Volle civiele toetsing van belastingaanslagen is mogelijk als bestuursrechtelijke rechtsgang ontbrak.

Parket bij de Hoge Raad · 12 juni 2025 · Civiel recht

Overheidsprivaatrecht. Formele rechtskracht belastingaanslagen. Art. 1.1.5 Leidraad Invordering 2008. Een door een faillissementscurator wegens onrechtmatige benadeling aangesproken partij stelt vordering in tegen ontvanger tot intrekking in het faillissement van op belastingaanslagen berustende vorderingen op de grond dat de aanslagen ten onrechte zijn opgelegd. Mogelijkheid tot toetsing van aanslagen in civiele procedure: niet, alleen als onmiskenbaar onjuist, marginaal of vol? Maakt verschil dat alleen Ontvanger en niet ook de Staat is gedagvaard?

Partijen en standpunten

  • Eiser: [eiser]

Wetsartikelen

  • art. 236 Rv
  • art. 4:6 Awb
  • art. 37d Wet OB
  • art. 31 Wet OB
  • art. 1:3 lid 2 Awb
  • art. 26 lid 1 AWR
  • art. 8:1 Awb
  • art. 1:2 lid 1 Awb
  • art. 4:84 Awb
  • art. 79 RO
  • art. 4:6 lid 1 Awb
  • art. 5 AWR
  • art. 2:2:248 BW

Tijdlijn

  1. 01-01-2006 [eiser] was als gespecialiseerd insolventieadviseur betrokken bij de sanering van zeven vennootschappen in de autobranche, behorende tot [betrokkene 1] en samen een fiscale eenheid vormend. De vennootschappen hielden zich bezig met verkoop, onderhoud en reparatie van BMW-auto’s. De precieze aanvangsdatum in januari 2006 is niet vermeld; deze datum volgt uit de periode januari tot en met maart 2006.
  2. 01-03-2006 Tot en met maart 2006 begeleidde [eiser] het saneringstraject van de vennootschappen. Kort daarna gingen de vennootschappen failliet. De exacte data van de afzonderlijke saneringshandelingen zijn niet vermeld.
  3. 01-05-2006 In mei 2006 werd een eerste groep van de zeven vennootschappen failliet verklaard. De vennootschappen vormden een fiscale eenheid en waren actief in de autobranche. De uitspraak noemt niet welke vennootschappen precies in mei failliet gingen.
  4. 01-11-2006 In november 2006 werden de overige vennootschappen failliet verklaard. De exacte volgorde per vennootschap is in de uitspraak niet gespecificeerd.
  5. 01-01-2006 Voorafgaand aan de faillissementen had de Ontvanger reeds belastingaanslagen opgelegd die later in de faillissementen ter verificatie werden ingediend. Het ging onder meer om naheffingsaanslagen loonheffing en omzetbelasting, waaronder aanslagen over januari tot en met maart 2006 en over de jaren 2000 tot en met 2004. De uitspraak vermeldt niet op welke exacte data deze aanslagen zijn opgelegd.
  6. 17-05-2016 Het gerechtshof Amsterdam verklaarde voor recht dat [eiser] onrechtmatig had gehandeld jegens de gezamenlijke crediteuren in de faillissementen van een aantal vennootschappen en veroordeelde hem tot schadevergoeding in de Peeters/Gatzen-procedure die de curator had ingesteld. Het hof achtte de door de curator gestelde belastingschuld voldoende aannemelijk. De procedure betrof een civiele aansprakelijkstelling namens de gezamenlijke schuldeisers.
  7. 26-01-2018 De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 mei 2016, behoudens ten aanzien van de ingangsdatum van de wettelijke rente. Daarmee bleef de veroordeling van [eiser] in stand.
  8. 23-04-2019 [eiser] stelde bij het gerechtshof Amsterdam een vordering tot herroeping in tegen het arrest van 17 mei 2016. Hij voerde onder meer aan dat hij in januari 2019 beschikte over fysieke administratie waaruit zou blijken dat de vennootschappen ten tijde van de faillissementen geen omzetbelastingschulden hadden. De uitspraak vermeldt niet welke specifieke herroepingsgrond(en) hij exact inriep.
  9. 28-07-2020 Het gerechtshof Amsterdam wees de herroepingsvordering van [eiser] af. Tegen deze afwijzing stelde [eiser] cassatie in.
  10. 04-12-2020 De Ontvanger wees bij brief het verzoek van [eiser] af om de aan de faillissementsvorderingen ten grondslag liggende aanslagen te toetsen op materiële verschuldigdheid en buiten invordering te stellen, behoudens een bedrag van € 14.006 wegens een niet verrekende betaling. De Ontvanger concludeerde dat de aanslagen niet onmiskenbaar onjuist waren.
  11. 22-12-2020 [eiser] dagvaardde de Ontvanger voor de rechtbank Noord-Holland. Hij vorderde dat de Ontvanger alle in de faillissementen ingediende belastingvorderingen als materieel onverschuldigd buiten invordering zou stellen, deze uit het faillissement zou terugtrekken en schadevergoeding zou betalen. Hij stelde dat de onderliggende belastingaanslagen materieel niet verschuldigd waren en dat de Ontvanger daarom onrechtmatig had gehandeld.
  12. 24-11-2021 De rechtbank Noord-Holland wees de vorderingen van [eiser] af. De rechtbank oordeelde dat [eiser] de mogelijkheid had gehad en had benut om de belastingschuld aan te vechten in de door de curator aangespannen aansprakelijkheidsprocedure, zodat geen uitzondering op de formele rechtskracht gold. Ook oordeelde de rechtbank dat de Ontvanger bij marginale toetsing tot het oordeel kon komen dat de aanslagen niet onmiskenbaar onjuist waren.

procesrecht · bewijsrecht · ontvankelijkheid · executie · bestuursrecht · bezwaar-en-beroep · motiveringsbeginsel · belastingrecht · invorderingswet · onrechtmatige-daad