Vernietiging en terugwijzing bij te strenge stelplicht en bewijswaardering.

Parket bij de Hoge Raad 路 2 juli 2026 路 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht

Caribische zaak. Procesrecht. Matiging contractuele boete; aan stelplicht te stellen eisen; bewijsaanbod. Vervolg op HR 2 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:846.

Partijen en standpunten

  • Eiser: [verzoeker]

Wetsartikelen

  • art. 24 Rv
  • art. 166 Rv
  • art. 24 lid 1 Rv
  • art. 128 lid 1 Rv
  • art. 145 lid 1 Rv
  • art. 149 lid 1 Rv
  • art. 424 Rv
  • art. 149 Rv
  • art. 32 Rv
  • art. 18c Rv
  • art. 6:6:94 lid 1 BW
  • art. 130 Rv
  • art. 166 lid 1 Rv
  • art. 353 lid 1 Rv
  • art. 280 lid 1 Rv
  • art. 81 lid 1 RO

Tijdlijn

  1. 07-09-2010 Sluiting kredietovereenkomst en achterstellingsovereenkomst tussen Korpodeko, DAE, [verzoeker] en BBPM, waarbij onder meer toestemming van Korpodeko voor wijziging van zeggenschap en een boetebeding bij schending werden overeengekomen.
  2. 09-12-2010 Sluiting van de share purchase agreement waarbij [verzoeker] zijn aandelen in BBPM voor 茅茅n euro verkoopt aan Antilles Aero Holdings N.V.; daarbij worden garanties en verplichtingen overgenomen en wordt de aandelenoverdracht van DAE/BBPM feitelijk voorbereid.
  3. 03-03-2011 Vanaf deze datum vordert Korpodeko later wettelijke rente over het toegewezen boetebedrag; uit de uitspraak volgt niet expliciet welke feitelijke handeling op deze datum plaatsvond. Opmerking: de precieze aanleiding voor deze rente-ingangsdatum is in de tekst niet nader toegelicht.
  4. 15-04-2013 Het Gerecht in eerste aanleg van Cura莽ao wijst de vordering van Korpodeko af; dit vonnis wordt later door het hof vernietigd.
  5. 18-03-2014 Het Gemeenschappelijk Hof wijst een tussenvonnis in hoger beroep; dit tussenvonnis wordt later door de Hoge Raad vernietigd.
  6. 02-09-2014 Het Gemeenschappelijk Hof wijst een eindvonnis waarbij de vordering van Korpodeko in hoger beroep wordt toegewezen; dit vonnis wordt later door de Hoge Raad vernietigd.
  7. 08-07-2016 De Hoge Raad vernietigt het tussenvonnis van 18 maart 2014 en het eindvonnis van 2 september 2014 en wijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling en beslissing.
  8. 02-09-2016 De Hoge Raad vult zijn arrest van 8 juli 2016 aan na een verzoek ex artikel 32 Rv van [verzoeker]; de door [verzoeker] gevraagde veroordeling van Korpodeko tot terugbetaling wordt afgewezen.
  9. 27-02-2018 Na terugwijzing oordeelt het hof in een tussenvonnis voorlopig dat artikel 5 van de achterstellingsovereenkomst ruim moet worden uitgelegd en laat [verzoeker] toe tot tegenbewijs.
  10. 25-06-2019 Het hof wijst opnieuw een tussenvonnis: na enqu锚te levert Korpodeko nader schriftelijk bewijs en vermeerdert zij haar eis; [verzoeker] krijgt gelegenheid daarop te reageren.
  11. 14-05-2019 Korpodeko vermeerdert volgens het hof haar eis alsnog tot het volledige boetebedrag; in latere cassatie blijft tussen partijen in geschil of die vermeerdering toelaatbaar was. Opmerking: in de uitspraak wordt deze eisvermeerdering gekoppeld aan de memorie na enqu锚te van 14 mei 2019, terwijl elders 25 juni 2019 als tussenvonnisdatum wordt genoemd.
  12. 21-09-2021 Het hof wijst eindvonnis na enqu锚te en veroordeelt [verzoeker] tot betaling van NAF 6.911.820; het hof matigt de contractuele boete aanzienlijk, maar betrekt daarbij ook het verwijt dat [verzoeker] de Korpodeko-gelden in eigen zak zou hebben gehouden.

verbintenissenrecht 路 overeenkomst 路 uitleg-overeenkomst 路 boetebeding 路 matiging 路 procesrecht 路 bewijsrecht 路 hoger-beroep 路 cassatie