Curator moet teboekgesteld schip uitschrijven bij vergissing in registratie.
KG curator moet teboekgesteld schip uitschrijven zodat het niet in de boedel van een faillissement valt. Vordering van koper die drie jaar eerder dit schip heeft gekocht en betaald is dus toegewezen.
Rechtsvraag
Moet de curator van het failliete bedrijf het schip uitschrijven uit het scheepsregister zodat het niet in de boedel van het faillissement valt, gezien de eerdere verkoop en betaling door de eiser?
Regel
- Art. 3:86 BW (Bescherming van de derde-verkrijger te goeder trouw)
- Art. 3:88 BW (Bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid)
- Art. 3:97 BW (Levering van toekomstige goederen)
- Art. 3:10 BW (Registergoederen)
- Art. 3:118 BW (Bezit te goeder trouw)
- Art. 3:119 BW (Verkrijging van bezit)
- Art. 3:23 BW (Onderzoeksplicht bij verkrijging)
Toepassing
- Art. 3:86 BW (Bescherming van de derde-verkrijger te goeder trouw) De eiser beroept zich op de bescherming als derde-verkrijger te goeder trouw, aangezien hij de koopprijs heeft betaald en geen reden had te vermoeden dat het schip geregistreerd stond. De rechter heeft dit argument geaccepteerd, mede gezien de garanties in de koopovereenkomst dat het schip niet geregistreerd zou zijn.
- Art. 3:88 BW (Bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid) De eiser beweert dat hij beschermd moet worden tegen beschikkingsonbevoegdheid, aangezien hij niet wist dat de verkoper mogelijk niet bevoegd was om het schip te verkopen. De rechter heeft dit argument geaccepteerd, mede gezien de verklaringen van de verkoper.
- Art. 3:97 BW (Levering van toekomstige goederen) De rechter oordeelde dat de verkoop van het schip feitelijk een levering bij voorbaat van een toekomstig roerend goed was, aangezien de verkoper het schip had moeten uitschrijven uit het register maar dit door een vergissing niet had gedaan.
- Art. 3:10 BW (Registergoederen) De curator stelde dat het schip een registergoed was en dat er geen notariΓ«le akte van levering was opgemaakt. De rechter oordeelde echter dat de partijen bij de koopovereenkomst ervan uitgingen dat het schip niet geregistreerd was en dat het niet-uitschrijven een vergissing was.
- Art. 3:118 BW (Bezit te goeder trouw) De eiser claimde dat hij het schip te goeder trouw had verkregen, aangezien hij geen reden had om aan te nemen dat het schip geregistreerd was. De rechter accepteerde dit argument, mede gezien de garanties in de koopovereenkomst en de verklaring van de verkoper.
- Art. 3:119 BW (Verkrijging van bezit) De eiser beweerde dat hij het bezit van het schip had verkregen door de betaling en de overdracht van de sleutels. De rechter accepteerde dit argument en oordeelde dat de levering door bezitsverschaffing had plaatsgevonden.
Conclusie
De rechter heeft geconcludeerd dat de curator het schip moet uitschrijven uit het scheepsregister, zodat het niet in de boedel van het faillissement valt. Dit is gebaseerd op de vergissing bij de registratie en de bescherming van de eiser als derde-verkrijger te goeder trouw.
Partijen en standpunten
- Eiser: [eiser]
- Gedaagde: curator
[eiser] vordert vaststelling van rechtmatig eigendom van het schip, intrekking van een strafrechtelijke aangifte, uitschrijving van het schip uit het scheepsregister, medewerking aan een vaststellingsovereenkomst, en een verbod op verkoop van het schip, alles op straffe van dwangsommen.
De curator stelt dat het schip een registergoed is, niet correct geleverd is, en door een beschikkingsonbevoegde is verkocht. De curator betwist de goede trouw van [eiser] en beroept zich op het ontbreken van beschermingsrechten voor derde-verkrijgers van registergoederen.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 18-04-2019 Eiser koopt het motorschip [naam schip] van [gefailleerde] [naam vennootschap] BV. In de koopovereenkomst wordt gegarandeerd dat het schip vrij van hypotheken en beslagen is en niet in enig register is ingeschreven.
- 24-04-2019 Eiser betaalt de eerste termijn van de koopsom van β¬ 199.500,-.
- 28-04-2019 Eiser betaalt de tweede termijn van de koopsom van β¬ 199.500,-.
- 27-05-2019 Eiser betaalt de derde termijn van de koopsom van β¬ 199.500,-.
- 13-12-2018 Het motorschip [naam schip] wordt ingeschreven in het Kadaster en is eigendom van [gefailleerde].
- 13-07-2021 [gefailleerde] wordt failliet verklaard en mr. [curator] wordt aangesteld als curator.
- 03-08-2021 Een kantoorgenoot van de curator informeert eiser per e-mail dat het schip op de datum van het faillissement nog geregistreerd stond op naam van [gefailleerde] en daarom in de boedel valt.
- 15-07-2022 Eiser verzoekt per e-mail om vonnis te wijzen, nadat het kort geding pro forma werd aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot een oplossing te komen.
- 01-06-2022 Eiser dient een dagvaarding in een kort geding in, waarin hij onder meer vordert dat de curator het schip uitschrijft uit het scheepsregister.
- 06-07-2022 Tijdens de mondelinge behandeling van het kort geding lichten beide partijen hun standpunten toe en brengen producties en pleitnota's in het geding.
- 05-08-2022 De voorzieningenrechter veroordeelt de curator om binnen twee weken na de datum van het vonnis het schip uit te schrijven uit het scheepsregister door middel van een verzoek tot doorhaling van de inschrijving.