Vrijspraak mogelijk bij onvoldoende bewijs van significante bijdrage aan openlijke geweldpleging.

Rechtbank Amsterdam · 2 november 2021 · Op tegenspraak · Strafrecht

Vrijspraak openlijke geweldpleging, geen intellectuele of materiële bijdrage

Rechtsvraag

De centrale rechtsvraag is of de verdachte schuldig is aan openlijke geweldpleging in vereniging tegen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] zoals bedoeld in artikel 141 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht.

Regel

  • art. 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht (strafbaarstelling van openlijke geweldpleging in vereniging)

Toepassing

  • art. 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht (strafbaarstelling van openlijke geweldpleging in vereniging) De rechtbank onderzoekt of de verdachte een significante intellectuele en/of materiële bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Er is veel onduidelijkheid over de gebeurtenis vanwege tegenstrijdige getuigenverklaringen en de situatie ter plaatse. De verklaringen van [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] worden niet ondersteund door andere bewijzen. Er zijn camerabeelden en getuigenverklaringen die aantonen dat de verdachte mogelijk heeft uitgehaald, maar het is onduidelijk of hij iemand heeft geraakt. Bovendien wordt op de beelden gezien dat de verdachte zich distantieert van het geweld en in de verdediging wordt gedrongen. De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het geweld (Rechtsoverweging 4.3.3).

Conclusie

De rechtbank concludeert dat er onvoldoende bewijs is dat de verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het gepleegde geweld, zoals bedoeld in artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht. Daarom wordt de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Openbaar Ministerie
  • Gedaagde: [verdachte]

Verdachte heeft samen met anderen openlijk geweld gepleegd tegen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] op 17 november 2017.

Verdachte ontkent significante bijdrage aan geweld en beroept zich op noodweer; verzoekt vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 17-11-2017 Op 17 november 2017 rond 04.00 uur vond er een vechtpartij plaats tussen twee groepen mannen aan de [straatnaam] in Amsterdam. Groep 1 bestond uit de verdachte, medeverdachte [medeverdachte], en [persoon]. Groep 2 bestond uit [benadeelde partij 1], [benadeelde partij 2], en een onbekende man. [benadeelde partij 2] raakte bewusteloos en liep hersenletsel op.
  2. 17-11-2017 De politie arriveerde ter plaatse en trof [benadeelde partij 2] bewusteloos aan. De leden van groep 1 en enkele getuigen legden verklaringen af. [benadeelde partij 2] werd met een ambulance afgevoerd.
  3. Onbekend [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] dienden schriftelijke aangiftes/verklaringen in, maar weigerden verdere vragen te beantwoorden. [benadeelde partij 1] beriep zich op zijn zwijgrecht.
  4. 19-10-2021 Het onderzoek ter terechtzitting vond plaats op 19 oktober 2021. Verdachte was aanwezig, evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte, mr. D.R. Kops. De rechtbank hoorde ook de vorderingen van de benadeelde partijen en hun gemachtigde.
  5. 02-11-2021 De rechtbank Amsterdam sprak de verdachte vrij van het ten laste gelegde openlijke geweldpleging, omdat onvoldoende bewezen kon worden dat verdachte een significante bijdrage aan het geweld had geleverd. De vorderingen van de benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard.