Spoedmachtiging uithuisplaatsing vereist vooraf horen, tenzij concreet onmiddellijk en ernstig gevaar dat verhindert.
Burgerlijk procesrecht. Familierecht. Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing minderjarige. Heeft de kinderrechter terecht afgezien van het voorafgaand horen van ouders? Heeft de kinderrechter na de spoedmachtiging ouders alsnog tijdig gehoord?
Partijen en standpunten
- Eiser: [de vader] en [de moeder]
Wetsartikelen
- art. 800 lid 3 Rv
- art. 8 EVRM
- art. 1:1:265a BW
- art. 8 lid 2 EVRM
- art. 6 EVRM
- art. 800 Rv
- art. 1:1:257 lid 1 BW
- art. 1:1:255 BW
- art. 1:1:265k lid 1 BW
- art. 5 lid 5 EVRM
- art. 360 lid 2 Rv
- art. 278 lid 1 Rv
- art. 279 Rv
- art. 799 lid 1 Rv
- art. 799 lid 2 Rv
- art. 808 Rv
- art. 798 lid 1 Rv
- art. 809 Rv
- art. 1:1:255 lid 1 BW
- art. 1:1:277 BW
- art. 1:1:265b lid 1 BW
- art. 1:1:247 lid 1 BW
- art. 1:1:268 BW
- art. 1:1:265b BW
- art. 3:2 Awb
Tijdlijn
- 01-01-2024 Partijen huwden in Duitsland en kregen gezamenlijk gezag over het kind.
- 22-07-2025 De politie trof de ouders in hun woning onder invloed van drugs aan terwijl zij voor het kind zorgden; ouders en kind werden meegenomen naar het politiebureau. Daarna nam Veilig Thuis het kind mee en plaatste haar op een voor de ouders geheime locatie. Het kind verbleef vervolgens op drie verschillende plekken en had in die maand in ieder geval twee contactmomenten met de ouders.
- 28-07-2025 De moeder mailde Veilig Thuis en maakte bezwaar tegen de uithuisplaatsing, het uitblijven van hulp en de druk om met de uithuisplaatsing in te stemmen.
- 21-08-2025 De advocaat van de ouders liet Veilig Thuis per e-mail weten dat de ouders niet instemden met de uithuisplaatsing, zich niet gehoord voelden en onder druk waren gezet; verzocht werd snel overleg te voeren.
- 25-08-2025 Veilig Thuis gaf het bericht van de advocaat door aan de Raad voor de Kinderbescherming. Diezelfde middag stuurde de advocaat opnieuw een e-mail aan Veilig Thuis, met meerdere hulpverleners in cc, waarin werd gesteld dat de onttrekking aan het ouderlijk gezag niet langer kon voortduren en dat die dag een machtiging uithuisplaatsing moest worden gevraagd en verkregen.
- 25-08-2025 De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter mondeling om een voorlopige ondertoezichtstelling voor drie maanden, een machtiging uithuisplaatsing en uitvoerbaarverklaring bij voorraad, en vroeg om beslissing zonder de ouders te horen. De kinderrechter wees die verzoeken nog dezelfde avond mondeling toe, zonder de ouders te horen.
- 26-08-2025 De mondelinge verzoeken werden schriftelijk bevestigd. In de onderbouwing werd vermeld dat de ouders hun toestemming voor vrijwillige uithuisplaatsing hadden ingetrokken, dat terugplaatsing volgens Veilig Thuis en de raad onveilig was en dat het horen van belanghebbenden niet kon worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor de minderjarige. De kinderrechter stelde de beslissing op schrift en overwoog dat sprake was van een acute en ernstige bedreiging. Het kind werd voorlopig onder toezicht gesteld en een spoedmachtiging uithuisplaatsing werd verleend voor vier weken tot 22-09-2025; voor het overige werd aangehouden en een zitting gepland op 05-09-2025.
- 01-09-2025 De advocaat van de ouders verzocht de kinderrechter om intrekking, bekorting, opheffing of be毛indiging van de machtiging tot uithuisplaatsing.
- 03-09-2025 De ouders stelden hoger beroep in bij het hof 鈥檚-Hertogenbosch tegen de beschikking van 25-08-2025, voor zover die de spoedmachtiging uithuisplaatsing betrof, en verzochten tevens schadevergoeding op grond van art. 5 lid 5 EVRM.
- 05-09-2025 De zitting bij de kinderrechter vond plaats; de vader en de advocaat van de ouders waren aanwezig en werden gehoord.
- 12-09-2025 De kinderrechter oordeelde dat de voorlopige ondertoezichtstelling en de spoedmachtiging van 25-08-2025 terecht waren verleend en gaf daarnaast een aansluitende machtiging uithuisplaatsing vanaf 22-09-2025 tot 25-11-2025, uitvoerbaar bij voorraad.
- 16-09-2025 De beschikking van 12-09-2025 werd hersteld bij afzonderlijke beschikking.