Geschorste handelaar (ECLI:NL:RBAMS:2023:3841)

Een scheidsgerecht is bevoegd indien statuten en reglementen dat bepalen; wraking moet tijdig en gemotiveerd zijn.

Rechtbank Amsterdam ยท 23 juni 2023 ยท Eerste aanleg - enkelvoudig ยท Civiel recht

Een kunsthandelaar die een schorsingsbesluit van de vereniging voor kunsthandelaren aanvocht, wordt niet in het gelijk gesteld

Rechtsvraag

Is het besluit van VHOK om [eiseres] voorwaardelijk te schorsen als lid van de vereniging geldig of moet het worden vernietigd wegens strijd met de wet, statuten, of redelijkheid en billijkheid?

Regel

  • art. 2:14 BW (Besluit nietig indien in strijd met wet of statuten)
  • art. 2:15 BW (Besluit vernietigbaar indien in strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die totstandkoming van besluiten regelen, of redelijkheid en billijkheid)
  • art. 22 lid 1 statuten VHOK (Handhaving gedragsregels middels scheidsgerecht)
  • art. 7 lid 2 gedragsregels VHOK (Klacht wordt ingediend bij secretaris, zorgdraagt voor doorzending naar scheidsgerecht)

Toepassing

  • art. 2:14 BW (Besluit nietig indien in strijd met wet of statuten) De rechtbank oordeelde dat het besluit niet in strijd is met de wet of de statuten, aangezien het scheidsgerecht bevoegd was en de procedurele regels zijn gevolgd. Er was geen strijd met art. 150 Rv of art. 6 EVRM. [Eiseres] had een eerlijke behandeling en voldoende gelegenheid om verweer te voeren. De rechtbank kan niet inhoudelijk beslissen of er al dan niet een taxatie heeft plaatsgevonden, wat meer een kwestie is voor de ledenvergadering. (Rechtsoverwegingen 4.15-4.17)
  • art. 2:15 BW (Besluit vernietigbaar indien in strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die totstandkoming van besluiten regelen, of redelijkheid en billijkheid) Het besluit is niet vernietigbaar op grond van artikel 2:15 BW omdat het scheidsgerecht bevoegd was om de klacht te behandelen en de wraking van [naam 4] niet rechtsgeldig was vanwege te late indiening. De rechtbank vond geen gerechtvaardigde twijfel aan de onafhankelijkheid van [naam 4]. De redelijkheid en billijkheid zijn niet geschonden volgens de rechtbank, omdat de procedure eerlijk is verlopen en VHOK terecht het advies van het scheidsgerecht kon volgen. (Rechtsoverwegingen 4.7-4.14 en 4.17)
  • art. 22 lid 1 statuten VHOK (Handhaving gedragsregels middels scheidsgerecht) De rechtbank bevestigde dat het scheidsgerecht bevoegd was om de klacht tegen [eiseres] te behandelen volgens artikel 22 lid 1 van de statuten, aangezien de klacht een mogelijke schending van de gedragsregels betrof. [Eiseres] was lid van VHOK en daarom gebonden aan de statuten, inclusief de verplichting tot arbitrage. (Rechtsoverweging 4.5)
  • art. 7 lid 2 gedragsregels VHOK (Klacht wordt ingediend bij secretaris, zorgdraagt voor doorzending naar scheidsgerecht) De klacht tegen [eiseres] is volgens de regels ingediend bij de secretaris van VHOK en vervolgens doorgezonden naar het scheidsgerecht, in overeenstemming met artikel 7 lid 2 van de gedragsregels. Het bestuur van VHOK zag een mogelijke schending van de gedragsregels en handelde in overeenstemming met de statuten door de klacht door te sturen naar het scheidsgerecht. (Rechtsoverweging 4.5)

Conclusie

De rechtbank concludeerde dat het besluit van VHOK om [eiseres] voorwaardelijk te schorsen geldig is. Het scheidsgerecht was bevoegd, de procedure was eerlijk en er was geen strijd met de wet, statuten of redelijkheid en billijkheid. De vorderingen van [eiseres] werden afgewezen en zij werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiseres]
  • Gedaagde: Vereeniging van Handelaren in Oude Kunst in Nederland (VHOK)

Eiseres vordert nietigverklaring, dan wel vernietiging van het besluit tot voorwaardelijke schorsing door VHOK, omdat het besluit in strijd zou zijn met bewijsregels en het recht op een eerlijk proces. Bovendien zou het scheidsgerecht niet bevoegd zijn en zou het besluit in strijd zijn met redelijkheid en billijkheid.

VHOK stelt dat het scheidsgerecht bevoegd was, en dat de procedure correct is verlopen volgens de statuten en reglementen. De wrakingsverzoeken waren te laat en ongegrond.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 10-2020 De heer [naam 2] neemt via de website contact op met [eiseres] over het schilderij De Hooiers van [naam 3]. Een medewerker van [eiseres] neemt contact op met [naam 2].
  2. [10-2020] [eiseres] koopt zelf het schilderij De Hooiers.
  3. 11-2020 [naam 2] dient een klacht in bij VHOK, omdat [eiseres] volgens hem zowel als taxateur als koper van het schilderij heeft opgetreden.
  4. 02-2021 Het bestuur van VHOK wijst een scheidsgerecht aan en benoemt arbiters, waaronder [naam 4] als secretaris.
  5. 07-07-2021 [naam 2] dient zijn klacht formeel in bij het scheidsgerecht.
  6. 21-07-2021 [eiseres] mailt [naam 4] dat het scheidsgerecht niet bevoegd is.
  7. 03-08-2021 [naam 4] antwoordt dat het scheidsgerecht wel bevoegd is.
  8. 04-08-2021 [eiseres] wraakt [naam 4] met betrekking tot de bevoegdheid van het scheidsgerecht.
  9. 10-09-2021 Het bestuur van VHOK laat weten dat er geen grond voor wraking is en dat de wraking te laat is ingediend.
  10. 12-09-2021 [eiseres] wraakt [naam 4] opnieuw, vanwege de termijn die hij stelde voor het indienen van het verweerschrift.
  11. [09-2021] [eiseres] dient een verweerschrift in bij het scheidsgerecht.
  12. 19-05-2022 Het scheidsgerecht brengt een advies uit dat de klacht van [naam 2] gegrond is en adviseert een voorwaardelijke schorsing van [eiseres] van 6 maanden en een geldboete van โ‚ฌ 2.500,-.