Geen regres of schadevergoeding bij eigen mededingingsinbreuk en volgtijdige boetes.

Parket bij de Hoge Raad ¡ 19 september 2025 ¡ Civiel recht; Mededingingsrecht

Mededingingsrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Verhaal boete ACM door investeringsmaatschappij op voormalig dochter; rechtsgrondslag; onrechtmatige daad; relativiteitvereiste; in pari delicto-verweer; regres; ongerechtvaardigde verrijking.

Partijen en standpunten

  • Eiser: Bencis Capital Partners B.V. en BBOF II General Partner B.V.

Wetsartikelen

  • art. 6:6:10 BW
  • art. 6:6:212 BW
  • art. 101 VWEU
  • art. 6:6:163 BW
  • art. 2:2:8 BW
  • art. 2:2:9 BW
  • art. 59 Mw
  • art. 6 Mw
  • art. 6:6:101 BW
  • art. 6:6:162 BW
  • art. 6:6:6 lid 2 BW
  • art. 6:6:102 lid 1 BW
  • art. 6:6:7 lid 2 BW
  • art. 101 lid 1 VWEU

Tijdlijn

  1. 26-11-2004 Bencis hield via fondsen en Bencis Meneba Investment B.V. aandelen in Meneba B.V., Rotterdam Brielselaan B.V. en Meneba Holding B.V.; deze vennootschappen vormden gezamenlijk Meneba, een meelfabrikant.
  2. 12-09-2001 Aanvang van de door de mededingingsautoriteit later vastgestelde kartelinbreuk binnen de meelsector; Meneba nam volgens de autoriteiten deel aan afspraken met andere binnen- en buitenlandse meelfabrikanten in strijd met het kartelverbod.
  3. 16-12-2010 De Nederlandse Mededingingsautoriteit legde Meneba bij eerste sanctiebesluit een boete van â‚Ŧ 9 miljoen op wegens overtreding van artikel 6 Mededingingswet en artikel 101 VWEU in de periode 12-09-2001 tot en met 16-03-2007.
  4. 14-03-2012 De ACM besliste op bezwaar naar aanleiding van klachten van andere karteldeelnemers over ongelijke behandeling en overwoog dat aan Bencis alsnog een rapport in de zin van artikel 59 Mededingingswet moest worden uitgebracht om de eerdere ongelijkheid te herstellen.
  5. 26-11-2004 In de relevante periode oefende Bencis als moedermaatschappij beslissende invloed uit op Meneba; later werd deze periode door het hof en de conclusie van de procureur-generaal relevant geacht voor de toerekening van de kartelinbreuk aan Bencis.
  6. 20-11-2014 De ACM legde Bencis bij tweede sanctiebesluit een boete van â‚Ŧ 1.271.432 op, omdat de kartelinbreuk van Meneba aan Bencis werd toegerekend op grond van het feit dat zij in mededingingsrechtelijke zin ÊÊn onderneming vormden.
  7. 17-07-2014 De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van Meneba tegen het eerste sanctiebesluit ongegrond.
  8. 14-07-2016 Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam over het eerste sanctiebesluit; daarmee stond de boete van Meneba bestuursrechtelijk vast.
  9. 26-01-2017 De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van Bencis tegen het tweede sanctiebesluit ongegrond.
  10. 19-03-2019 Het College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigde de uitspraak van de rechtbank Rotterdam over het tweede sanctiebesluit; de boete van Bencis werd daarmee onherroepelijk.
  11. 00-00-0000 [2018] Dossche Mills, een Belgische meelproducent, nam Meneba over; de exacte datum van de overname is in de uitspraak niet vermeld.
  12. 09-12-2019 Bencis dagvaardde Dossche bij de rechtbank Rotterdam en vorderde onder meer een verklaring voor recht van onrechtmatig handelen, hoofdelijke aansprakelijkheid en vergoeding van de door haar betaalde boete, vermeerderd met rente en kosten.

mededingingsrecht ¡ aansprakelijkheid ¡ onrechtmatige-daad ¡ ongerechtvaardigde-verrijking ¡ procesrecht ¡ cassatie ¡ proceskosten