Dringend eigen gebruik vereist duurzaam persoonlijk gebruik; verkoopintentie sluit dat uit.
dringend eigen gebruik van 7:290 BW bedrijfsruimte door zoon van de verhuurder niet aannemelijk gemaakt. Belangenafweging valt in het voordeel uit van de huurder die in het gehuurde een restaurant exploiteert.
Rechtsvraag
De centrale juridische vraag is of de huurovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde] kan worden beëindigd op grond van dringend eigen gebruik door [eiser] vanwege de intentie van zijn zoon om het gehuurde persoonlijk in duurzaam gebruik te nemen voor een wijnbar.
Regel
- art. 7:290 BW (Huurovereenkomst bedrijfsruimte)
- art. 7:293 BW (Opzegging van de huurovereenkomst)
- art. 7:294 BW (Opzeggingsformaliteiten en materiële opzeggingsvereisten)
- art. 7:296 lid 1 b BW (Dringend eigen gebruik als grond voor beëindiging)
- art. 7:296 lid 3 BW (Belangenafweging verhuurder en huurder)
- art. 7:299 BW (Schadevergoeding bij beëindiging huurovereenkomst)
Toepassing
- art. 7:290 BW (Huurovereenkomst bedrijfsruimte) De zaak betreft een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte, specifiek een horecabedrijf, waarop de artikelen 7:290 e.v. BW van toepassing zijn. Dit vormt de juridische basis voor de beoordeling van de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst.
- art. 7:293 BW (Opzegging van de huurovereenkomst) [eiser] heeft de huurovereenkomst overeenkomstig artikel 7:293 BW opgezegd, aan de opzeggingsformaliteiten en materiële opzeggingsvereisten is voldaan.
- art. 7:294 BW (Opzeggingsformaliteiten en materiële opzeggingsvereisten) De opzegging door [eiser] voldoet aan de materiële en formele eisen zoals vereist in artikel 7:294 BW. De rechter heeft vastgesteld dat aan deze vereisten is voldaan.
- art. 7:296 lid 1 b BW (Dringend eigen gebruik als grond voor beëindiging) [eiser] moet aantonen dat zijn zoon het gehuurde persoonlijk in duurzaam gebruik wil nemen en dat het dringend nodig is. De rechter concludeert dat [eiser] hier niet in slaagt, aangezien er aanwijzingen zijn voor verkoopplannen van het pand, wat niet strookt met de vereisten voor dringend eigen gebruik.
- art. 7:296 lid 3 BW (Belangenafweging verhuurder en huurder) De belangen van [eiser] en [gedaagde] moeten worden afgewogen. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat zijn belangen zwaarder wegen dan die van [gedaagde], die zijn inkomen en werkgelegenheid uit het gehuurde haalt. De rechter concludeert dat het belang van [gedaagde] zwaarder weegt.
- art. 7:299 BW (Schadevergoeding bij beëindiging huurovereenkomst) Aangezien de vordering van [eiser] wordt afgewezen, hoeft er geen schadevergoeding zoals bedoeld in art. 7:299 BW te worden overwogen.
Conclusie
De rechter wijst de vordering van [eiser] tot beëindiging van de huurovereenkomst af. [eiser] heeft niet aannemelijk kunnen maken dat het gehuurde dringend nodig is voor eigen gebruik door zijn zoon, en de belangenafweging valt in het voordeel van [gedaagde].
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser]
- Gedaagde: [gedaagde]
[eiser] vordert beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik van het gehuurde door zijn zoon voor een wijnbar, en stelt dat de huurovereenkomst veel stress oplevert vanwege conflicten met [gedaagde].
[gedaagde] stelt dat [eiser] voornemens is het pand te verkopen en dat er geen sprake is van dringend eigen gebruik. [gedaagde] voert aan dat zijn belangen bij voortzetting van de huur zwaarder wegen, gezien zijn bedrijfsexploitatie en investeringen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 01-12-2007 [eiser] verhuurt horecabedrijfsruimte aan [gedaagde] op [adres]. [gedaagde] exploiteert Aziatisch restaurant '[handelsnaam]'.
- 12-05-2020 De zoon van [eiser] schrijft aan DamVest Vastgoed over mogelijke onderhandelingen voor verkoop van het pand. Hij noemt een verkoopprijs van € 3.000.000,-.
- 28-05-2020 [eiser] kondigt aan dat het pand op 2 juni 2020 wordt bezocht voor verzekeringstaxaties.
- 02-06-2020 Het pand wordt bezocht door personen gepresenteerd als verzekeringsagenten, maar later blijkt dat dit vastgoedhandelaren zijn.
- 16-07-2020 [naam 2] informeert [gedaagde] dat de bezoekers geen verzekeringsagenten waren, maar vastgoedhandelaren.
- 22-11-2021 [eiser] zegt de huurovereenkomst met [gedaagde] op per 30 november 2022 wegens dringend eigen gebruik.
- 29-03-2022 [eiser] dagvaardt [gedaagde] om de huur te beëindigen en ontruiming van het gehuurde te bewerkstelligen.
- 27-10-2022 De mondelinge behandeling vindt plaats. [eiser] en [gedaagde] verschijnen beiden met hun gemachtigden en leggen hun standpunten voor.
- 10-11-2022 De kantonrechter wijst de vordering van [eiser] af en veroordeelt [eiser] in de proceskosten.