Oplichting vereist misleiding met wederrechtelijk voordeel, zelfs zonder civielrechtelijke overeenkomst.

Rechtbank Amsterdam · 10 augustus 2011 · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht

Beleggingsfraude: oplichting, verduistering, gewoontewitwassen en overtreding van art 2:55 eerste lid Wft. Ontvankelijkheid en toewijzing van vorderingen van benadeelde partijen tot een beloop van in totaal ruim 8 miljoen euro.

Rechtsvraag

Was de verdachte schuldig aan oplichting, verduistering, witwassen en het aanbieden van een beleggingsobject zonder vergunning?

Regel

  • art. 326, Wetboek van Strafrecht (Oplichting)
  • art. 321, Wetboek van Strafrecht (Verduistering)
  • art. 420bis, Wetboek van Strafrecht (Witwassen)
  • art. 2:55, Wet op het financieel toezicht (Aanbieden van beleggingsobject zonder vergunning)

Toepassing

  • art. 326, Wetboek van Strafrecht (Oplichting) De verdachte heeft deelnemers valselijk voorgespiegeld dat het Break Even Point 1 (BEP1) was bereikt, waardoor zij werden bewogen om hun geld te investeren in REIT's in plaats van teruggaaf te vorderen. De rechtbank oordeelde dat de mededelingen over het bereiken van BEP1 vals waren en dat de deelnemers hierdoor werden misleid (4.1.2-4.1.4).
  • art. 321, Wetboek van Strafrecht (Verduistering) De verdachte heeft geld van de investeerders gebruikt voor privé-uitgaven zoals IT-aandelen, creditcardbetalingen en overboekingen naar persoonlijke rekeningen. De rechtbank concludeerde dat deze uitgaven niet in lijn waren met de doelstellingen waarvoor de gelden waren toevertrouwd (4.2.1-4.2.5).
  • art. 420bis, Wetboek van Strafrecht (Witwassen) De verdachte heeft geld dat afkomstig was uit verduistering gebruikt voor privé-aankopen zoals appartementen en schilderijen, waardoor hij zich schuldig maakte aan witwassen. De rechtbank vond dat de verdachte wist dat de geldbedragen uit misdrijf afkomstig waren (4.3.1-4.3.5).
  • art. 2:55, Wet op het financieel toezicht (Aanbieden van beleggingsobject zonder vergunning) Columbus Construction Company SA heeft zonder vergunning REIT's aangeboden, wat in strijd was met de vereisten van de Wft. De rechtbank oordeelde dat de verdachte geen gebruik kon maken van de vrijstelling en dat een vergunning vereist was (4.4.1-4.4.6).

Conclusie

De verdachte werd schuldig bevonden aan oplichting, verduistering, gewoontewitwassen en het aanbieden van een beleggingsobject zonder vergunning. De rechtbank veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van vier jaar.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Openbaar Ministerie
  • Gedaagde: Verdachte

De verdachte wordt beschuldigd van oplichting, verduistering, witwassen en het zonder vergunning aanbieden van beleggingsobjecten.

De verdachte ontkent oplichting en stelt dat BEP1 daadwerkelijk was bereikt. Hij beroept zich op een groot eigen vermogen voor betalingen.

Wetsartikelen

Tijdlijn

  1. 01-01-2007 Aan verdachte wordt verweten dat hij in de periode vanaf 1 januari 2007 tot en met 15 september 2008 betrokken is bij het wederrechtelijk bevoordelen door middel van oplichting via verschillende ondernemingen zoals Columbus Construction Company S.A.
  2. 15-09-2008 De periode waarin verdachte zich schuldig zou hebben gemaakt aan de tenlastegelegde feiten eindigt op 15 september 2008.
  3. 17-04-2008 Bij een onherroepelijk vonnis van 17 april 2008 is verdachte vrijgesproken van verduistering van geldbedragen, die opnieuw in deze zaak zijn meegenomen.
  4. 15-09-2009 De rechtbank Amsterdam begint met de behandeling van de strafzaak tegen verdachte op de terechtzitting van 15 september 2009.
  5. 11-12-2009 Pro forma zitting gehouden door de rechtbank Amsterdam op 11 december 2009.
  6. 03-03-2010 Pro forma zitting gehouden door de rechtbank Amsterdam op 3 maart 2010.
  7. 25-05-2010 Pro forma zitting gehouden door de rechtbank Amsterdam op 25 mei 2010.
  8. 13-08-2010 Pro forma zitting gehouden door de rechtbank Amsterdam op 13 augustus 2010.
  9. 27-10-2010 Pro forma zitting gehouden door de rechtbank Amsterdam op 27 oktober 2010.
  10. 19-01-2011 Op de terechtzitting van 19 januari 2011 vond een wijziging van de tenlastelegging plaats.
  11. 07-04-2011 Pro forma zitting gehouden door de rechtbank Amsterdam op 7 april 2011.
  12. 09-06-2011 Pro forma zitting gehouden door de rechtbank Amsterdam op 9 juni 2011.