor de ziekmelding. Geen billijke vergoeding. Geen ernstige verwijtbaarheid werkgever.

Rechtsvraag

Moet de arbeidsovereenkomst tussen VUmc en [verweerder] worden ontbonden op grond van verwijtbaar handelen door [verweerder] en/of een verstoorde arbeidsverhouding, ondanks het opzegverbod wegens ziekte?

Regel

  • art. 7:671b lid 1 aanhef en onder a BW (Ontbinding arbeidsovereenkomst door de kantonrechter)
  • art. 7:671b lid 6 aanhef en onder a BW (Ontbinding arbeidsovereenkomst ondanks opzegverbod)
  • art. 7:669 lid 3 sub g BW (Verstoorde arbeidsverhouding)
  • art. 7:673 BW (Transitievergoeding)
  • art. 7:671b lid 9 onderdeel c BW (Billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen)

Toepassing

  • art. 7:671b lid 1 aanhef en onder a BW (Ontbinding arbeidsovereenkomst door de kantonrechter) De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst alleen kan worden ontbonden indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. VUmc heeft aangevoerd dat de verhoudingen tussen VUmc en [verweerder] sinds 2021 zijn verslechterd en dat [verweerder] veelvuldig redelijke verzoeken van zijn leidinggevenden en collega’s heeft geweigerd. Dit heeft geleid tot een situatie waarin [verweerder] niet langer te handhaven is als collega binnen Amsterdam UMC.
  • art. 7:671b lid 6 aanhef en onder a BW (Ontbinding arbeidsovereenkomst ondanks opzegverbod) Ondanks het opzegverbod wegens ziekte kan de kantonrechter de arbeidsovereenkomst toch ontbinden als het verzoek geen verband houdt met de ziekte. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de arbeidsverhouding tussen partijen al voor de arbeidsongeschiktheid verstoord was. De feiten en omstandigheden die aan het ontbindingsverzoek ten grondslag liggen, vormen ook zonder de arbeidsongeschiktheid een redelijke grond voor ontbinding.
  • art. 7:669 lid 3 sub g BW (Verstoorde arbeidsverhouding) De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een zodanige verstoring van de arbeidsverhouding dat van VUmc instandhouding van de arbeidsovereenkomst niet gevergd kan worden. [verweerder] heeft meermaals geweigerd fysiek aanwezig te zijn ondanks redelijke verzoeken daartoe en heeft geen vertrouwen getoond in de samenwerking met zijn leidinggevenden. De verstoring is al langere tijd aan de gang en het mediationtraject in 2022 heeft niet tot een werkzame oplossing geleid.
  • art. 7:673 BW (Transitievergoeding) Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, heeft [verweerder] recht op een transitievergoeding. De kantonrechter berekent de transitievergoeding op € 33.823,42 bruto.
  • art. 7:671b lid 9 onderdeel c BW (Billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen) De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan [verweerder] een billijke vergoeding toe te kennen. Er is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van VUmc. Hoewel VUmc steken heeft laten vallen in de re-integratie van [verweerder], blijkt niet dat VUmc bewust niet heeft ingezet op re-integratie. De kantonrechter overweegt dat het handelen van VUmc wellicht niet de schoonheidsprijs verdient, maar niet gekwalificeerd kan worden als ernstig verwijtbaar handelen.

Conclusie

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen VUmc en [verweerder] met ingang van 1 januari 2024. VUmc wordt veroordeeld tot betaling aan [verweerder] van een transitievergoeding van € 33.823,42 bruto. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een billijke vergoeding toe te kennen. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Stichting VUmc
  • Gedaagde: D. [verweerder]

VUmc verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen door [verweerder] en een verstoorde arbeidsverhouding, onder toekenning van een transitievergoeding.

[verweerder] voert aan dat sprake is van een opzegverbod wegens ziekte en dat hij geen redelijke verzoeken heeft geweigerd. Hij verzoekt om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-03-2005 [verweerder] treedt in dienst bij VUmc in de functie van Projectmedewerker.
  2. 01-01-2014 [verweerder] wordt Projectleider elektronische instrumenten binnen de afdeling Fysiologie van VUmc.
  3. 01-01-2014 Prof. [naam 1] wordt hoofd van de afdeling Fysiologie.
  4. 01-01-2016 Prof. [naam 3] wordt de direct leidinggevende van [verweerder].
  5. 01-01-2016 Dr. [naam 4] wordt staflid en leidinggevende van de onderwijspractica.
  6. 01-01-2016 [verweerder] begint geregeld gesprekken tussen hem en zijn collega’s op te nemen op audio apparatuur.
  7. 10-03-2021 [naam 3] stuurt een e-mail aan [verweerder] waarin hij verzoekt om tijdens practica fysiek aanwezig te zijn, ondanks de coronamaatregelen.
  8. 19-03-2021 [naam 4] stuurt een e-mail aan [verweerder] met een verzoek om fysiek aanwezig te zijn voor het uitleggen van problemen in het XLL programma.
  9. 29-03-2021 [verweerder] reageert per e-mail dat hij de toegevoegde waarde van zijn fysieke aanwezigheid niet inziet.
  10. 30-03-2021 [verweerder] en [naam 3] spreken af dat [verweerder] via Teams overleg voert om problemen op te lossen en indien nodig naar de faculteit komt.
  11. 21-09-2021 In het jaarverslag van [verweerder] wordt opgenomen dat hij één dag per week op locatie werkt en dat Fysiologie aangeeft wanneer dit naar twee dagen per week verandert.
  12. 07-12-2021 [naam 3] stuurt een e-mail aan [verweerder] met een werkplan voor de afhandeling van ICT-gerelateerde zaken voor het practicum.