Onterechte beschuldiging in media kan beperkte immateriële schadevergoeding rechtvaardigen.

Rechtbank Amsterdam · 25 juni 2018 · Eerste aanleg - enkelvoudig · Civiel recht

In een deelgeschil is geoordeeld dat SBS onrechtmatig heeft gehandeld door eiser in het programma “Undercover in Nederland” in beeld te brengen als handelaar in gestolen bromfietssloten, zonder wederhoor toe te passen en dat SBS aansprakelijk is voor de daardoor geleden schade. Dit is een bindende eindbeslissing, de argumenten die in dit geding worden aangevoerd om op die beslissing terug te komen worden verworpen. Vervolgens is de vraag aan de orde welke schade toerekenbaar is in de zin van art. 6:98 BW. Daarbij gaat de rechtbank uit van een betrekkelijk geringe verwijtbaarheid en de schending van een gewone zorgvuldigheidsnorm. De gestelde schade is grotendeels niet het redelijkerwijs te verwachte gevolg van de onrechtmatige publicatie en wordt daarom afgewezen. De rechtbank acht de zaak onvoldoende vergelijkbaar met zaken waarin letselschade ook werd toegerekend als het een weinig voorzienbaar gevolg betrof, samenhangend met een bijzondere psychische gesteldheid (HR 8 februari 1985, NJ 1986/137 (renteneurose) en HR 1 juli 1993, NJ 1993/667). De rechtbank wijst wel een vergoeding toe voor de aantasting van eer en goede naam.

Rechtsvraag

Is SBS c.s. aansprakelijk voor de schade die [eiser] heeft geleden als gevolg van een uitzending van het programma Undercover in Nederland, waarin [eiser] ten onrechte als heler van gestolen sloten werd afgebeeld?

Regel

  • art. 6:98 BW (toerekening van schade in zodanig verband met de gebeurtenis dat deze aan de dader kan worden toegerekend)
  • art. 1019cc lid 1 Rv (gebondenheid aan een bindende eindbeslissing in deelgeschilprocedures)
  • Leidraad van de Raad voor de journalistiek, B.3 (journalisten passen wederhoor toe bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd)
  • HR 8 februari 1985, NJ 1986/137 (toerekening van letselschade, zelfs bij weinig voorzienbare gevolgen, indien er een bijzondere psychische gesteldheid is)
  • HR 1 juli 1993, NJ 1993/667 (toerekening van letselschade bij een psychische gesteldheid)

Toepassing

  • art. 6:98 BW (toerekening van schade in zodanig verband met de gebeurtenis dat deze aan de dader kan worden toegerekend) De rechtbank oordeelt dat de aantasting van de eer en goede naam van [eiser] een te verwachten gevolg is van de onrechtmatige uitzending en daarom toerekenbaar is. Echter, de overige schadeposten, zoals PTSS en de daaruit voortvloeiende schade, zijn niet naar ervaringsregels te verwachten en daardoor niet toerekenbaar. De onrechtmatige daad had een beperkte impact en [eiser] was slechts binnen een kleine kring herkenbaar. (Rechtsoverwegingen 4.23-4.25)
  • art. 1019cc lid 1 Rv (gebondenheid aan een bindende eindbeslissing in deelgeschilprocedures) De rechtbank is gebonden aan de eerdere eindbeslissing dat SBS c.s. aansprakelijk is voor de schade. De rechtbank ziet geen reden om terug te komen op deze beslissing, omdat er geen sprake is van een onjuiste juridische of feitelijke grondslag. (Rechtsoverwegingen 4.1-4.14)
  • Leidraad van de Raad voor de journalistiek, B.3 (journalisten passen wederhoor toe bij personen die door een publicatie worden gediskwalificeerd) De rechtbank oordeelt dat SBS c.s. geen wederhoor heeft toegepast, omdat [eiser] niet in de gelegenheid is gesteld om te reageren op de verdenking van het verkopen van gestolen sloten. Dit is een schending van de zorgvuldigheidsnormen. (Rechtsoverwegingen 4.5-4.10)
  • HR 8 februari 1985, NJ 1986/137 (toerekening van letselschade, zelfs bij weinig voorzienbare gevolgen, indien er een bijzondere psychische gesteldheid is) De rechtbank overweegt dat er sprake is van een bijzondere psychische gesteldheid van [eiser], die mogelijk heeft bijgedragen aan de ernst van zijn reactie. Echter, de aard van de aansprakelijkheid en de geringe mate van verwijtbaarheid maken het ongeschikt om ook weinig voorzienbare gevolgen toe te rekenen. (Rechtsoverwegingen 4.22-4.24)
  • HR 1 juli 1993, NJ 1993/667 (toerekening van letselschade bij een psychische gesteldheid) Hoewel er aanwijzingen zijn voor een bijzondere psychische gesteldheid bij [eiser], acht de rechtbank de omstandigheden onvoldoende om weinig voorzienbare gevolgen, zoals PTSS en ernstige depressie, toe te rekenen. (Rechtsoverwegingen 4.24-4.25)

