All-in loon voor vakantiedagen is nietig; verwijzing volgt bij gebrekkige loonberekening.

Parket bij de Hoge Raad · 30 januari 2025 · Civiel recht; Verbintenissenrecht

Arbeidsrecht. Verbintenissenrecht. All-in loon fysiotherapeuten; vordering achterstallig loon over genoten vakantiedagen (art. 7:639 lid 1 BW en art. 7 lid 1 Arbeidstijdenrichtlijn 2003/88/EG); toepassing arrest HvJEU Robinson-Steele (ECLI:EU:C:2006:177). Verhaalsverbod premies werknemersverzekeringen (art. 20 Wfsv).

Partijen en standpunten

  • Eiser: de maatschap

Wetsartikelen

  • art. 6:6:89 BW
  • art. 7:7:639 lid 1 BW
  • art. 7:7:625 BW
  • art. 7:7:639 BW
  • art. 7:7:645 BW
  • art. 31 lid 2 Handvest
  • art. 7:7:611 BW
  • art. 7:7:610 lid 1 BW
  • art. 83 WW

Tijdlijn

  1. 01-05-2009 [verweerster 2] treedt in dienst van de maatschap met een arbeidsovereenkomst zonder cao-toepassing. In de overeenkomst wordt een variabel salaris afgesproken, gekoppeld aan een percentage van de door haar gerealiseerde omzet, met een garantieloon en een bruto maandsalaris.
  2. 03-09-2009 [verweerster 3] treedt in dienst van de maatschap. Ook voor haar geldt een grotendeels gelijkluidende arbeidsovereenkomst met een variabel salaris op omzetbasis, een garantieloon en een bruto maandsalaris.
  3. 01-05-2010 [verweerder 1] treedt in dienst van de maatschap onder een vergelijkbare arbeidsovereenkomst met variabel salaris, garantieloon en een bruto maandsalaris.
  4. 01-01-2015 Het dienstverband van [verweerster 3] eindigt. Volgens het hof loopt vanaf dit moment de wettelijke rente over haar latere loonvordering over vakantiedagen.
  5. 01-05-2018 Het dienstverband van [verweerder 1] eindigt. Op dezelfde datum sturen de fysiotherapeuten de maatschap sommaties tot nabetaling van volgens hen onbetaald gebleven bedragen. Ook is per deze datum [eiseres 4] geen maat meer in de maatschap.
  6. 01-06-2018 Het dienstverband van [verweerster 2] eindigt. Volgens het hof loopt vanaf deze datum de wettelijke rente over haar latere loonvordering over vakantiedagen.
  7. 16-02-2018 De maatschap beantwoordt opnieuw vragen van de fysiotherapeuten over hun loonpositie, waaronder het praktijktarief en declaratietarief.
  8. 10-09-2018 De fysiotherapeuten dagvaarden de maatschap voor de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland en vorderen achterstallig loon, achterstallig vakantiegeld, uitbetaling van vakantiedagen en ingehouden werkgeverslasten, vermeerderd met wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten.
  9. 27-02-2019 De kantonrechter wijst tussenvonnis. De zaak wordt naar de rol verwezen voor uitlating door de maatschap, waarna de fysiotherapeuten schriftelijk mogen reageren. Eerder had de kantonrechter het beroep van de maatschap op schending van de klachtplicht verworpen.
  10. 28-01-2019 Er vindt een comparitie van partijen plaats. In aanloop daarnaartoe dienen de fysiotherapeuten nadere stukken in en vermeerdert [verweerder 1] zijn eis.
  11. 31-12-2019 De kantonrechter komt bij tussenvonnis terug op eerdere oordelen uit het tussenvonnis van 27 februari 2019. De maatschap moet bepaalde stukken overleggen en er wordt een nieuwe comparitie gelast.
  12. 27-10-2020 De tweede comparitie in eerste aanleg vindt plaats. De maatschap legt vooraf tweemaal nadere producties over en de fysiotherapeuten zenden concept-pleitaantekeningen toe. Ter zitting wraken de fysiotherapeuten de kantonrechter; van de zitting wordt proces-verbaal opgemaakt.

arbeidsrecht · loonvordering · vakantie · procesrecht · devolutieve-werking · klachtplicht · wettelijke-rente · redelijkheid-en-billijkheid · europese-rechtspraak