Bemiddelaar mag geen financiële tegenprestatie vragen van werkzoekenden, schendt artikel 3 lid 1 Waadi.
Tussen Helpling en personen die via het online platform schoonmaakwerk verrichten, is geen sprake van een arbeids- of uitzendovereenkomst. Helpling kan daarom ook niet worden verplicht om de schoonmaak-CAO toe te passen. Wel is er sprake van arbeidsbemiddeling. Daarom mag Helpling niet langer een vergoeding vragen van schoonmakers die de site gebruiken.
Rechtsvraag
Is er sprake van een arbeidsovereenkomst, uitzendovereenkomst, bemiddelingsovereenkomst, arbeidsbemiddeling of overeenkomst van opdracht tussen Helpling en de schoonmakers?
Regel
- art. 7:610 BW (arbeidsovereenkomst: werknemer, in dienst van een werkgever, tegen betaling van loon gedurende zekere tijd arbeid verricht)
- art. 7:690 BW (uitzendovereenkomst: arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde)
- art. 1 lid 1 sub c Waadi (terbeschikkingstelling: arbeidskrachten tegen vergoeding ter beschikking stellen aan een ander, alwaar zij werkzaamheden uitvoeren onder toezicht en leiding)
- art. 1 lid 1 sub b Waadi (arbeidsbemiddeling: behulpzaam zijn van een werkgever of werkzoekende bij het zoeken naar arbeidskrachten of arbeidsgelegenheid, waarbij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst wordt beoogd)
- art. 3 lid 1 Waadi (betaalverbod: bij arbeidsbemiddeling mag geen tegenprestatie van de werkzoekende worden bedongen)
Toepassing
- art. 7:610 BW (arbeidsovereenkomst: werknemer, in dienst van een werkgever, tegen betaling van loon gedurende zekere tijd arbeid verricht) De kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een gezagsverhouding tussen Helpling en de schoonmakers. Helpling biedt faciliteiten zoals facturering en agenda beheer, maar oefent geen gezag uit over de schoonmakers. De schoonmakers bepalen zelf hun tarieven en kunnen opdrachten accepteren of weigeren. Dit betekent dat er geen arbeidsovereenkomst is tussen Helpling en de schoonmakers. (Rechtsoverweging 11-11)
- art. 7:690 BW (uitzendovereenkomst: arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde) Omdat er geen arbeidsovereenkomst is tussen Helpling en de schoonmakers, kan er ook geen sprake zijn van een uitzendovereenkomst. Een uitzendovereenkomst veronderstelt het bestaan van een arbeidsovereenkomst, wat hier niet het geval is. (Rechtsoverweging 15-15)
- art. 1 lid 1 sub c Waadi (terbeschikkingstelling: arbeidskrachten tegen vergoeding ter beschikking stellen aan een ander, alwaar zij werkzaamheden uitvoeren onder toezicht en leiding) De rechtbank oordeelt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen de schoonmaker en de klant, wat betekent dat er geen terbeschikkingstelling is in de zin van de Waadi. De klant betaalt het loon en heeft gezag over de schoonmaker. (Rechtsoverweging 18-18)
- art. 1 lid 1 sub b Waadi (arbeidsbemiddeling: behulpzaam zijn van een werkgever of werkzoekende bij het zoeken naar arbeidskrachten of arbeidsgelegenheid, waarbij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst wordt beoogd) Helpling voldoet aan de vereisten voor arbeidsbemiddeling, aangezien ze een actieve rol speelt bij de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst tussen de klant en de schoonmaker. Helpling stelt regels en heeft invloed op de voorwaarden waaronder de overeenkomsten tot stand komen. (Rechtsoverweging 21-22)
- art. 3 lid 1 Waadi (betaalverbod: bij arbeidsbemiddeling mag geen tegenprestatie van de werkzoekende worden bedongen) Helpling overtreedt artikel 3 lid 1 Waadi door een financiële tegenprestatie van de schoonmakers te vragen voor haar bemiddelingsactiviteiten, wat in strijd is met het betaalverbod. Helpling houdt een commissie in op het loon van de schoonmakers. (Rechtsoverweging 23-24)
Conclusie
De rechtbank concludeert dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers. Er is wel sprake van arbeidsbemiddeling door Helpling in de zin van de Waadi, waarbij Helpling in strijd handelt met artikel 3 lid 1 Waadi door een financiële tegenprestatie te vragen van de schoonmakers. Helpling wordt bevolen hiermee te stoppen op straffe van een dwangsom.
Partijen en standpunten
- Eiser: Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV) en [eiseres]
- Gedaagde: Helpling Netherlands B.V.
FNV c.s. vordert primair een verklaring voor recht dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers, dan wel een uitzendovereenkomst. Meer subsidiair vordert FNV c.s. dat Helpling in strijd handelt met de Waadi door een financiële tegenprestatie te vragen van de schoonmakers voor bemiddelingsactiviteiten.
Helpling stelt dat zij slechts een platform biedt en geen arbeidsovereenkomst of uitzendovereenkomst met schoonmakers heeft. Helpling betwist dat zij bemiddelt in de zin van de Waadi.
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 08-03-2017 [eiseres] heeft zich als schoonmaker aangemeld bij Helpling en vanaf deze datum tot 4 september 2017 werkzaamheden bij klanten verricht.
- 04-09-2017 [eiseres] heeft zich ziek gemeld bij Helpling en inlichtingen ingewonnen over mogelijke doorbetaling van loon bij ziekte.
- 22-12-2017 FNV heeft Helpling een brief gestuurd waarin zij zich op het standpunt stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Helpling en de schoonmakers.
- 16-01-2018 FNV heeft de eerdere brief opnieuw verstuurd naar het nieuwe adres van Helpling.
- 06-2018 Partijen hebben tot en met juni 2018 met elkaar gecorrespondeerd maar geen oplossing bereikt.
- 16-10-2018 FNV c.s. heeft Helpling gedagvaard met producties.
- 22-05-2019 Comparitie van partijen heeft plaatsgevonden waarbij [eiseres] en vertegenwoordigers van FNV c.s. en Helpling aanwezig waren. Partijen zijn gehoord en hebben toelichtingen gegeven.
- 01-07-2019 De kantonrechter heeft vonnis gewezen in de zaak tussen FNV c.s. en Helpling, met beslissingen over de aard van de arbeidsverhouding en schendingen van de Waadi.