Conclusie

De rechtbank concludeert dat SBS c.s. aansprakelijk is voor de aantasting van de eer en goede naam van [eiser] en veroordeelt hen tot het betalen van € 2.500,- aan immateriële schadevergoeding. De overige schadeposten worden afgewezen, omdat deze niet toerekenbaar zijn aan de onrechtmatige daad volgens de criteria van art. 6:98 BW.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [Naam van de eiser]
  • Gedaagde: SBS Broadcasting B.V. en Noordkaap TV Producties B.V.

Eiser vordert schadevergoeding voor medische kosten, verhuiskosten, verlies van arbeidsvermogen en smartengeld wegens onterechte beschuldiging van heling, die PTSS en materiële en immateriële schade zou hebben veroorzaakt.

SBS c.s. betwist de beschuldigingen en de hoogte van de schade, en stelt dat de beschikking van 2015 berust op een onjuiste juridische grondslag.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 21-10-2012 De uitzending van het programma 'Undercover in Nederland' werd gewijd aan de verduistering van sloten van het merk GAD, waarbij [eiser] werd geïmpliceerd als verkoper van de gestolen sloten. Zijn gezicht was gewiped maar hij werd herkend door zijn werkgever en klanten.
  2. 24-10-2012 [eiser] neemt contact op met SBS en Noordkaap om te melden dat de sloten afkomstig zijn uit een brandschade, niet van diefstal, en onderbouwt dit met een brief van [betrokkene 2].
  3. 24-10-2012 [eiser] wordt door zijn werkgever op non-actief gesteld nadat hij is herkend in de beelden van de uitzending.
  4. 04-11-2012 Noordkaap bevestigt per e-mail aan [eiser] dat er een rectificatie zal plaatsvinden in de uitzending van 25 november 2012.
  5. 25-11-2012 In de uitzending van 'Undercover in Nederland' worden excuses gemaakt aan [eiser] en wordt aangegeven dat de sloten niet van diefstal afkomstig waren.
  6. 12-06-2013 De kantonrechter wijst het verzoek van de werkgever van [eiser] tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af.
  7. 07-02-2014 De kantonrechter ontbindt het dienstverband tussen [eiser] en zijn werkgever per 15 februari 2014.
  8. 22-07-2014 [eiser] brengt een brief van zijn behandelend psycholoog in waarin staat dat hij behandeld wordt voor een ernstige PTSS ontstaan door de uitzending.
  9. 16-07-2015 In een deelgeschil oordeelt de rechtbank Amsterdam dat SBS c.s. hoofdelijk aansprakelijk is voor de door [eiser] als gevolg van de uitzending geleden schade.
  10. 11-03-2016 [eiser] heeft op basis van gesprekken met een psychiater een psychiatrisch rapport laten opmaken waarin wordt geconcludeerd dat er sprake is van een depressie met psychotische kenmerken en PTSS.
  11. 17-07-2017 [eiser] dient een dagvaarding in tegen SBS c.s. met verschillende vorderingen, waaronder schadevergoeding en rectificatie.
  12. 21-02-2018 De rechtbank bepaalt in een tussenvonnis dat er een comparitie van partijen zal plaatsvinden.