Proceskostenbeding in consumentencontracten is in het algemeen oneerlijk, maar art. 237 Rv blijft toepasbaar.
Verbintenissenrecht. Procesrecht. Consumentenrecht. Beding dat consument die tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst, verplicht alle gerechtelijke kosten van de professionele wederpartij te betalen. Oneerlijk beding? Proceskosten ex art. 237 Rv toewijsbaar?
Partijen en standpunten
- Eiser: De Stichting Woonstichting Lieven de Key
Wetsartikelen
- art. 237 Rv
- art. 242 Rv
- art. 6:6:233 BW
- art. 241 Rv
- art. 56 Rv
- art. 6:6:248 lid 1 BW
- art. 6:6:231 BW
- art. 7:7:408 BW
- art. 7:7:411 BW
- art. 239 Rv
- art. 6 EVRM
- art. 1019h Rv
- art. 242 lid 1 Rv
- art. 7:7:231 BW
- art. 6:6:94 BW
- art. 289 Rv
- art. 6:6:96 lid 6 BW
- art. 392 Rv
- art. 6:6:238 lid 2 BW
- art. 6:6:96 lid 1 BW
- art. 6:6:96 lid 2 BW
- art. 57 lid 6 Rv
- art. 6:6:94 lid 1 BW
- art. 7:7:290 BW
- art. 7:7:230a BW
- art. 6:6:267 BW
- art. 6:6:236 BW
- art. 6:6:237 BW
- art. 6:6:74 BW
- art. 6:6:92 BW
- art. 47 Handvest
- art. 150 Rv
- art. 6:6:96 BW
Tijdlijn
- 23-04-2024 Kantonrechter stelt vast dat sprake is van een consumentenhuurovereenkomst en toetst ambtshalve het proceskostenbeding in artikel 11.1 van de huurovereenkomst aan de Richtlijn oneerlijke bedingen. De kantonrechter oordeelt voorshands dat het beding oneerlijk is, zowel voor buitengerechtelijke kosten als voor gerechtelijke kosten, en overweegt dat dit meebrengt dat geen proceskostenveroordeling kan worden uitgesproken. De verhuurder krijgt gelegenheid zich bij akte uit te laten over de voorgenomen prejudici毛le vragen; de huurder moet een kopie ontvangen en mag daarop reageren. Opmerking: de precieze aanvangsdatum van het geschil en de dagvaarding worden in deze conclusie niet vermeld.
- 23-04-2024 In hetzelfde tussenvonnis motiveert de kantonrechter waarom artikel 11.1 volgens hem oneerlijk is: het beding laat toe dat de verhuurder alle gerechtelijke kosten op de huurder verhaalt, ook in situaties waarin nog geen einduitspraak is gedaan of waarin schikkingsonderhandelingen lopen. De kantonrechter wijst erop dat de verhuurder zich daarop ook kan beroepen v贸贸rdat de rechter uitspraak doet, zodat het contractuele evenwicht al bij het sluiten van de huurovereenkomst wordt verstoord. Verder overweegt de kantonrechter dat toewijzing van proceskosten volgens de wettelijke regeling niet kan worden gezien als een aanvulling van het beding, maar als het in de plaats stellen van de wettelijke regeling voor de contractuele regeling.
- 23-04-2024 De kantonrechter verwijst in het tussenvonnis naar de bestaande verdeeldheid in de rechtspraak over de vraag of, na vernietiging van een oneerlijk proceskostenbeding, nog proceskosten op grond van artikel 237 Rv kunnen worden toegewezen. Hij noemt onder meer uitspraken van het gerechtshof 鈥檚-Hertogenbosch en de rechtbank Zeeland-West-Brabant die een andere benadering volgen, en kondigt aan prejudici毛le vragen aan de Hoge Raad te willen stellen.
- 23-04-2024 [na] De verhuurder neemt een akte en maakt daarin geen opmerkingen over de voorgestelde prejudici毛le vragen. De huurder reageert niet. Opmerking: de exacte datum van deze akte blijkt niet uit de conclusie.
- 23-04-2024 [na] De huurder laat na te reageren op de akte van de verhuurder en op de voorgestelde prejudici毛le vragen. Opmerking: de exacte datum van dit uitblijven van reactie is niet vermeld.
- 16-07-2024 Bij tussenvonnis stelt de kantonrechter de twee prejudici毛le vragen aan de Hoge Raad. De eerste vraag ziet op de kwalificatie van een proceskostenbeding tussen een handelaar en een consument als oneerlijk beding; de tweede vraag ziet op de gevolgen daarvan voor de toepassing van artikel 237 Rv. De zaak krijgt daarmee een prejudici毛le vervolgprocedure bij de Hoge Raad.
- 24-01-2025 De procureur-generaal bij de Hoge Raad, M.H. Wissink, neemt conclusie in de prejudici毛le procedure met nummer 24/02783. Hij concludeert dat een proceskostenbeding als het onderhavige in het algemeen oneerlijk is, maar dat dit niet eraan in de weg staat dat de rechter vervolgens op grond van artikel 237 Rv een proceskostenveroordeling uitspreekt.