Verwerp cassatie: onrechtmatige gunning levert schadeplichtige aanbestedingsschending op.
Unierecht. Aanbestedingsrecht. Onrechtmatige daad. Vordering tot schadevergoeding tegen de Staat na mislopen aanbestede opdracht; uitleg HvJEU 14 december 2016 (ECLI:EU:C:2016:948) en HR 6 juli 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1096); toerekening onrechtmatig handelen; verkeersopvattingen.
Partijen en standpunten
- Eiser: De Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport)
Wetsartikelen
- art. 6:6:162 lid 3 BW
- art. 6:6:162 BW
- art. 25 Rv
- art. 404 Rv
- art. 24 Rv
- art. 149 Rv
Tijdlijn
- 01-01-2012 VWS schreef een openbare Europese aanbestedingsprocedure uit voor taxivervoer voor mensen met een mobiliteitsbeperking, het zogenoemde Valys-vervoer, met een minimale looptijd van drie jaar en negen maanden en een mogelijke verlenging met maximaal drie jaar.
- 01-01-2012 In de aanbestedingsstukken, waaronder het beschrijvend document en de uniforme eigen verklaring, werd bepaald dat een inschrijving waarop een uitsluitingsgrond van toepassing was terzijde werd gelegd en niet in aanmerking kwam voor verdere inhoudelijke beoordeling; ernstige beroepsfout gold als uitsluitingsgrond.
- 08-10-2012 VWS deelde CTS mee dat haar inschrijving op de tweede plaats was geëindigd en dat het voornemen bestond de opdracht voorlopig te gunnen aan de Combinatie, bestaande uit Transvision B.V., Rotterdam Mobiliteitscentrale RMC B.V. en Zorgvervoercentrale Nederland B.V.
- 20-11-2012 De Nederlandse Mededingingsautoriteit legde boetes op aan RMC en aan de BIOS-groep, waarvan ZCN deel uitmaakt, wegens overtredingen van het kartelverbod bij taxivervoer in de regio Rotterdam; de Combinatie meldde deze boetebesluiten nog diezelfde dag aan VWS.
- 18-12-2012 In het eerste kort geding van CTS tegen de voorgenomen gunning wees de voorzieningenrechter de vorderingen af.
- 18-02-2013 VWS berichtte CTS en de overige inschrijvers dat de gedragingen die aan de boetebesluiten ten grondslag lagen als ernstige beroepsfout werden aangemerkt, maar dat uitsluiting van de Combinatie volgens VWS niet evenredig zou zijn; VWS besloot de opdracht alsnog aan de Combinatie te gunnen en bood gelegenheid om daartegen in kort geding op te komen.
- 17-04-2013 In het tweede kort geding wees de voorzieningenrechter de primaire vordering van CTS toe en verbood VWS de opdracht aan de Combinatie te gunnen; de vorderingen van de Combinatie werden afgewezen.
- 03-09-2013 Het gerechtshof Den Haag vernietigde het vonnis van de voorzieningenrechter, wees de vorderingen van CTS af en gebood VWS op vordering van de Combinatie de opdracht alsnog aan de Combinatie te gunnen.
- 28-10-2013 VWS gunde de opdracht definitief aan de Combinatie en sloot per 1 januari 2014 een vervoersovereenkomst met haar; CTS bleef tot die tijd haar oude contract uitvoeren.
- 27-03-2015 De Hoge Raad wees een tussenarrest in het cassatieberoep van CTS en stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de verhouding tussen de evenredigheidstoets en de aanbestedingsvoorwaarden.
- 14-12-2016 Het Hof van Justitie beantwoordde de prejudiciële vragen en oordeelde dat het Unierecht niet verzet tegen een nationale evenredigheidstoets, maar wel tegen gunning aan een inschrijver met ernstige beroepsfout wanneer de aanbestedingsvoorwaarden zonder meer uitsluiting voorschreven.
- 24-02-2017 De Staatssecretaris van VWS lichtte aan de Tweede Kamer toe dat naar aanleiding van het arrest van het Hof van Justitie geen gebruik zou worden gemaakt van de contractuele verlengingsoptie van de lopende overeenkomst met de Combinatie en dat een nieuwe aanbesteding zou worden gestart.