Witwassen van eigen misdrijf vereist verhullingshandelingen; verbeurdverklaring vraagt nadere motivering.
Conclusie AG. Medeplegen van 1. witwassen, 2. voorbereiding idzv art. 10a Opiumwet en 3. opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs. M1 heeft betrekking op de bwv van feit 1 en op de kwalificatie witwassen van uit eigen misdrijf verkregen geld. M2 betreft de vraag of het ibg geld vatbaar is voor verbeurdverklaring. Beide middelen slagen. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
Partijen en standpunten
- Eiser: [verdachte]
Wetsartikelen
Tijdlijn
- 22-07-2021 Melding over kelderbox aan [a-straat 1] te [plaats] dat personen in een kelderbox zouden verblijven, met tassen in en uit liepen, een persoon op wacht stond en mogelijk werd gedeald. Verbalisanten gaan ter plaatse en houden vervolgens circa veertien minuten zicht op de deur van de kelderbox. Zij zien niemand in of uit lopen totdat de deur omstreeks 21:49 uur wordt geopend. In de kelderbox treffen zij drie personen aan, onder wie de verdachte, die direct naar buiten willen lopen. In de box worden op een fiets drie stapels contant geld aangetroffen ter waarde van € 13.000 in coupures van € 20, alsmede een residu van bruin poeder, bigshoppers en zichtbare attributen voor de bewerking/verwerking van verdovende middelen, zoals doorzichtige plastic zakken, kwasten, een weegschaal en een pers. Na verdere doorzoeking wordt ongeveer 8000 gram heroïne aangetroffen.
- 03-11-2021 In eerste aanleg verklaart de verdachte over het bij hem aangetroffen contante geld van € 1.045 dat hij dit geld bij zich had om kleding te kopen voor het offerfeest twee dagen later, en dat het geld deels afkomstig was van zijn uitkering en deels van zijn zus.
- 30-09-2022 Tijdens de terechtzitting in hoger beroep voert de raadsman het woord overeenkomstig een overgelegde en aan het dossier gevoegde pleitnota. Ten aanzien van het beslag betoogt hij dat de verdachte een verklaring heeft gegeven over het geld dat bij hem is aangetroffen en dat geen bewijs bestaat dat dit geld bestemd is tot het begaan van enig misdrijf; hij verzoekt om teruggave van het geld aan de verdachte.
- 14-10-2022 Het gerechtshof Den Haag veroordeelt de verdachte wegens medeplegen van witwassen, voorbereidingshandelingen voor Opiumwetdelicten en het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs tot 15 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 10.000, subsidiair 85 dagen hechtenis. Daarnaast verklaart het hof een in beslag genomen geldbedrag van € 1.045 verbeurd en beslist het over een vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.
- 21-10-2022 Namens de verdachte wordt cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag. Advocaat D. Bektesevic te Amsterdam stelt twee middelen van cassatie voor: een bewijs- en kwalificatieklacht tegen de bewezenverklaring van witwassen en een klacht tegen de verbeurdverklaring van het in beslag genomen geldbedrag.
- 18-02-2025 De Hoge Raad wijst een arrest waarin de rechtspraak over de kwalificatie-uitsluitingsgrond bij witwassen wordt herhaald: bij het verwerven of voorhanden hebben van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen moet uit de motivering blijken dat de gedragingen ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst.
- 25-03-2025 De procureur-generaal bij de Hoge Raad, P.M. Frielink, concludeert in cassatie tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Den Haag en terugwijzing van de zaak. Hij acht beide middelen gegrond: de bewezenverklaring en kwalificatie van witwassen zijn ontoereikend gemotiveerd en de verbeurdverklaring van € 1.045 is onvoldoende gemotiveerd.