Nederlandse rechter bevoegd voor privacyvorderingen tegen buitenlandse bedrijven bij samenhangende belangen.

Rechtbank Amsterdam ยท 2 juli 2021 ยท Eerste aanleg - meervoudig ยท Civiel recht; Internationaal privaatrecht

Data Privacy Stichting mag namens Nederlandse gebruikers van de Facebook-dienst voor de Nederlandse rechter procederen tegen Facebook over de vraag of Facebook de privacy van haar gebruikers heeft geschonden.

Rechtsvraag

Is de Nederlandse rechter bevoegd om te oordelen over de door Data Privacy Stichting ingestelde vorderingen tegen Facebook c.s., en is de Stichting ontvankelijk in haar collectieve actie?

Regel

  • art. 2 Rv (Hoofdregel woonplaats gedaagde)
  • art. 4 lid 1 Brussel I bis-Verordening (Bevoegdheidsregel woonplaats verweerder)
  • art. 8, aanhef en punt 1, Brussel I bis-Verordening (Samenhangende vorderingen)
  • art. 7 lid 1 Rv (Bevoegdheidsregel samenhangende zaken)
  • art. 4 lid 1 Wbp (Territoriale werking verwerking persoonsgegevens)
  • art. 10:159 BW (Rome II voor onrechtmatige daad)
  • art. 3:305a BW (oud) (Collectieve actie vereisten)

Toepassing

  • art. 2 Rv (Hoofdregel woonplaats gedaagde) De Nederlandse rechter is bevoegd ten aanzien van Facebook Nederland, omdat deze gevestigd is in Amsterdam. Daarmee heeft Facebook Nederland woonplaats in Amsterdam. (Rechtsoverweging 5.8)
  • art. 4 lid 1 Brussel I bis-Verordening (Bevoegdheidsregel woonplaats verweerder) De Nederlandse rechter is bevoegd ten aanzien van Facebook Nederland op grond van de hoofdregel, omdat Facebook Nederland is gevestigd in Amsterdam. (Rechtsoverweging 5.8)
  • art. 8, aanhef en punt 1, Brussel I bis-Verordening (Samenhangende vorderingen) Er is een nauwe samenhang tussen de vorderingen tegen Facebook Nederland en Facebook Ierland en Facebook Inc., omdat de Stichting alle drie de gedaagden verantwoordelijk houdt voor privacyschendingen en zij samenwerken binnen het Facebook-concern. Gelijktijdige behandeling is daarom aangewezen. (Rechtsoverwegingen 5.16-5.25)
  • art. 7 lid 1 Rv (Bevoegdheidsregel samenhangende zaken) De Nederlandse rechter kan rechtsmacht ontlenen aan de samenhang tussen de vorderingen tegen Facebook Nederland en de buitenlandse partijen, omdat er een nauwe band is tussen deze vorderingen. (Rechtsoverwegingen 5.14-5.25)
  • art. 4 lid 1 Wbp (Territoriale werking verwerking persoonsgegevens) De Wbp is van toepassing omdat de verwerking van persoonsgegevens in Nederland plaatsvindt in het kader van de activiteiten van een vestiging van de verantwoordelijke in Nederland, namelijk Facebook Nederland. (Rechtsoverwegingen 8.9-8.14)
  • art. 10:159 BW (Rome II voor onrechtmatige daad) Nederlands recht is van toepassing op de vorderingen van de Stichting voor zover die betrekking hebben op onrechtmatige daad vanaf 1 januari 2012, omdat de schade zich in Nederland voordoet. (Rechtsoverwegingen 8.21-8.25)

Conclusie

De rechtbank concludeert dat zij bevoegd is om van het geschil kennis te nemen en dat de Data Privacy Stichting ontvankelijk is in haar collectieve actie. De vorderingen tot onbevoegdheid en niet-ontvankelijkheid worden daarom afgewezen. (Rechtsoverwegingen 5.47, 7.34)

Partijen en standpunten

  • Eiser: Data Privacy Stichting
  • Gedaagde: Facebook Netherlands B.V., Facebook Inc., Facebook Ireland Ltd.

De Stichting stelt dat Facebook c.s. privacyschendingen heeft begaan door gebruikers niet voldoende te informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens.

Facebook c.s. betwist de bevoegdheid van de Nederlandse rechter en stelt dat de Stichting niet-ontvankelijk is in haar vorderingen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 04-02-2004 Facebook Inc. wordt opgericht en heeft haar hoofdkantoor in de Verenigde Staten.
  2. 06-10-2008 Facebook Ireland wordt opgericht als dochteronderneming van Facebook Inc. en treedt op als contractspartij voor gebruikers in Nederland en Europa.
  3. 25-11-2010 Facebook Netherlands B.V. wordt opgericht en verleent marketing- en verkoopondersteuning voor advertentieverkoop aan het Facebook-concern.
  4. 25-02-2019 De Data Privacy Stichting wordt opgericht als collectieve claimstichting met als doel het behartigen van de belangen van personen wiens privacy mogelijk is geschonden door Facebook.
  5. 21-02-2017 De Autoriteit Persoonsgegevens publiceert een rapport waarin wordt geconcludeerd dat Facebook mogelijk in strijd heeft gehandeld met de Wet bescherming persoonsgegevens.
  6. 19-11-2019 De Stichting informeert Facebook dat zij verantwoordelijk worden gehouden voor privacyschendingen en vraagt om in overleg te treden over een schikking.
  7. 12-12-2019 Facebook Ireland vraagt om meer informatie van de Stichting voordat zij kunnen reageren op de uitnodiging voor een schikkingsoverleg.
  8. 30-12-2019 De Stichting dagvaardt Facebook Nederland, Facebook Ireland en Facebook Inc. in een procedure over privacyschendingen.
  9. 06-05-2020 De Stichting dient producties in bij de rechtbank ter ondersteuning van de dagvaarding.
  10. 26-08-2020 Facebook c.s. dient een akte in bij de rechtbank over bevoegdheid, ontvankelijkheid en toepasselijk recht.
  11. 25-11-2020 De Stichting dient een conclusie van antwoord in het incident inzake bevoegdheid, ontvankelijkheid en toepasselijk recht in, met wijziging van eis.
  12. 27-01-2021 De rechtbank bepaalt dat er een mondelinge behandeling zal plaatsvinden.