Voorafgaand aan de dienst aanwezige tijd geldt niet als arbeidstijd zonder voldoende bewijs van werkgeversgezag.

Rechtbank Amsterdam ยท 23 juni 2023 ยท Eerste aanleg - enkelvoudig ยท Civiel recht; Arbeidsrecht

onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat kwartier dat eiser voor aanvang van zijn dienst aanwezig moest zijn als werktijd heeft te gelden.

Rechtsvraag

Of de 15 minuten aanvangstijd voor de dienst van [eiser] als arbeidstijd moet worden aangemerkt en of hij recht heeft op betaling van achterstallig loon voor deze periode.

Regel

  • art. 6:89 BW (klachtplicht bij gebrekkige prestatie)
  • art. 22 NBBU-cao (inlenersbeloning en terugwerkende kracht)
  • Algemene regels omtrent arbeidstijd en werkgeversgezag (arbeidstijd moet onder gezag van de werkgever staan)

Toepassing

  • art. 6:89 BW (klachtplicht bij gebrekkige prestatie) De rechtbank oordeelde dat artikel 6:89 BW niet van toepassing is omdat dit artikel ziet op een gebrekkige prestatie en niet op het geheel uitblijven daarvan. In dit geval was er geen loon betaald voor de 15 minuten dat [eiser] aanwezig moest zijn. Werk & Ik's beroep op schending van de klachtplicht werd gepasseerd.
  • art. 22 NBBU-cao (inlenersbeloning en terugwerkende kracht) Werk & Ik betoogde dat de inlenersbeloning niet met terugwerkende kracht kan worden aangepast, tenzij er sprake is van opzet of kennelijk misbruik. De rechtbank ging hier niet specifiek op in, omdat de kern van het geschil lag bij de vraag of de 15 minuten als werktijd moeten worden aangemerkt.
  • Algemene regels omtrent arbeidstijd en werkgeversgezag (arbeidstijd moet onder gezag van de werkgever staan) De rechtbank oordeelde dat [eiser] onvoldoende gedetailleerde feiten en omstandigheden heeft gesteld om te bewijzen dat de 15 minuten als arbeidstijd moeten worden aangemerkt. Er was onvoldoende bewijs dat hij onder werkgeversgezag stond en specifieke werkzaamheden moest verrichten tijdens deze 15 minuten. Werk & Ik betwistte de stellingen van [eiser], en hij slaagde er niet in om concreet bewijs te leveren.

Conclusie

De vorderingen van [eiser] werden afgewezen omdat hij niet voldoende bewijs kon leveren dat de 15 minuten als arbeidstijd moeten worden aangemerkt. Hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]
  • Gedaagde: Werk & Ik B.V.

[eiser] vordert erkenning dat de 15 minuten voorafgaand aan de dienst als arbeidstijd moeten worden aangemerkt en betaling van โ‚ฌ 9.594,38 aan achterstallig loon, vermeerderd met wettelijke rente, wettelijke verhoging, vakantiegeld en onregelmatigheidstoeslag.

Werk & Ik betoogt dat de 15 minuten niet als werktijd kunnen worden aangemerkt, dat [eiser] onvoldoende bewijs heeft geleverd van de werkzaamheden in dit kwartier, en dat er geen loonverplichting bestaat. Werk & Ik beroept zich ook op schending van de klachtplicht, rechtsverwerking en verjaring.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 23-03-2015 [eiser] begint als uitzendkracht voor Werk & Ik B.V., ter beschikking gesteld aan de afdeling Bagage Operational Support (BOS) te Schiphol als bagage-afhandelaar.
  2. 17-02-2020 Een nieuwe schriftelijke arbeidsovereenkomst wordt gesloten met een omvang van 80 uur per 4 weken; de NBBU-cao voor Uitzendkrachten is van toepassing.
  3. 2019 BOS verspreidt een memo waarin wordt vermeld dat medewerkers altijd minimaal 15 minuten voor aanvang van hun dienst aanwezig moeten zijn.
  4. 22-05-2022 [eiser] stuurt een e-mail waarin hij alle kwartieren die hij eerder op het werk aanwezig moest zijn over de afgelopen vijf jaar als achterstallig loon van Werk & Ik vordert.
  5. 22-05-2022 Werk & Ik reageert op de e-mail van [eiser] en stelt dat de genoemde 15 minuten niet onder daadwerkelijke werktijd vallen.
  6. [22-05-2022] Nadere correspondentie tussen de gemachtigden van partijen over de vordering van [eiser].
  7. 01-06-2022 Het dienstverband van [eiser] bij Werk & Ik eindigt.
  8. 13-10-2022 [eiser] dagvaardt Werk & Ik en vordert betaling van achterstallig loon, vermeerderd met wettelijke rente, wettelijke verhoging en vakantiegeld, en een deugdelijke bruto/netto specificatie.
  9. [13-10-2022] Werk & Ik dient een conclusie van antwoord in, waarin zij de vorderingen van [eiser] betwist.
  10. [13-10-2022] De rechtbank Amsterdam gelast een comparitie van partijen.
  11. 05-04-2023 Comparitie van partijen vindt plaats. [eiser] en zijn gemachtigde en vertegenwoordigers van Werk & Ik, inclusief hun gemachtigde, zijn aanwezig. Partijen lichten hun standpunten toe en beantwoorden vragen van de kantonrechter.
  12. 23-06-2023 De rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen van [eiser] af, veroordeelt [eiser] in de proceskosten en verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.