Oneerlijke bedingen moeten volledig buiten toepassing blijven, ook bij een beroep op wettelijke regelingen.
Huurzaak; Huurder huurt een woning en heeft een huurachterstand laten ontstaan. De kantonrechter toetst ambtshalve de huurovereenkomst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, in het bijzonder aan de Richtlijn 93/13 EG. Het beding inzake de buitengerechtelijke kosten wordt oneerlijk verklaard en vernietigd. Een beroep op de wettelijke regeling is niet mogelijk. Geen strijd met de rechtszekerheid. Mogelijke onwenselijke maatschappelijke gevolgen van het vernietigen van in huurovereenkomsten voorkomende oneerlijke bedingen in de zin van de Richtlijn vormen geen grond om toch de wettelijke regeling toe te passen. De kantonrechter overweegt ten overvloede dat de mogelijkheid om de huurovereenkomst of algemene voorwaarden te wijzigen niet strikt beperkt lijkt te zijn tot de “redelijk aanbod-”procedure van artikel 7:274 lid 1 onderdeel d BW. Artikel 7:213 BW brengt, wat de huurder betreft, mee dat deze onder de geschetste omstandigheden een aanbod van de verhuurder tot schrapping van het oneerlijke beding ter zake van de buitengerechtelijke kosten of tot vervanging van dit oneerlijke beding door een eerlijk beding behoort te aanvaarden, nu daarmee het doel van de Richtlijn die strekt ter bescherming van de consument en erop gericht is oneerlijke bedingen uit overeenkomsten te verwijderen, wordt bereikt.
Rechtsvraag
Is het beding over buitengerechtelijke incassokosten in de huurovereenkomst tussen Lieven de Key en [gedaagde] oneerlijk in de zin van Richtlijn 93/13 EG en kan Lieven de Key daarom aanspraak maken op deze kosten?
Regel
- Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen) (beschermt consumenten tegen oneerlijke bedingen in overeenkomsten)
- Art. 6:96 BW (regelt de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten)
- HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198 (Kinderopvang) (bepaalt dat contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen oneerlijk is)
Toepassing
- Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen) (beschermt consumenten tegen oneerlijke bedingen in overeenkomsten) De kantonrechter beoordeelt of het beding in de huurovereenkomst een oneerlijk karakter heeft door te kijken of het in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van partijen aanzienlijk verstoort. Het beding in artikel 13.1 van de huurovereenkomst stelt dat alle kosten bij niet-nakoming door de huurder op de huurder verhaald kunnen worden, wat afwijkt van de wettelijke regeling die gemaximeerde buitengerechtelijke kosten voorschrijft. Dit wordt als oneerlijk beschouwd. (Rechtsoverweging 4.12)
- Art. 6:96 BW (regelt de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten) Hoewel Lieven de Key aanvoert dat zij zich houdt aan de wettelijke normering van incassokosten, kan geen wettelijke incassokosten worden toegewezen als er een beding is overeengekomen dat oneerlijk is. De kantonrechter benadrukt dat zelfs als in de praktijk de wettelijke regeling wordt gevolgd, er altijd moet worden onderzocht of een beding is overeengekomen dat toegepast had kunnen worden. (Rechtsoverweging 4.14)
- HR 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198 (Kinderopvang) (bepaalt dat contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen oneerlijk is) De kantonrechter verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad dat contractuele afwijking van dwingendrechtelijke bepalingen oneerlijk is. Het beding in de huurovereenkomst wijkt af van de wettelijke regeling over incassokosten en is daarom oneerlijk. (Rechtsoverweging 4.12)
Conclusie
De kantonrechter oordeelt dat het beding in de huurovereenkomst over buitengerechtelijke incassokosten oneerlijk is en daarom buiten toepassing moet worden gelaten. Lieven de Key kan geen aanspraak maken op deze kosten op basis van de huurovereenkomst of de wettelijke regeling, aangezien het beding contractueel afwijkt van de dwingendrechtelijke bepalingen.
Partijen en standpunten
- Eiser: Woonstichting Lieven de Key
- Gedaagde: [gedaagde]
Lieven de Key vordert betaling van € 4.015,56 aan huurachterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde, met nevenvorderingen. Daarnaast vordert zij wijziging van de algemene voorwaarden inzake buitengerechtelijke kosten.
[gedaagde] erkent de huurachterstand en verzoekt om een voorwaardelijke ontbinding van de huurovereenkomst waarbij zij een betalingsregeling kan nakomen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 03-04-2021 [gedaagde] huurt woning aan [adres] van Lieven de Key met een huur van € 469,93 per maand.
- 14-07-2022 Lieven de Key meldt [gedaagde] aan voor gemeentelijke schuldhulpverlening vanwege huurachterstand.
- 19-08-2022 [gedaagde] wordt aangemaand om huurachterstand binnen 14 dagen te betalen, anders incassokosten verschuldigd.
- 11-07-2023 Lieven de Key dagvaardt [gedaagde] voor de kantonrechter wegens openstaande huurachterstand en andere vorderingen.
- 01-08-2023 [gedaagde] geeft mondeling antwoord op de dagvaarding, waarna een instructievonnis en zittingsdatum worden bepaald.
- 22-08-2023 Zitting vindt plaats. Lieven de Key vermindert de vordering met € 150,00 en dient actuele specificatie in.
- 26-09-2023 Vonnis door kantonrechter uitgesproken. [gedaagde] veroordeeld tot betaling van huurachterstand en proceskosten. Voorwaardelijke ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst vastgesteld.